Beeld: Danielle Toret

Minder luiers, meer plezier: babyzindelijkheidscommunicatie

Roos loopt richting de deur van de wc. Ze is 18 maanden oud en heeft nog geen woorden om te zeggen wat ze precies wil, maar met haar handen maakt ze het gebaar voor plassen. Ik sta op van de bank en loop met haar mee. ‘Kom, dan gaan we naar de wc,’ zeg ik. Ik help haar met haar broek uitdoen en zet haar op de wc. We lachen allebei. In dat moment voel ik dat we elkaar echt snappen. En natuurlijk moest ze ook echt plassen. Die luiers hebben we nu niet meer nodig.

Minder luiers

Ik ben een grote fan van baby zindelijkheidscommunicatie. Het uitgangspunt bij BZC is dat je baby of dreumes gevoel heeft voor zijn sluitspieren en dat hij ook signalen geeft over wanneer hij moet plassen of poepen. Vervolgens probeer jij, als ouder of verzorger, die signalen te herkennen en geef je je kind de mogelijkheid om op een potje of in de wc zijn behoefte te doen. En daarmee voorkom je dus dat je kind in een vieze luier rondloopt en dat jij die vieze luier moet verschonen.

Natuurlijk is een luier verschonen helemaal niet zo erg. In ieder geval niet zo erg als ik dacht voor dat ik kinderen kreeg. Maar toch, iedere goed gevulde voorgevormde en/of katoenen luier minder is een klein geschenk dat je dag net even wat fijner kan maken. Zeker als je net zo’n luie ouder bent als ik.

Omgekeerde wereld

Een heel groot deel van de baby’s en dreumesen op de wereld loopt zonder luier rond. De term baby zindelijkheidscommunicatie bestaat daar niet eens omdat het de gewoonste zaak van de wereld is. Niet alleen in warme landen wordt er op deze manier met de behoeften en mogelijkheden van kinderen omgegaan, ook in de poolgebieden leven mensen luierloos. Die kinderen hebben als ze geboren worden dezelfde spieren in hun bekkenbodem en dezelfde manier van controle over die spieren.

Alleen krijgen ze – in tegenstelling tot bij ons – niet meteen na de geboorte hun eerste luier om. Hun ouders en verzorgers leren de geluiden en bewegingen die de baby maakt te herkennen en weten dus wanneer hun kind moet plassen en poepen.

Die signalen maken onze kinderen ook. Ze maken bepaalde geluiden, gaan wiebelen met hun benen, krijgen een bepaalde blik in hun ogen. Maar omdat wij niet reageren op die signalen, moet het kind zijn behoefte dus wel in zijn luier doen. En dat is eigenlijk de omgekeerde wereld. Zelfs baby’s kennen de behoefte om zichzelf en hun kleren schoon te houden. Wij leren ze dat eerst af, om ze het als ze peuter zijn, weer aan te leren.

Het plezier van begrepen worden

Het grote voordeel van BZC is natuurlijk dat je minder luiers gebruikt en dat je kind naar alle waarschijnlijkheid een stuk eerder zindelijk is. Roos was eigenlijk helemaal zindelijk met anderhalf en dat is geen uitzondering. Ook ’s nachts deden we haar vanaf dat moment al snel geen luier meer om. Dit scheelt natuurlijk veel tijd, geld en moeite. Maar wat ik zelf het leukste vind, is dat het contact met je kind zich enorm verdiept.

Je bent meestal met BZC bezig in de periode dat je kind nog niet kan praten, en dat levert zowel voor je kind als voor jou regelmatig frustrerende momenten op: zoals wanneer hij of jij iets duidelijk wil maken wat de ander niet begrijpt. Als je elkaar dan wel begrijpt over op het potje gaan, wat een paar keer per dag terugkomt, is dat natuurlijk extra fijn.


Je leert welke signalen je kind geeft

Daarnaast voelt je kind zich bevestigd in wat hij al kan. Je kind heeft immers controle over zijn sluitspieren en jij handelt daar naar. Dit plezier van begrepen worden kun je nog vergroten om BZC te combineren met baby gebarentaal – één van mijn andere favoriete opvoedhacks.

Vanaf dat je kind een maand of 6 is kun je beginnen met het maken van gebaren voor luier verschonen, plassen en poepen – naast alle andere dagelijkse gebaren natuurlijk. Vanaf een maand of tien ging Roos deze gebaren ook zelf maken. Eerst alleen om te benoemen dat ze bijvoorbeeld aan het plassen was, maar later ook om aan te geven dat ze plassen moest. Superhandig die gebaren, maar als je er nog niet mee bezig bent, vergeet het dan weer even. Je kunt beter één ding tegelijk goed leren, dan twee dingen half.

Maar hoe begin je?

Beginnen met BZC

Er is niet zoiets als het beste moment om met BZC te beginnen. Het belangrijkste is dat je begint en dat je de lat laag legt. Natuurlijk kun je alle luiers het huis uit doen en proberen alle plasjes op te vangen. Maar je kunt ook iets rustiger beginnen. De kans dat jij het leuk blijft vinden is dan het grootst. En dat is de grootste voorwaarde voor succes. Begin bij een moment waarvan je weet dat je kind regelmatig op dat moment moet plassen. Na het slapen bij voorbeeld.

Je kunt je kind dan op het potje zetten – of als hij nog niet kan zitten – hou je hem er boven. Je kunt een ‘sss-‘geluidje maken, of als je aan baby gebarentaal doet zoals wij, maak je het gebaar van plassen. Als hij plast, zeg je dat hij aan het plassen is. Op deze manier kunnen zelfs baby’s de link gaan leggen tussen het potje en hun behoefte doen. Zij leren zo hun sluitspieren te gebruiken. En jij hebt je eerste luier uitgespaard. Vervolgens kun je deze momenten uitbouwen.

BZC gaat ook over vlieguren maken. Hoe meer je het doet, hoe handiger jij er in wordt. Je leert welke signalen je kind geeft en in veel gevallen ontwikkel je er ook een soort intuïtie voor. En hoe ouder je kind wordt, hoe meer hij het zelf ook aan kan geven.

Dat betekent niet dat ongelukjes niet meer voor zullen komen. Zeker als je je kind op een gegeven moment wat langer luierloos rond laat kruipen of lopen. Je kunt daar rekening mee houden: bij jou thuis is een ongelukje waarschijnlijk geen probleem. Maar als je baby over de nieuwe vloerbedekking van je oma kruipt, dan doe je hem misschien liever toch een luier aan.

Je kunt dit niet verkeerd doen

Dit is ook het fijne van op deze manier omgaan met de zindelijkheid van je kind: er is geen richtlijn. Je kunt dit niet verkeerd doen. Je begint ermee wanneer je er zin in hebt en wanneer het je uitkomt. Ieder plasje dat je opvangt is mooi meegenomen. Daarnaast heb je fijne extra contactmomenten met je kind en je zult er zeker plezier in krijgen. Maar maak het jezelf niet te moeilijk. Het gaat er niet om hoeveel luiers je precies uitspaart, hoe vaak je kind op het potje plast en hoe snel hij uiteindelijk zelfstandig naar de wc kan.

Het belangrijkste is dat je beseft dat je kind veel meer kan dan je in eerste instantie dacht en dat je daarbij probeert aan te sluiten. En dat je daardoor veel eerder uit de luiers bent is natuurlijk een belangrijke extra motivatie. Voor jou, maar ook voor je kind. Want uiteindelijk is het voor hem natuurlijk helemaal niet fijn om met zo’n dik ding tussen zijn benen rond te lopen.

Meer lezen:

Lekker luierloos, Kiind Magazine

Babygebaren

Meer weten:

Wendy van Dam – Haptonomie Zwanger en Geboren geeft regelmatig workshops over BZC.