Beeld: Cathelijne van den Bercken

Relaxen in je zelfgemaakte harembroek

Een harembroek zit zo fijn! En daarom hebben we een patroon voor je gemaakt. Zodat je een haremgezin kunt worden. Voor ieder persoon in huis vijf stuks? Maar let op: dit is met de stelling van Pythagoras enzo!

 

Het patroon is het meest geschikt voor tricotstof. Een harembroek zit het lekkerst als hij soepel valt. Je kunt de broek naaien met een zigzagsteek of locksteek op je gewone naaimachine, of met een lockmachine.

 

Nodig voor een harembroek:

  • dunne soepele tricot stof, lengte afhankelijk van de maat die je gaat maken (niet de dik want dan wordt het een groot gevaarte dat je met je meesleept)
  • Lockmachine of naaimachine met zigzagsteek.
  • Elastiek van zo’n 4 cm breed en de lengte van de tailleomtrek min 2 cm.
  • Tornmesje
  • Schaar
  • Meetlint.
  • Geodriehoek.

 

Met de volgende maten:

  • tailleomtrek
  • buitenbeenlengte (van taile tot enkel)
  • enkelomtrek (ruim gemeten, dus doe er 2 cm bij zodat je hiel er ook nog doorheen kan)

 

Ik had een lap sterrenstof die net niet groot genoeg was. Dus ik zette aan beide zijdes een strook stof er tegenaan. Dat had ik uit een T-shirt van de kringloop geknipt. Laat je door de foto dus niet van de wijs brengen: dit is een samengevoegde vierkante lap.

 

 

Hierbij maakte ik een foutje en moest ik een stukje lostornen. Mijn zoon wilde graag helpen en hier kon hij dat doen.

Teken de broek eerst klein op papier zodat je weet hoe lang alles moet worden. Dit is even een stukje meetkunde. Het hoeft niet op schaal. Je kunt hiervoor de deze tekening gebruiken.

 

Vul de getallen in de tekening in. Begin met de bovenste punt van de driehoek met de taillemaat. Vervolgens de buitenbeenlengte en als laatste de enkelomtrek.

 

Reken de lengte C als volgt uit. Daarna voeg je nog één of anderhalve centimeter toe voor de naad.

 

Hier komt de enge rekensom:

A = B = ¼ tailleomtrek (A en B zijn gelijk)

√ A2 + B2 = C2

√ C2 = C

Dan ga je uitrekenen hoe lang je stuk stof moet zijn.

D = buitenbeenlengte

E = ½ enkelomtrek (ruim gemeten, dus doe er 2 cm bij)

C + D + E = lengte en breedte van de benodigde stof.

 

Dus je hebt uiteindelijk een vierkant nodig.

 

Vouw de stof die je hebt open en strijk de vouw plat. Knip je lap op de juiste maat.

 

Voor de enkelboord en de tailleband heb ik een contrasterende stof gebruikt. Dit was een tricot topje van de kringloop. Knip voor de enkelboord twee rechthoeken van 10 cm x de enkelomtrek. Knip voor de tailleband een lange strook van 10 cm x tailleomtrek. Als je de harembroek voor een tiener of voor jezelf maakt, kun je de strook van 10 cm breder maken. Neem dan bijvoorbeeld 18 cm.

 

Door het hoog nemen van de foto lijkt het op een rechthoek, maar de stof met randen op onderstaande foto is een vierkant.

 

 

Vouw de grote lap stof met de goeie kanten op elkaar dubbel tot een driehoek. Leg je lap zoals de tekening op de PDF met de vouw aan de onderkant.

 

 

Meet op je stof vanaf het bovenste punt de lengte van B loodrecht omlaag. Trek een horizontale lijn door dit punt heen en knip dit af. Dit wordt de taille.

 

Vouw de stof vertikaal nog eens dubbel (dus van links naar rechts) zodat de onderste hoeken op elkaar komen te liggen. Meet vanuit de onderste hoek de lengte E. Op dat punt leg je een geodriehoek en knip je met een haakse hoek de punt van het stof af. Dit wordt de onderkant van de broekspijp.

 

 

Vouw de stof weer 1x open zodat-ie nog maar 1x gevouwen is (met de goeie kanten op elkaar). De vouw wordt het laaghangend kruis.

 

Naai de buitenbeennaden dicht.

 

Neem het strookje voor de enkelboord. Naai de kanten die 10 cm zijn met de goeie kant van de stof op elkaar.

 

Vouw dit over de lange kant dubbel met de verkeerde kanten op elkaar zodat de korte kanten 5 cm worden.

 

Doe hetzelfde met de tailleband. Neem de strook voor de tailleband. Naai de kanten die 10 cm (of 18 cm) zijn, met de goeie kanten op elkaar vast. Vouw de tailleband over de lengte dubbel met de verkeerde kanten op elkaar. Zodat de korte kanten 5 cm (of 9 cm) worden.

 

Strijk de naden en de vouw van de enkelboord en de tailleband plat.

 

Keer de broek zodat de goeie kant buiten is. Speld de boord met de goeie kant van de stof op de goeie kant van het voetgat. Verdeel de ruimte van het voetgat over de boord.

 

Stik de boord vast en doe dit ook met de andere kant.

 

Speld de tailleband met de goeie kant op de goeie kant van de broek op het taillegat. Stik de tailleband vast.

 

De tailleband is nu helemaal dicht, maar er moet nog elastiek in komen. Torn een klein stukje van de verticale naad van de tailleband open. Doe dit aan de binnenzijde van de broek. Rijg een elastiek door de tailleband. Naai de uiteinden van de elastiek stevig aan elkaar vast. Naai het open gemaakte stukje van de tailleband met de hand weer dicht.

 

En hé, je bent al klaar!

 

Deze broek zit ’s nachts ook lekker. We vertellen je daarom graag hoe je voor je kind een pyjama kan maken op basis van dit patroon.