Adoptie: wachten, wachten…

Laetitia uit België droomt van een kind adopteren. Ze vertelt in drie delen hoe ze dat heeft gedaan. Lees ook het eerste deel van haar verhaal.

Intens zwanger

Weerom een wonder: niet lang na onze beslissing om met adoptie door te gaan, was ik opnieuw zwanger! De eerste 4 maanden van de zwangerschap was ik doodsbenauwd om het leventje – net als de vorige keer – te verliezen. Tegelijk besefte ik dat dit mijn laatste zwangerschap was en beleefde ik elk moment op een zeer bewuste manier. Pas op 5 maanden durfde ik mij te verheugen op mijn nieuwe baby. Ik genoot van elk stompje in mijn buik en voelde me supergoed. Ondertussen dachten we al vooruit; adoptie verdween naar de achtergrond, maar bleef aanwezig in ons hoofd. We gingen naar een info-avond van een adoptiebureau dat een ‘special needs’-lijst had in China en bestelden het boekje ‘Adoptie en special needs’ van Stichting Adoptievoorzieningen. We kregen een zicht op de medische noden van de adoptabele kinderen en we voelden aan dat bepaalde aandoeningen voor ons haalbaar waren. Sowieso zouden we openstaan voor een kind met een medisch probleem. Zo, op dat vlak stonden we ook weer een stapje verder.

Geboorte van de derde

Bij elke echo waar te zien was hoe goed onze baby het deed, was ik verbaasd over het wonder van de natuur. Onze baby was gezond, maar ik besefte dat dit een wonder was; er kan immers zoveel misgaan tijdens een zwangerschap. En tóch voelde het goed aan om te denken dat ons geadopteerde kindje een medisch probleem of een handicap zou hebben. Het is iets helemaal anders, denk ik, als je bij adoptie kiest voor een kindje met een handicap. Als je zwanger bent van een gehandicapt kind, dan kies je er niet voor en moet je door een heel rouwproces.

We hielden onze adoptieplannen nog even geheim voor de buitenwereld. De adoptieprocedure zouden we pas starten als ons derde kindje 6 maanden zou zijn. We zouden onszelf de tijd geven een nieuw evenwicht te vinden in het gezin.

Onze derde kwam ter wereld op een prachtige manier: zo zacht en spontaan! Zo zacht en spontaan hij op de wereld is gekomen, zo zacht en spontaan werd hij opgenomen in het gezin.

Lees Laetitia’s mooie geboorteverhaal hier.

Hij was een lieve baby en grote broer en grote zus waren erg blij met hun broertje. Alles verliep vlot en iedereen vond snel zijn nieuwe plekje in het gezin. Ik genoot ondertussen extra van de borstvoeding, want dat zou bij ons vierde kindje niet meer mogelijk zijn.

De adoptiescreening

In januari 2012 startten we de juridische procedure voor de adoptie. We werden gescreend  door een maatschappelijk werkster en een psychologe die ons confronteerden met de donkere kantjes van adoptie, opvoeding én onszelf. Ik begrijp de mensen die zeggen dat je binnenste buiten wordt gekeerd en dat die gesprekken erg zwaar zijn. Wij hadden het geluk om vrij stevig in onze schoenen te staan omdat we reeds drie kinderen hadden. Wij hebben de screening niet als negatief aangevoeld, maar als ‘diepgaand’.

Ondertussen brachten we onze familie op de hoogte van onze adoptieplannen. De énen onthaalden ons plan met veel enthousiasme, de anderen waren wat voorzichtiger, maar iedereen steunde ons volledig. We vertelden het ook aan onze kinderen, die vonden het ook allemaal ok: ‘Nog een broer of zus? Leuk!’ De oudste was zes, zij vond het erg interessant en probeerde het te vatten. De tweede was vier en die vond alles goed. Onze jongste begreep het niet, maar vond het wel leuk klinken.

Zijn we goede ouders?

In juni was het spannend afwachten op het advies van het maatschappelijk onderzoek. We voelden ons wat onzeker: ‘Wat als het advies negatief is en we dus niet geschikt worden bevonden om een adoptiekind op te voeden? Zijn wij dan ook slechte ouders voor onze biologische kinderen?’ Gelukkig was het advies positief en kon de jeugdrechter een positief vonnis afleveren.

In september deden we nog heel wat opzoekingswerk rond medische problemen, handicaps en aandoeningen. Wat zou ons gezin aankunnen en wat niet? Tot hoever konden we gaan? De grens van degene die het minst ver zou gaan, werd gerespecteerd. Zo konden we in oktober naar het adoptiebureau gaan en een duidelijk afgebakend profiel voorstellen. We kozen voor de ‘special needs’-lijst van China. We voelden ons aangetrokken tot Azië en vermits China de énige was met een lijst voor kinderen met medische problemen, hebben we niet lang getwijfeld. Bovendien stond China open voor gezinnen met biologische kinderen, wat voor ons een noodzaak was.

We hebben eigenlijk nooit overwogen om voor binnenlandse adoptie te kiezen. We voelden ons allebei sterk aangetrokken tot de wereld: een andere kleur en een andere cultuur omarmen, dat voelde voor ons fijn aan.

Wachttijd

In januari 2013 werd ons volledige dossier naar China verzonden. In februari kregen we een ‘LID-nummer’ dat te kennen gaf dat we in het systeem van China waren opgenomen. De wachttijd kon beginnen! We wisten dat we nog wat zouden moeten wachten; onze jongste was nog maar net 2,5 jaar en er zou, volgens de regels, minstens 18 maanden leeftijdsverschil moeten zitten tussen onze derde en het adoptiekindje. Adoptiekinderen in China waren meestal minstens 18 maanden oud. Dat zou de wachttijd mogelijks verlengen.

In juni, toen de jongste 3 jaar werd en we dachten dat we konden beginnen hopen op een ‘match’, kregen we te horen dat China het computersysteem volledig zou hernieuwen en er dus voor de komende maanden geen toewijzingen zouden zijn. Domper! Maar goed, het was bijna vakantie, dus we zouden onze gedachten wel kunnen verzetten.

Controle

Enige tijd later kregen we bericht vanuit China dat ons dossier bijkomende informatie nodig had omtrent de financiële toestand van ons gezin. Hmhm, ja, euh, ik ben huismoeder, dus ik verdien geen geld. In mijn ogen was het positief dat ik thuisblijfmoeder was omdat ik me dan ten volle kon wijden aan mijn adoptiekind eens het er zou zijn. Voor China lag het blijkbaar anders; zij waren bang dat we het financieel niet zouden aankunnen om vier kinderen op te voeden. Tja, dat is een kwestie van prioriteiten in onze ogen. Wij maken inderdaad geen verre reizen; deze zomer gaan we zelfs met de fiets op vakantie. Dat zullen we best niet vertellen zeker?! Gelukkig had mijn man ondertussen wel opslag gekregen op zijn werk en konden we braafjes melden dat het helemaal in orde kwam wat die centen betrof.

Met een klein hartje zijn we (met de fiets) op vakantie vertrokken. ‘Komt dit wel goed?’, dachten we. Weet je, als je zo hard bezig bent met adoptie en je staat al zo ver, dan wil je dat adoptiekindje écht wel in je armen sluiten. Om een biologisch kindje te krijgen, kun je heel wat zelf doen, maar voor een adoptiekindje hang je helemaal af van andermans goede wil en het is niet zo eenvoudig om daarmee om te gaan. We dachten: ‘We zijn er bijna’, toen ons dossier in China lag, maar eigenlijk begon het toen pas…

Op de laatste dag van onze vakantie kregen we bericht van de adoptiedienst dat alles in orde was; ze hadden onze brief met uitleg aanvaard. Oef!!

Adoptie: wachten, wachten, eindeloos wachten

September was in zicht, maar het kernwoord luidde als volgt: Niets.

In oktober werd het nieuwe computersysteem opgestart. Er waren er veel veranderingen. Waar vroeger lijsten met 100-en kinderen maandelijks online werden geplaatst, kwamen er nu per maand slechts een 20-tal bij en het waren veelal kinderen met erg zware noden. De adoptiedienst werd voorzichtiger. Waar ze vroeger zeiden dat de wachttijd voor een kindje met extra zorgbehoefte zo’n zes maanden bedroeg, durfden ze nu niets meer te zeggen…

Goed, dachten we, ook al wordt het een jaar, we slaan er ons wel door. En vol goede moed gingen we door met ons leventje. Het leven van alledag met drie leuke kinderen, drukke dagen en mooie momenten, maar telkens weer voelde ik een gemis… Met oudejaar hoopten we dat dit de laatste keer zou zijn zonder ‘ons vierdeke’ en we gingen vol hoop 2014 in: binnenkort zullen ze ons wel bellen om te zeggen dat er een kindje op ons wacht!

De winter, de lente én de zomer gingen voorbij en we kregen niets te horen. De adoptiedienst kon ons weinig vertellen; dit was ook nieuw voor hen. Ik begon te wanhopen. Dit was echt een moeilijke periode. Ik leefde mee met alle mensen die zo lang op een kindje moeten wachten. Terwijl ik zelf al drie kinderen had, vond het toch verschrikkelijk. Ik voelde de pijn van het wachten, het verlangen naar een kindje dat maar niet komt…

Toch moest ik me neerleggen bij de positieve kant van de situatie. Dat er minder adopties zijn, betekent dat meer kinderen in hun eigen thuissituatie of in hun herkomstland kunnen blijven. Dat positieve verhaal moest ik ook willen zien en het gaf me een klein beetje troost…

Begin oktober kon ik echt niet meer. Ik huilde iedere avond. We begonnen te denken aan alternatieven: stoppen, van land veranderen, pleegzorg? Maar eigenlijk wilde ik dat niet. Ik wist niet wat ik zou doen, moest de adoptie niet doorgaan…

Lees binnenkort hoe het verder gaat in het laatste deel van Laetitia’s verhaal.

Liefde is belangrijker dan voeding

Domino-effect van onveilige hechting

Met biologische kinderen ook nog adopteren?