Alfie Kohn rekent af met het hardnekkige beeld dat ouders tegenwoordig te toegeeflijk zijn en kinderen daar verwend en slap van worden. We mogen een preview geven uit zijn gloednieuw vertaalde boek ‘De mythe van het verwende kind’:

Ouders van tegenwoordig, zo wordt ons verteld, verpesten hun kinderen op twee verschillende manieren. Allereerst geven ze te makkelijk toe, laten ze hun kinderen met te veel wegkomen, en stellen ze geen grenzen. Dat zijn natuurlijk de aantijgingen waar we ons tot nu toe in dit boek mee bezighielden. De tweede klacht, waar we nu naar gaan kijken, is dat ouders zich te veel met hun kinderen bemoeien: ze doen te veel voor hun kinderen, en schermen ze daarmee af van de harde leerschool van het leven. Vanuit dit perspectief onthult een ruime blik op onze maatschappij een landschap vol miljoenen goedbedoelende maar verdwaasde moeders en vaders die – kies maar een metafoor – als helikopters boven hun kinderen cirkelen, ze opvoeden in een cocon, of bij iedere onprettige ervaring zorgen voor een zachte landing. Telkens weer worden we gewaarschuwd dat kinderen ‘overmatig worden opgevoed’, waardoor ze niet zijn voorbereid op de harde realiteit van het volwassen leven.

De media grossieren in hyperbolen over curling-ouders

Deze twee verhaallijnen verschillen nogal van elkaar. Zeggen dat ouders toegeeflijk zijn jegens hun kinderen (‘doe maar wat je wilt’) is natuurlijk niet hetzelfde als zeggen dat ze te zeer betrokken zijn bij de levens van hun kinderen (‘ik doe dat wel even voor je’). Het vereist juist aardig wat hersengymnastiek om te verklaren hoe ze aan beide zaken schuldig zouden kunnen zijn, zeker als toegeeflijkheid wordt gezien als een vorm van ‘ondermaatse opvoeding’.

Maar vanuit een ander standpunt bekeken houden beide beschuldigingen mogelijk toch verband met elkaar. Het gaat erom waarom ouders worden gezien als te beschermend en te betrokken. Als dat is omdat ze hun kinderen willen verwennen en vertroetelen, lijkt dat op een vorm van toegeeflijkheid. Of dat echt de beste manier is om te begrijpen wat er speelt, bekijken we later (verderop in het boek van Alfie Kohn De mythe van het verwende kind red.). Maar of de twee verhalen nu wel of niet verenigbaar zijn, ze delen duidelijk een aspect, en dat is populariteit. Beide beschuldigingen zijn zo vaak herhaald dat ze inmiddels voor waar zijn aangenomen.

Dat geldt zeker voor de beschuldiging dat ouders zich te veel mengen in de levens van hun kinderen en niet toestaan dat zij falen. De media grossieren in hyperbolen over ‘kinderen die naar de universiteit gaan zonder ooit zelfstandig de straat te zijn overgestoken’ en ‘curling-ouders’ die voortdurend voor hun kinderen uit rennen om hun pad ‘te effenen’ (waarbij ze zich zelfs bemoeien met de werkkring van hun kinderen, als het gaat om salaris en promotie), waardoor deze kinderen nog nooit een mislukking hebben meegemaakt. In de paar jaren voordat dit boek in 2013 werd uitgegeven, verschenen er artikelen over overmatig ouderschap in The Atlantic, The New Yorker, Time, Psychology Today, Boston Magazine, en talloze kranten en blogs.

In alle gevallen, net als bij beschuldigingen van toegeeflijkheid, wordt gedacht dat het aangevallen fenomeen alomtegenwoordig is; je hoeft niet te bewijzen wat iedereen al weet. De verbreiding van overmatig ouderschap wordt hartstochtelijk veroordeeld door journalisten en maatschappijcritici, maar voornamelijk op basis van anekdotes en citaten van andere journalisten en maatschappijcritici. In het zeldzame geval dat een auteur verwijst naar onderzoek om te bewijzen dat overmatig ouderschap wijdverbreid is (of schadelijk), is het leerzaam het onderzoek zelf te achterhalen om te zien wat er werkelijk in staat.

De verbreiding van overmatig ouderschap wordt hartstochtelijk veroordeeld door journalisten en maatschappijcritici, maar voornamelijk op basis van anekdotes en citaten van andere journalisten en maatschappijcritici

Om een voorbeeld te geven: in 2013 meldden een aantal prominente Amerikaanse blogs, waaronder een aantal die werden gesponsord door The Atlantic en de New York Times, dat een Australisch onderzoek zou aantonen dat ouders overmatig betrokken waren bij het onderwijs van hun kinderen. Maar wie even de tijd nam om het onderzoek ook echt te lezen, besefte dat de auteurs gewoon een groepje lokale leerkrachten hadden gevraagd naar verhalen over ouders die volgens hen te veel voor hun kinderen deden. Er bestonden geen data over de impact van deze gewoonte, al dan niet bestaand, op kinderen, noch was er een manier om conclusies te trekken over hoe vaak dit voorkwam – buiten deze kleine, waarschijnlijk niet-representatieve steekproef.

Nog opvallender was het feit dat slechts 27% van de leerkrachten in de steekproef aangaf dat ze ‘veel’ voorbeelden hadden gezien van deze vorm van overmatig betrokken ouderschap (dit lage cijfer kwam op een of andere manier niet terecht in de berichtgeving). Als het onderzoek al effect had, zaaide het twijfel over de aanname dat overmatig ouderschap een wijdverbreid probleem is. Maar alleen al het bestaan van het onderzoek maakte dat bloggers wat anekdotes gingen recyclen, zodat het net leek alsof gloednieuw bewijs ondersteunde wat zij (en veel van hun lezers) al dachten.

Het is opmerkelijk dat bewijs over dit onderwerp zo zeldzaam is, dat academische tijdschriften afhankelijk zijn van opiniestukken in de lekenpers

Een ander voorbeeld: in 2010 wijdde Lisa Belkin, een auteur van het New York Times Magazine, een blog aan een artikel in het juridisch tijdschrift de California Law Review, dat een kanteling richting overdaad ‘in de laatste twee decennia het opvoeden is gaan domineren’. Maar hoe onderbouwden de auteurs van dit artikel deze opvallende stelling? Ze voegden er een voetnoot bij die refereerde naar een column uit 2009 in New York Times Magazine, die was geschreven door… Lisa Belkin.

Het is opmerkelijk dat bewijs over dit onderwerp zo zeldzaam is, dat academische tijdschriften afhankelijk zijn van opiniestukken in de lekenpers. Maar in dit geval beweerde de lekenpers juist dat de trend al een hoogtepunt had beleefd. Dat gold niet alleen voor Belkins column (‘Could the era of overparenting be over?’), maar ook voor een coverartikel uit Time (‘The Growing Backlash Against Overparenting’), dat werd geciteerd in een essay in een ander wetenschappelijk tijdschrift. Het laatstgenoemde essay begon met de ronkende stelling (die nogal dubbelop was) dat een ‘epidemie’ van overmatig ouderschap ‘de spuigaten uitliep’ – precies dat, wat volgens de eigen bronnen niet langer het geval was.

Dus wie heeft er nu gelijk? Voor zover ik kan overzien zijn er geen goede data die aantonen dat de meeste ouders te veel voor hun kinderen doen. Het is allemaal nogal schetsmatig en anekdotisch, en zoals bij veel aankondigingen van trends, ten dele zelfvoorspellend.

Joepie, er is weer een boek van Alfie Kohn vertaald! Heerlijk! Dit hebben we nodig: De mythe van het verwende kind.

Beeld: Jana Boekholt

Onvoorwaardelijk opvoeden is niet grenzeloos

GRATIS EDITIE KIIND

Lees Kiind stiekem lekker gratis. Download editie THUIS! Je ontvangt meteen ook de nieuwsbrief vol inspiratie - waarvoor je je ieder moment kunt uitschrijven.

Het is gelukt, we gaan een mail naar je typen! (check ook je spamfolder)

0