Beeld: Nelleke Bos

Twee moeders maken een baby. Hoe dan?

Meteen toen ik haar ontmoette, wist ik het: met jou wil ik kinderen. Dat we allebei vrouw waren, maakte het niet voor de hand liggend, maar daar maakte ik me toen maar even niet druk om. Dat kwam later wel. En inderdaad, toen je onze relatie serieus kon noemen, doken we in de wereld van het lesbisch ouderschap.

Lees zeker ook: Samen mama. En om voor te lezen: Bij mij thuis

De optie ‘seks met een man’ vinkten we uit. Iets met monogamie weet je wel. Dan houd je er genoeg over: IVF, IUI, ICSI, en ZI. Dit lekkere rijtje afkortingen krijgt ieder stel – of alleenstaande – met een ingewikkeldheid rondom vruchtbaarheid voor de kiezen. Mocht dat allemaal niet werken, dan zou pleegouderschap of adoptie ook in beeld kunnen komen. Voor ons was ZI (zelfinseminatie) het logische vertrekpunt. Zelfinseminatie betekent dat je thuis aan het knutselen slaat om het sperma in te brengen. Op het juiste moment in je cyclus, net als bij andere vrouwen, maar met als extra twist dat het sperma een omweg moet maken en je de bijbehorende man op tijd in huis moet halen. Of dat je het sperma op de juiste temperatuur moet houden terwijl het naar de plaats van bestemming reist.

Bouwen van een baby – de lesbische variant

Donor of vader?

Een groot verschil tussen ons als lesbisch paar en heterostellen met vruchtbaarheidsissues is, dat veel wensouders in een lesbische relatie stevig nadenken over het aandeel van de man. Voor een heteropaar waarbij het sperma van een donor moet komen, is het niet bepaald een vraagstuk of die donor dan als derde ouder in beeld komt. Het gaat om het voortplantingsmateriaal, de persoon zelf speelt geen actieve rol. 

Het idee van een vader voor ons kind sprak ons onwijs aan. Niet dat wijzelf niet genoeg zijn. Opvoeden met twee mensen is al complex genoeg qua besluitvorming, daar is heus geen vacature voor nog meer stemmers. En toch: in een huishouden met twee vrouwen vonden wij de meerwaarde van een opvoedende man heel logisch.

Wie oh wie

Op dat punt gekomen begint de reis pas echt. Want hoe vind je de vader voor je kind? Dat is eigenlijk altijd de hamvraag – zoveel verschil is er dan ook weer niet. En toch wel. Want de factor verliefdheid bepaalt in de meeste gevallen gewoon wie de andere biologische ouder van je kind wordt. En die verliefdheid zorgt ervoor dat je niet al te rationeel kijkt.

Daarnaast is de variatie aan vaderlijke inmenging enorm. Er zijn geroutineerde donors die je bij de spermabank kunt selecteren op allerlei aantrekkelijke kenmerken, maar wil je in meer of mindere mate een vaderfiguur voor je kind, dan kom je algauw uit op het fantastische Nederlandse platform Meer dan gewenst. Deze club zet zich in voor wensouders in alle soorten en maten. Homostellen, lesbische stellen, biseksuele wensouders, maar ook alleenstaanden met een kinderwens komen er op af. Je kunt er speed-daten en zo de ideale partner in je ouderschapsavontuur vinden. Spannond!

Vriend

Wij hadden onverwacht geluk. Nog voordat we bij Meer dan gewenst aan de slag gingen, meldde zich een vriend die al heel lang een kinderwens had, en hintte op een ‘samenwerking’ met ons. Zonder vaste relatie – en bovendien homo – was het er in zijn leven nooit van gekomen om vader te worden. We waren meteen enthousiast en algauw stond onze agenda vol met avonden gedrieën, om alles te bespreken.

Dromen vastleggen

Al is vertrouwen de basis voor elke relatie, we hoorden teveel emotionele en juridische drama’s om er licht over te denken. We bespraken alle thema’s die we konden bedenken: hoe gaan we om met onze verschillende posities in het hele verhaal? Er is een biologische moeder, een tweede moeder en een biologische vader. Wie heeft welke rechten? Wie erkent het kind? Wie heeft het gezag? Wie betaalt de dagelijkse kosten? Wat regelen we bij de notaris?

Hoe vaak gaat het kind de vader zien? Wat doen we met vakanties? En hoe nemen we besluiten over belangrijke zaken, zoals gezondheid, school, voeding en opvoeding? We wilden alle ruis eruit halen, dus schreven we alles op. Met je partner kun je oneffenheden nog wel eens oplossen met een dosis liefde, maar in een deal met drie ouders kun je maar beter helder zijn over alles, vonden wij.

wasbare luier

Lesbisch Ouderschap

Op het moment van baby bouwen hadden we in Nederland nog net geen Wet Lesbisch Ouderschap en was het de vraag of die wet erdoor zou komen (Spoiler alert: die wet kwam er. Precies 5 weken ná de geboorte van ons kind). Dat betekende dat je, wanneer je ongetrouwd was, zoals wij, als duomoeder het kind van je partner moest adopteren. De vader moest verklaren ‘niets’ van zijn kind te zijn. Een vreemde constructie die geen recht doet aan de relaties. Ik zei toen de wet inging dan ook tegen de NOS: “Het gaat voor mij over gelijkwaardigheid. Het is ook een erkenning dat je uit liefde een gezin bent en dat je niemand uitsluit, dat je geen groepen negeert.”

Sinds de wet Lesbisch Ouderschap er is, kun je als vrouwenstel makkelijker samen het ouderschap over je gezamenlijke kind regelen. In ons geval betekende het een bezoekje aan het stadsdeel, waar mijn vriendin haar zoon kon erkennen, precies zoals heterovaders dat doen. Omdat we de eersten van Amsterdam waren, gebeurde het feestelijk met een taartje bij de burgemeester.

De toekomst: meerouderschap? 

De vader komt er nu echter – nog steeds – bekaaid vanaf. Hij kan niets testamentair nalaten aan zijn kind – want die heeft hij officieel niet. Hij kan niet op vakantie zonder een stapel formulieren van de moeders mee te nemen. Hij kan niet naar de huisarts met zijn kind – de lijst is eindeloos. De volgende stap is dan ook de Wet Meerouderschap. In steeds meer gezinnen is er sprake van meer dan twee ouders die samen kinderen opvoeden. Denk ook aan het groeiend aantal samengestelde gezinnen.

Samen met andere meeroudergezinnen hopen we op een doorgang van deze nieuwe wet. Het zou de vader van ons kind de plek geven die hij verdient: een liefdevolle vader in het echt mag ook op papier zo heten.

Verdiep je verder:

Meer dan gewenst

COC – lesbisch ouderschap goed geregeld

Jongens en meisjes verschillen minder dan het lijkt

Bevallen is feministisch! In gesprek met Milli Hill