Beeld: Mirjam Hagendijk

Alle baby’s kunnen moedermelk krijgen

Veruit de meeste vrouwen willen hun baby borstvoeding geven. Hoe het nou precies zit, is moeilijk boven tafel te krijgen, maar er wordt vanuit gegaan dat 1 of 2% van de moeders geen borstvoeding kan geven.

Wat is dat eigenlijk, geen borstvoeding kunnen geven?

Medisch journalist, aankomend arts en lactatiekundige IBCLC in opleiding Lara Tauritz Bakker, die nu haar masteronderzoek doet naar het voorschrijven van domperidon ter bevordering van de lactatie, vertelt:

‘Kort gezegd zijn de definities zo: bij primaire lactatie-insufficiëntie is sprake van een melkproductietekort aan de kant van de moeder, met allerlei verschillende achterliggende redenen.

Dit kan bijvoorbeeld hormonaal zijn: als je te weinig prolactine maakt, of het verkeerde type prolactine, of bijvoorbeeld een probleem hebt in de insulinehuishouding of de schildklier, een achtergebleven placentarest, etcetera.

Het kan ook neurologisch zijn: als er bijvoorbeeld een probleem is met de zenuwverbinding tussen tepel en hypofyse.

Anatomisch kan ook: als er iets mis gegaan is in de aanleg van het klierweefsel of een ander essentieel onderdeel van de borst, of bijvoorbeeld als de borsten geamputeerd zijn vanwege borstkanker(risico).
Tot zover de primaire lactatie-insufficiëntie.

Bij secundaire lactatie-insufficiëntie maakt de moeder ook daadwerkelijk te weinig melk, maar is dit veroorzaakt door een probleem buiten het lichaam van de moeder. Bijvoorbeeld een verkeerde aanhaptechniek van de baby. Dit kan weer door een reeks aan oorzaken komen, bijvoorbeeld de nu nogal populaire – maar toch echt wel eens voorkomende – korte tongriem of te weinig aanleggen (door slecht borstvoedingsbeleid, of bijvoorbeeld omdat de moeder een gecompliceerde keizersnede moest ondergaan).

Met name secundaire lactatieinsufficiëntie kan ook ontstaan door simpel slecht borstvoedingsmanagement – zoals op de klok voeden, of te snel gaan bijvoeden. Als dat op een kritiek moment gebeurt in het proces van lactatie, kan dat leiden tot onoverkomelijke productietekorten, die je ook met eindeloos aanleggen en extra kolven met een goede kolf toch niet kunt oplossen. In al deze gevallen zou ik zeggen dat er sprake is van “dat het écht niet kan”.’

Besluiten dat borstvoeding belangrijk is

De secundaire redenen zijn redenen waarvan we collectief kunnen besluiten dat onze kinderen daar niet meer mee te kampen hebben door nu te investeren in goede borstvoedingszorg. Bijvoorbeeld door veel aandacht te besteden aan borstvoeding in de opleidingen tot huisarts, verloskundige en kraamverzorging. Door te besluiten dat borstvoeding zo belangrijk is dat we er alles aan doen om het te laten slagen: ouders meer verlof geven, lactatiekundige zorg te vergoeden in het basispakket, in te grijpen als moeders weggestuurd worden wanneer ze in de horeca voeden, kolven op het werk langer te ondersteunen, etcetera. Uiteindelijk zijn dit veelal besluiten die de politiek gewoon kan nemen.

Lees ook: Donormelk, heel gewoon

Bij de primaire redenen gaan we ervanuit dat ze niet op te lossen zijn. Deze moeders kunnen fysiek gezien geen borstvoeding geven of hun kind niet volledig voeden. We kunnen dat niet oplossen. Het blijft zo dat deze moeders hun kind niet zelf kunnen voeden. Het enige wat we kunnen doen is ervoor zorgen dat hun baby wél moedermelk krijgt. Door donormelk te geven. En dat gebeurt op grote schaal. Toen ik op Facebook vroeg wie er weleens donormelk gekregen heeft kwamen er veel reacties:

Esra:

‘Ik heb veel melk gekregen voor mijn dochter omdat ik zelf geen borsten meer heb.’

Marije:

‘Ik heb hypoplastisch borst syndroom en daardoor altijd te weinig melk. Ik heb bij mijn middelste melk gekregen van mijn lieve zusje en mijn lieve vriendin. Mijn derde heeft een hele poos de extra gekolfde melk gekregen van een lieve vriendin en nog wat van de verloskundige. Heel dankbaar daarvoor.’

Tamara:

‘De eerste dagen heb ik mamamelk van een vriendin gekregen omdat mijn productie nog niet op gang gekomen was. Daar ben ik nog steeds heel dankbaar voor.’

Nienke:

‘Omdat ik weinig tot vrijwel niets produceerde en m’n zoon maar bleef afvallen. Dankzij het netwerk kon hij toch een paar flesjes donormelk krijgen op een dag, met alle goede stofjes er in!’

Hanke:

‘Gekregen van een hele lieve vriendin. Ik kon geen borstvoeding geven vanwege vreselijke ontstekingen en haar kleintje dronk niet uit de fles. Wat een verschil was dat bij mijn meisje na een fles kunstvoeding of borstvoeding. Zo veel meer voldaan leek het wel.’

Aska:

‘Ik was na 4 maanden opnieuw zwanger waardoor mijn productie daalde. Zoon ging direct borst weigeren en ik kreeg te weinig bij elkaar gekolfd om hem te voeden.’

Tamara:

‘Mijn dochtertje van 3 weken lag in het ziekenhuis met een RSV-infectie en ik moest kolven zodat ze via een sonde voeding kon krijgen (ze was te ziek en te zwak om aan de borst te drinken). Echter door de stress kolfde ik niet genoeg en heb ik van een bevriende mama melk gekregen.’

Annemiek:

‘Ik heb mijn 3e dochter dankzij donormelk 9 maanden moedermelk kunnen geven. Zij had een open gehemelte en kon niet live drinken, kolven mislukte, ondanks 4 eerdere succesvolle borstvoedingsjaren. Nog altijd dankbaar voor mijn ‘melkmeisjes”

En wat blijkt? Donormelk wordt niet alleen gegeven bij écht niet kunnen voeden. We helpen elkaar gewoon graag, omdat het ouderschap er fijner van wordt:

Kimberley:

‘Ik heb donormelk mogen ophalen bij lieve moeders omdat ik niet kon kolven. Hierdoor kon ik toch af en toe iets voor mijzelf doen. Heel fijn was dat, zeker omdat ik wel gewoon live kon voeden en het niet zo noodzakelijk was.’

Als iedereen meekolft…

De meeste reacties op Facebook waren van vrouwen die zelf gedoneerd hebben:

Susanne:

‘Ik kampte met overproductie en mijn vriezer lag veel te vol. De lactatiekundige kende een vrouw die zelf geen borstvoeding kon geven maar wel hard op zoek was naar donormelk.’

AnneMarie:

‘Ik heb liters gedoneerd aan de moedermelkbank van het VUmc bij mijn eerste en tweede kindje.’

Janine:

‘Onze vriezerla lag nog behoorlijk vol en zoonlief dronk geen flesje meer bij oma, wel bleef ik als hij een dagje bij oma was kolven, dus er kwam steeds meer voorraad. Via een fb groep iemand kunnen vinden (uit Verwegistan) die het op kwam halen. Weggooien doen we natuurlijk niet!’

Frederike:

‘Onze middelste dronk niet goed uit de fles en ik kolfde best veel als ik werkte.’

Kunstvoeding is niet het eerste alternatief op borstvoeding

Waarom? Veel vrouwen schrijven dat het ze een goed gevoel gaf iets te kunnen doen omdat ze weten hoe belangrijk borstvoeding is. Borstvoeding ís ook heel belangrijk. Daarover schreef ik in het stuk ‘De borstvoedingsmaffia bestaat niet‘. We gaan niet doen alsof het allemaal niet uitmaakt. Het maakt uit. Zoals de WHO (wereldgezondheidsorganisatie) zegt is kunstvoeding niet het alternatief van borstvoeding. Dit is het rijtje:

Met stip op 1: Borstvoeding van de eigen moeder (moedermelk vanuit de borst gedronken)

2: Moedermelk van de eigen moeder (wel moedermelk, niet vanuit de borst gedronken)

3: Moedermelk van een andere moeder (donormelk)

4: Kunstvoeding

Stel dat het percentage, die 2% die niet kan voeden, klopt. Als iedere vrouw die prima kan kolven, een keer per week een extra bakje zou kunnen kolven voor een andere moeder. Dan zijn we er toch? Dan is er genoeg moedermelk voor álle kinderen.

Hoe kom je aan donormelk?

Het moedermelknetwerk is ontstaan nadat Yvon Noordermeer – nu vroedvrouw, toen nog niet – in 2004 op het forum Eurolac haar ‘haren uit haar kop trekkende verdriet’ deelde: ze kon haar kind niet volledig zelf voeden en vroeg zich af waarom er geen moedermelknetwerk was. Chella Verhoeven – nu lactatiekundige IBCLC – is dit toen gestart. Via het moedermelknetwerk kun je melk doneren en vragen. Het moedermelknetwerk is ook actief op Facebook.

En ook naast het moedermelknetwerk wordt veel melk gedeeld. Met zussen, vriendinnen of onbekende stadsgenoten. Ikzelf kolfde voor een bevallingscursusgenoot die ernstig ziek was toen er een oproepje verscheen in mijn timeline: een pasbevallen moeder lag in het ziekenhuis bij mij om de hoek zonder genoeg melk. Toen heb ik een potje van mezelf (niet teveel, ik kolfde immers voor een andere baby) gepakt, naar een pasbevallen kennis van me gefietst die ook een potje had en met die twee potjes naar het ziekenhuis gefietst. Op Facebook werd geregeld dat de dag erna anderen melk zouden brengen. Dit is allemaal op basis van vertrouwen gegaan. Het bloed van een moeder die via het moedermelknetwerk doneert, wordt eenmalig getest.

Ook bestaat er een moedermelkbank. Deze is van het Vu medisch centrum. Ook hier wordt de moeder getest op ziektes.

150 liter melk

Meer over Yvon Noordermeer. Ze kan haar kinderen niet volledig zelf voeden. Toch kregen haar laatste drie kinderen geen druppel kunstvoeding:

‘Als ik zelf voed, voed ik met hulpset. De andere verzorgers oefenen ook met de fles als ik er niet ben. Dat is zeldzaam. Bijvoorbeeld bij geboorte of als ik net in een moeilijk gesprek of vergadering zit. Ik geef minder dan 200cc aan donormelk bij per dag. Daarnaast slik ik Domperidon om mijn eigen productie hoog genoeg te houden.

Het was een zoektocht via 4 lactatiekundigen en met een ondervoed oudste kind. Ik heb hypoplastische ofwel tubulaire borsten. Een aanlegfout.

Mijn tweede kind kreeg kunstvoeding via de hulpset. Donormelk was toen een onbekend fenomeen. Pas bij kind 3 startte het moedermelknetwerk. Ik ben toen nog actief geweest met de initiatiefnemer om het netwerk publiciteit te bieden.

Ik ben die donoren echt onbeschrijfelijk dankbaar. 3 baby’s, en ik had meestal een maand of 9 borstvoeding nodig. Dat is zo’n 50 liter per kind schat ik in. Als ik zelf kolf, kolf ik hooguit 20cc. Ik heb zo’n ontzag voor al die kolfsessies. Ik ben zo dankbaar dat ze me hielpen allergieën te reduceren en de kans op ziek worden nog kleiner maakten.’

5 tips van Yvon:

  1. Schakel snel een lactatiekundige in en laat een analyse doen.
  2. Zorg ervoor dat er gekeken wordt naar je anatomie als niets lijkt te werken.
  3. Volhouden. Zeker als je veel moeite moet doen, kan je omgeving je willen helpen door te zeggen dat je misschien beter kunt stoppen. Dit doen ze omdat ze bezorgd om je zijn. Weten waar je het voor doet en steun zoeken bij vrouwen die ook weten waarom je ervoor gaat is belangrijk.
  4. Gebruik Domperidon.
  5. Tijdens de zoektocht kun je aanvullen met iets dat bij je past. Neem contact op met het moedermelknetwerk.

Tot slot: In Nieuwsuur werd gewaarschuwd voor het gebruikmaken van ongecontroleerde donormelk in Facebookgroepen. Lara Tauritz Bakker zegt hierover:

‘Ik zie het liefste dat aanbod en vraag elkaar via Moedermelknetwerk of eventueel Moedermelkbank vinden. Omdat er dan toch enige controle is. Al denk ik dat de bloedtesten misschien niet per se nodig zijn als de bloedtesten tijdens de zwangerschap nog recent genoeg zijn. Dit ter beoordeling van de organisatie achter het Moedermelknetwerk. Bovendien heb ik destijds met hoogleraar Humane Lactatie Peter Hartmann overlegd over het pasteuriseren. In zijn optiek was de situatie bij gezonde donormoeder en gezonde donor- en vraagkinderen, als de moeders elkaar kennen en ontmoeten zo, dat pasteuriseren uiteindelijk minder opbrengt dan het kost (wat betreft gezondheidsvoordelen). In die situatie adviseerde hij rauw gebruik.

Ik vind het spijtig dat er nu opeens zoveel lawaai gemaakt wordt over het informele melkdelen via sociale media. Liever zie ik de aandacht gaan naar de (besloten, je moet daarvoor door een bepaalde keuring) facebookgroep van het Moedermelknetwerk. Sociale media staat niet gelijk aan onveilig. Als moeders elkaar vooraf al kennen – vriendinnen of familie – kan wellicht volstaan worden met informeren en het beantwoorden van de vragenlijst, vergelijkbaar met de vragenlijst van de bloedbank. Dergelijk melkdelen is overigens iets van alle tijden, vanaf het ontstaan van de mens.’

Bij deze aandacht voor die handige groep! Lees ook het artikel van Lara Tauritz Bakker in het Tijdschrift voor Verloskundigen: Donormelk in Nederland

Donormelk, heel gewoon

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren