Beeld: Jannie Spruit

Is bewust opvoeden alternatief?

‘Ja maar, jullie zíjn ook alternatief’ zei mijn buurvrouw. Ik had net mijn verbazing uitgesproken dat er zo tegen “ouders waarin wij ons herkenden” werd aangekeken. Natuurlijk, mijn vrouw en ik maken heel bewust keuzes in ons ouderschap en de manier waarop we met onze kinderen omgaan. Dat betekent dat we ons leven momenteel bewust hebben ingericht rondom onze kinderen, inclusief de inhoud van onze agenda en de ruimte van ons huis.

We merken heus wel dat het inrichten van ouderschap en opvoeding naar een bepaald idee, niet heel gangbaar is in onze tijd. Idealistisch zou ik het dus wel durven noemen, het houdt ons bezig. Maar ‘alternatief’? Dat gaat in de richting van een scheiding tussen ons en ‘de rest’ die ik niet ambieer. Hoewel ik hem helaas soms wel ervaar. Zelfs met mijn eigen buur dus.


Ik wil geen scheiding tussen ons en de rest

Keuzes maken verschil

Ik wil geen scheiding tussen ons en de rest. Ik zie wel een verschil tussen onze weg in het ouderschap en die van anderen. We baseren ons op andere informatie.

Mijn vrouw en ik hebben in het begin van ons ouderschap zelf informatie gezocht om onze keuzes te maken. Je doet dat, als je je als pasgeboren ouders zorgen maakt en Google kent. Bovendien heb je vanwege zwangerschapsverlof tijd over als je kind slaapt. Op onze zoektocht kwamen we uit bij het belang van veilige hechting voor het levensgeluk van je kind, en de manieren waarop je daar als ouders een rol bij kunt spelen. Dat sprak ons aan, ons hoofd en ons gevoel. Je kind zoveel mogelijk bij je houden (een diep verlangen) bleek niet slecht of schadelijk, maar zelfs goed voor de hechting. En wat is er nu fijner om je kind te mogen troosten (met de borst) als het huilt: je kunt wat doen! Hoe comfortabel is het om je kind bij je op de kamer of zelfs bij je in bed te laten slapen en er ’s nachts niet uit te hoeven: zonder gevaar je kind te bederven. Je zou het zelfs ideaal kunnen noemen! Omgaan met je kind vanuit het ideaal van een gelukkig kind én gelukkige ouders.

Anderen doen het met andere informatiebronnen. Er zijn zat boeken en websites die het thema hechting niet centraal stellen. En ook in de zorg wordt, zo lijkt het, de redenering gebruikt dat een pasgeborene zich moet voegen in een voor de ouders zo comfortabel mogelijk stramien. Dit betekent voeden op schema, “zelf leren slapen” (al dan niet huilenderwijs) in het eigen bed, en leren slapen in de slaapkamer (bij de primaire hechtingsfiguur (moeder) uit de buurt).

Mijn informatie is beter?

Wat in de laatste regels hierboven tussen haakjes staat, vinden sommigen blijkbaar minder belangrijk. Voor ons is het daarentegen fundamenteel.

Wij vinden hechting zo belangrijk, dat we onze keuzes daarop baseren. Waarom eigenlijk? Is het toeval? Waren wij op dat forum over borstvoeding en hechting terechtgekomen als we geen problematische start hadden gehad? Zouden we het zo belangrijk zijn gaan vinden als we ons niet met behulp van dat forum door de moeilijke eerste maanden heen geworsteld hadden? Die vragen stellen is wel zo eerlijk, geen blind idealisme alsjeblieft. Dat hebben we dan ook veel gedaan. We hebben ook gezocht naar objectieve informatie die onze voorkeur zou ontkrachten. Bevestiging vinden is immers makkelijk genoeg.

Wat bleek: het belang van veilige hechting wordt in wetenschappelijke publicaties overal onderstreept en nergens gebagatelliseerd. De manier waarop je die tot stand brengt? Door je jonge kind nabij te zijn, onnodige stress te beperken, oog te hebben voor zijn behoeften en daarop te reageren. En niet lichamelijk of psychologisch intrusief te handelen naar je kind.

Waarom zou je het dus niet doen? Waarom maak je een andere keuze?


Het gebeurt wel vaak, maar het is niet normaal 

Het onvermijdelijke wij en zij

Toch zijn er veel ouders die het anders doen. Ik voel er wat bij als ik jonge kinderen lang hoor huilen en als ik ouders op dreigende toon tegen hun kinderen hoor praten. Het voelt niet goed. En op grond van wat ik weet, kan ik ook alleen maar concluderen dat het niet goed is. Het gebeurt wel vaak*, maar het is niet “normaal”, in die zin dat het niet de norm zou moeten zijn. Zo voelend en denkend ontstaat dan bij mij onherroepelijk een wij-zij gevoel: ik doe het anders en denk, voel, weet dat dat beter is.

Ik vind dat ik even verantwoordelijk ben voor het geluk van de kinderen van een onbekende man aan het andere eind van het land: onze kinderen zijn onze toekomst, zijn kinderen erven samen met de mijne in de toekomst ons land. Toch ben ik voorzichtig om mijn gevoel te uiten. Waarom? Omdat… iets met vrijheid denk ik, de ruimte gunnen aan anderen die ik zelf ook verlang (al twijfel ik wel eens ten koste waarvan). Omdat mijn ideaal vooral over mijn eigen kinderen gaat, los van de wereld om ons heen. Omdat mijn gevoel uiteindelijk mijn gevoel is, en niet een ander moet bedwingen.

Maar ook ‘zij’ maken van ‘ons’ een ‘wij’. Zij die de wenkbrauwen fronsen bij wat wij met onze kinderen doen, of juist vaak niet doen (zo relaxed als we zijn). Zoals ‘zij’ een gevoel in ‘ons’ wakker maken, gebeurt dat blijkbaar ook andersom. Waardoor er wederzijds onbegrip is. Dat heb je blijkbaar met idealen.

Een schiereiland

In ‘Bevlogen of belast?’ beschrijft Paulien Bom haar interviews met kinderen van idealistische ouders. Het gaat in dat boek om de gevolgen van politiek en maatschappelijk idealisme van ouders op opgroeiende kinderen, een wat ander soort idealisme dan ik hier beschrijf. Ze gebruikt aan het einde van haar boek wel een heel mooi en bruikbaar beeld. Van schrijver Amos Oz. Het is het beeld van een eiland.

Onder invloed van je ideaal, van de eigen keuzes die je maakt, kun je op een kleiner of groter gebied van je leven en samenleven op een eilandje terechtkomen. Er is afstand tussen het eiland en andere eilanden, groepen mensen met andere ideeën. Of als je tegenover een meerderheid staat: afstand tot het vasteland.

Oz wil idealisten niet van hun eiland verdrijven, maar pleit wel voor een schiereiland. Er moeten verbindingen zijn met andersdenkenden. Daar ben ik het wel mee eens. We bewonen immers dezelfde wereld en leven naar dezelfde toekomst toe. Dat betekent in de praktijk: niet in de aanval gaan wanneer een ander er anders over denkt, maar nieuwsgierig en vanuit empathie vragen naar het waarom. Anderen niet mijn ideaal door de strot duwen maar geduldig wachten op een wedervraag. En dan ook voor mijn eigen keuze mogen staan.

Geconfronteerd met mijn eigen idealisme (-light?) realiseer ik me dat ik me niet alternatief voel. Maar wel zie dat er een alternatief is. En ik vind het jammer om dat hier te relativeren. Te zeggen ‘dit is slechts mijn waarheid’. Hier sta ik voor. Maar ik sta ook open, voor als je met betere alternatieven over de brug komt.
[*] “Duizend Hagenaars is in 2008 gevraagd wat ze ‘te veel verwennen’ vinden. Twee derde van hen vond het telkens oppakken van baby’s als ze huilen te verwennend. Maar baby’s troosten is juist nodig [voor goede hechting]” las ik in de Opvoedingscanon (2010) p. 133

Bronnen over hechting

Artikelen

Tijdschrift voor psychiatrie (onveilige hechting en de gevolgen daarvan)

Rien Verdult (hechting ontwikkelt zich vanaf het prenatale stadium, sensitief responsief ouderschap is bevorderlijk)

Boeken

Sue Gerhardt, Why Love Matters (2014/2004)

Jill Bergman, Hold Your Prem (2010)

Darcia Narvaez (ed.), Evolution, Early Experience and Human Development (2012)

Het boek van Amos Oz heet ‘Hoe genees je een fanaticus’ (2007)

Paulien Bom publiceerde ‘Bevlogen en belast, over het wel en wee van opgroeien met idealen’ (2014)