Marije Denekamp
Beeld: Marije Denekamp

Bijvoeding vanaf 6 maanden

Bijvoeding vanaf vier maanden, kan dat? Als je net een baby hebt, blijkt er een hele wereld te bestaan waar je voor die tijd geen weet van had. Van rompertjes en luierklemmetjes en besluiten wanneer je voor het eerst vaste voeding gaat geven. Over die eerste zul je niet snel ruzie krijgen, maar over die laatste bestaat nogal wat discussie. Want wat is nu – buiten wat je schoonmoeder ervan vindt – het beste moment om bijvoeding te geven?

 

Maar op het potje staat ‘vanaf 4 maanden’. Dat zetten ze er toch niet op als het niet zou kunnen? En hij wil het echt heeeel graag!

 

Invalshoek

Je kunt dit vraagstuk vanuit veel invalshoeken benaderen: sociaal, motorisch, schoonmoedertechnisch… zelf bekijk ik het graag lichamelijk. Dat is immers relatief objectief: het lichaam van je baby is of wel of niet ver genoeg ontwikkeld om op een veilige manier voedsel te ontvangen. Het is geen kwestie van interpretatie (zoals sociale factoren dat zijn).

En lichamelijk gezien is je baby pas toe aan vaste voeding vanaf zes maanden. Dat wil niet zeggen dat er iets magisch gebeurt op de dag dat hij zes maanden wordt, maar wel dat de lichamelijke ontwikkeling van mensenbaby’s tot het punt dat ze in staat zijn om vaste voeding te verwerken, gemiddeld zes maanden (na een à terme-geboorte) in beslag neemt. Het kan best zijn dat het bij jouw baby zes maanden en een week duurt. Of vijf maanden en drie weken. Maar geen vier maanden.

Lekke darmen

Als een baby geboren wordt, zijn zijn darmen ‘lek’. Nee, er zitten geen gaten in – maar toch laat de darm nog teveel door. Tussen de cellen van de darmwand zitten kleine verbindingen (tight junctions). Die verbindingen zorgen ervoor dat er niet al te grote brokken voedingsstoffen doorgelaten worden en dat alle voedingsstoffen eerst netjes verteerd worden voordat ze worden opgenomen. Zo zorgt je lichaam ervoor dat er bijvoorbeeld alleen losse aminozuren worden opgenomen, maar geen hele eiwitten.

Iedere baby wordt geboren met onrijpe tight junctions. Dat moet ook, want in de moedermelk zitten stoffen (zoals immuunglobulinen) die onveranderd moeten worden doorgelaten zodat de baby ze kan opnemen en gebruiken. De moedermelk is hier ook helemaal op afgestemd: het bevat verder namelijk alleen goed voorverteerde voedingsstoffen die zó door mogen naar de bloedbaan van de baby. Bovendien legt moedermelk een beschermend laagje over de darmwand van de baby, waaronder de tight junctions veilig verder kunnen rijpen. Perfect geregeld!

Ontstekingen

Maar aan dit systeem zit ook een kwetsbare kant. Als je te vroeg vaste voeding introduceert, zijn de tight junctions nog niet uitgerijpt en houden ze de voedingsstoffen niet goed tegen. Er komen dan heus geen hele stronken broccoli in het bloed van je baby – maar misschien wel hele eiwitten in plaats van netjes afgebroken aminozuren. Hele eiwitten geven direct een alarmbel voor het immuunsysteem. Virussen en bacteriën bestaan immers ook uit eiwitten!

Komt er een eiwit in de bloedbaan terecht, dan trekt het immuunsysteem er met gillende sirenes op uit om de ‘indringer’ een kopje kleiner te maken. Dat doet het onder andere met ontstekingen. Niet zoals een keelontsteking of een puist op je neus, maar heel ongemerkt. We noemen dit ook wel laaggradige of micro-ontstekingen. Ze zijn een normaal en gezond proces en onderdeel van je afweer. Maar: als er teveel ontstekingsactiviteit is, kunnen ze beschadigingen toebrengen aan weefsels.

En dat is precies wat we zien gebeuren: bij onderzoek onder baby’s die met drie à vier maanden al bijvoeding kregen, bleek een hogere kans te bestaan op de ontwikkeling van ademhalingsproblemen en darmontstekingen [1,2], eczeem en andere huidaandoeningen [3], en overgewicht [4]. De ontstekingen, veroorzaakt door het ten strijde trekkende immuunsysteem, brengen schade toe aan de weefsels. Gebeurt dat op grote schaal, dan kunnen daar dus daadwerkelijk klachten door ontstaan.

Voorkomen is beter dan genezen

Nu is dit geen veroordeling als je eerder bent begonnen met bijvoeding. Veroordelen lijkt me sowieso niet erg nuttig, en bovendien niet erg lief. Het is ook niet zo dat je kind al deze aandoeningen zal ontwikkelen als jij eerder begint met de bijvoeding. Er staat niet voor niets: ‘verhoogt de kans op’. Maar daarmee is het wel belangrijk dat jonge ouders weten dat er risico’s verbonden zijn aan te vroeg starten met bijvoeding. En geen risico’s aan even wachten tot zes maanden. Dat maakt de keuze makkelijker, toch?

Je leest wel eens dat er onderzoeken zijn die adviseren om juist met vier maanden al te beginnen, omdat kinderen anders allergieën kunnen ontwikkelen. [5,6] Maar het onderzoek waar dan naar wordt verwezen, zegt dat je tussen 4 en 6 maanden moet beginnen – niet dat 4 maanden beter zou zijn dan 6 maanden. Bovendien: aandoeningen als coeliakie kunnen waarschijnlijk niet worden voorkomen door later bij te voeden, maar wel worden uitgesteld – en dat kan heel waardevol zijn. [7,8] Mijn advies, gebaseerd op de rijping van de darmen (en de ontwikkeling van het immuunsysteem) is dus om meer aan de zes-maanden-kant van deze marge te gaan zitten dan aan de 4-maanden-kant.

Bijvoedingssignalen

‘Maar hij is er echt aan toe!’ is een veelgehoorde uitspraak, meestal gebaseerd op baby’s die naar het eten van mama grijpen, die van alles in hun mond stoppen of die gillen omdat ze niets krijgen aan tafel. Maar een baby grijpt ook naar een hondendrol, steekt net zo makkelijk je sleutels in zijn mond en is er in alle opzichten op gericht om volwassenen na te doen – dus wil hij ook eten. Dat wil niet zeggen dat dat ook de beste optie voor hem is; een hondendrol en je sleutels zou je immers ook uit zijn handjes peuteren.

Echte bijvoedingssignalen zijn: zelf rechtop kunnen zitten en het hoofd goed rechtop kunnen houden (dat helpt overigens ook nogal om te zorgen dat ze zich niet verslikken bij het eten), de motoriek om eten te kunnen pakken en zelf naar de mond te brengen, het verplaatsen van de kokhalsreflex (van voor in de mond gaat die langzamerhand verder naar achteren) en de ontwikkeling van tandjes. Die ontwikkeling verschilt nogal per kind. Maar er zijn niet veel kinderen die met vier maanden al helemaal rechtop aan tafel kunnen zitten – zonder ondersteuning van een kinderstoel-inbouw – en zelf voedsel kunnen pakken en opeten. Niet voor niks!

 

Verder lezen over bijvoeding:

No nonsense guide voor het introduceren van vast voedsel – De groene vrouw

Eten voor de kleintjes – Stefan Kleintjes

Fact checking kan hier:

[1] Cochrane review ‘Optimal duration of exclusive breastfeeding, 2007

[2] Duijts et. al. Prolonged and Exclusive Breastfeeding Reduces the Risk of Infectious Diseases in Infancy. Erasmus universiteit, pediatrics 2010

[3] Tarini et.al. Systematic Review of the Relationship Between Early Introduction of Solid Foods to Infants and the Development of Allergic Disease. Arch Pediatr Adolesc Med. 2006;160(5):502-507

[4] Kries et.al. Breastfeeding and obesity: a cross sectional study. BMJ 1999; 319(7203):147-50

[5] wij.nl/baby-info
[6] ncj.nl/programmalijn-kennis

[7] borstvoeding.com/bijvoeding
[8] chriskresser.com/does-early-introduction-of-gluten-prevent-celiac-disease-in-kids

Nienke Gottenbos alias De Groene Vrouw alias De Poepdokter schrijft dit en veel meer zinnigs, zoals Gezond van mond tot kont. Je vindt haar hier.

Dit artikel schreef zij voor ons Lentenummer ‘Groei’. Precies. Met diezelfde lekkere broccolibaby op de cover.

De nieuwe Schijf van Vijf borduurt voort op oude inzichten