Toen ik een dochter kreeg, werd ik opgezadeld met het ‘hoenoemenwedatdaar’-dilemma.

Jongens hebben een piemel. Niets mis mee. Als ze klein zijn heet het een piemel en wanneer ze volwassen zijn heet het een piemel. Het is goed woord. Keurig en niet kinderachtig.

Meisjes hebben een niet-piemel.

Eigenlijk zouden we dat het liefste zeggen. Sterker: het wórdt gezegd tegen kinderen: ‘Ja, jij hebt een piemel. Nee, Ayla niet.’ De meeste termen die er voor bedacht zijn omschrijven de boel een beetje. Meer niet. Wat zou daar achter zitten? Vinden we het dan zó erg om het bij de naam te noemen?
Het past misschien ook wel bij de kern van de zaak: een piemel kun je goed zien, maar meisjes zijn wat verborgener georganiseerd. Dus zoeken we naar woorden.
Moet het een beetje netjes? Frappant genoeg hebben die woorden bij mij nog de smerigste connotatie: Doos. Iets waar je iets in doet. Die associatie hoeft van mij nog niet.

Spleetje dan? Yuk.
Gleuf. Nog yukker.
En de ergste: voorbillen! Dat is het antwoord op alles schaamtes bij elkaar. Voorbillen.

Anderen zijn creatiever: ik ken een meisje met een tata. Niemand snapt wat ze bedoelt. Of een tum. Waarom? Poes, da’s pas verwarrend.

Daarom kiezen veel mensen voor ‘plasser’. Maar ook dat is geen benaming. Het is een omschrijving. Jongens hebben ook een plasser.

Het kan mij ook te plat. Kut of kutje is bezoedeld. Je zegt waar het op staat, maar je stuit ermee op weerzin bij anderen, en dat is voor je kind niet prettig.

Dus. Alles plussen en minnen afgewogen hebbende, gebruik ik het woord ‘vagina’. De officiële term die je als kind niet meer hoeft af te leren wanneer je ouder wordt. Hoewel, het zou eigenlijk vulva moeten zijn, als we het toch officieel aanpakken. Maar dat is te medisch.

Is dat zo? Het is ook maar een woord. Vulva. Vulva. Vulva vulva vulva. Vanillevla, baklava, navel, vulva. Het klinkt eigenlijk best leuk. Voor kinderen gemakkelijk te leren. Kun je navel zeggen, dan kun je ook vulva zeggen. Vulva en piemel. Past bij elkaar.

Zullen we het zo afspreken?

(Voor-)leestip

Dan Höjer, Het vrolijke vaginaboekje
Dan Höjer, Het kleine piemelboek

Column: Lachen over seks

0