De borstvoedingsmaffia bestaat niet

Borstvoedingsmaffia. Het stomste woord van de eeuw. Het enige woord dat van mij verboden mag worden. En ‘gezellie’, misschien. En ‘theetje’, maar dat is een ander verhaal.

Als er iets is wat moeders en baby’s zou kunnen helpen, dan is het wel dat we méér stelling zouden innemen over borstvoeding. Niet minder. Ik zou in ieder geval willen dat ik zelf stelliger durfde te zijn.

Opstartproblemen bij borstvoeding

Ik werd daar opnieuw mee geconfronteerd toen een lieve kennis onlangs een baby kreeg. De borstvoeding ging meteen al niet goed. Volgens de kraamhulp was dat logisch, omdat de bevalling zwaar geweest was. En hup, er werd al snel kunstvoeding bijgehaald door de zorgverlener. Anno 2016. Ik vind dat onbegrijpelijk, want het is onnodig. En niet alleen onnodig, maar ook slecht voor de darmpjes van de baby en slecht voor de melkproductie van de moeder. En dus slecht voor de kans dat de borstvoeding zou slagen.

Borstvoeding is een kwestie van vraag-en-aanbod: door te drinken stimuleert een baby de melkproductie. En die melkproductie wordt vooral de eerste weken aangemaakt. Kunstvoeding kan dat hele proces in een oogwenk om zeep helpen.

Bemoeizuchtige langvoeder

Het hield me heel veel bezig. Ik wist dat als niemand zou helpen, de borstvoeding heel snel afgelopen zou zijn. Iedereen is anders, er zijn geen regels voor hoe je het beste hulp aanbiedt. In je kraamtijd ben je op je kwetsbaarst en dat weet ik. Dus wat doe je dan? Iemand die met hetzelfde dilemma zat vroeg zichzelf af: Ben ik de goede vriendin die luistert? Of ben ik de héle goede vriendin die, ondanks dat ik weet dat een kraamvrouw er niet op zit te wachten, blijft hameren op wat goed voor haar en haar baby is? Ze koos voor het eerste. En ik ook. Het voelde niet goed, maar de andere optie ook niet. Een paar weken later was de borstvoeding gestopt.

Zoals Celia Ledoux schrijft in De Morgen: ‘Zo komt het dat massa’s verdrietige moeders geloven dat ze mislukken, terwijl de zorg heeft gefaald. De moeders zijn in de waan dat ze niet genoeg melk hebben of niet deugen als moeder, terwijl de hulp tekortschoot.’

En: ‘De meeste vrouwen krijgen de kans niet om de mythes te ontkrachten. Die wordt hen afgenomen, door loze promotie, een ontoereikend marketingkader dat hen met flesvoedingsfolders bombardeert, een gebrek aan automatisch geboden steun.’

Borstvoedingsmaffia is geen bestaande groep

En dát maakt me zo verdrietig. En juist daarom steekt het me dat nog geen week later – in de Wereldborstvoedingsweek nota bene! – de zogenaamde ‘borstvoedingsmaffia’ weer genoemd werd. Iets niet-bestaands. Hier een groep van te maken is polariseren. Alsof er een tweedeling bestaat: de moedermelkvoedende moeders aan de ene kant en poedermelkvoedende moeders aan de andere kant. Laten we dat niet doen, alsjeblieft.

Voeden op verzoek – óók met de fles

Borstvoedingsmaffia. Als ik in Facebookgroepen kijk zie ik vooral moeders met kennis over borstvoeding die op hun tenen om de hete brij heen draaien, want oh wee als je zegt dat kunstvoeding minder goed is. We moeten immers iedereen in z’n waarde laten?

De zorg voor borstvoeding verbetert zodra we de feiten hardop mogen uitspreken

En dat is juist het probleem. Zolang we blijven zeggen dat borstvoeding ‘natuurlijk beter is’ en ‘een kind op kunstvoeding ook groot wordt’ (wat waar is!), dan verandert er niets. En het is belangrijk dat er wél iets verandert.

Borstvoeding is de norm

Kunstvoeding is namelijk minder goed dan borstvoeding. Het is inferieur. Dat maakt me geen borstvoedingsmaffia, dat maakt me iemand die informatie geeft. Borstvoeding is niet ‘beter’. Zoals lactatiekundige Gonneke van Veldhuizen-Staas zegt: ‘Borstvoeding is niet beter of gezonder dan kunstvoeding, het is de biologische norm. Bij statistiek begin je met een nulwaardebepaling. Borstvoeding is de 0. En in geen enkel onderzoek komt kunstvoeding boven de nul uit. Met andere woorden: de resultaten bij kunstvoeding zijn hooguit gelijk aan, maar meestal minder dan de 0. Met andere woorden: kunstvoeding is altijd tweede keus.’

Kunstvoeding is minder goed voor je baby

Gezegd wordt: ‘Minder kans op borstkanker, allergieën, middenoorontstekingen, luchtweginfecties jeugddiabetes en zwaarlijvigheid bij borstvoeding.’ Oftewel: ‘Méér kans op borstkanker, allergieën, middenoorontstekingen, luchtweginfecties, jeugddiabetes en zwaarlijvigheid bij kunstvoeding.’

Gezegd wordt: ‘Borstvoeding bevat precies de juiste samenstelling aan voedingsstoffen voor je baby.’ Oftewel: ‘Kunstvoeding bevat níet precies de juiste samenstelling aan voedingsstoffen voor je baby.

Gezegd wordt: ‘Baby’s die borstvoeding krijgen, ontwikkelen in hun latere leven minder vaak diabetes, hartaandoeningen, eczeem, astma en andere allergische aandoeningen.’ Oftewel: ‘Baby’s die kunstvoeding krijgen, ontwikkelen in hun latere leeftijd váker diabetes, hartaandoeningen, eczeem, astma en andere allergische aandoeningen.’

Feiten over borstvoeding

Deze lijst wordt veel langer als ik alle (bekende) feiten onder elkaar zou zetten. Doordat het hele onderwerp met de mantel der liefde bedekt wordt, lijkt het voor aanstaande moeders alsof ze actief een bewuste keuze moeten maken tussen de gelijkwaardige opties borstvoeding en kunstvoeding. In ouderschapsbladen staan lijstjes met voor- en nadelen van borstvoeding. In geen enkel blad heb ik zo’n opsomming gezien die recht doet aan de harde feiten. Ook op borstvoeding.com (nota bene de website die het meeste voor ‘borstvoedingsmaffia’ wordt aangezien) staat een lijst met 101 redenen om borstvoeding te geven. En niet een lijst met de 101 redenen om geen kunstvoeding te geven.

Het ligt allemaal zo gevoelig. En ik snap dat! Geen enkele ouder die kunstvoeding geeft wil dat haar kind eczeem krijgt. Geen enkele moeder die zich door de eerste weken borstvoeding heen worstelt, uitgeput is en poedermelk geeft, wil dat haar baby diabetes ontwikkelt.

Het gaat niet over moeders

We moeten niet met vingertjes wijzen naar moeders die wel borst geven of geen borst geven. Geen: ‘Ze gaf te snel op’ en geen: ‘borstvoedingsmaffia’. Het feit dat vrouwen verdrietig worden omdat de borstvoeding mislukt is, maakt mij verdrietig. Ik hoor net zoveel vrouwen vertellen dat ze zich schamen om een fles te geven in het openbaar – ‘straks vinden mensen me een slechte moeder’ – als ik vrouwen hoor die zich schamen om de borst te geven in het openbaar – ‘misschien vinden mensen het obsceen en word ik weggestuurd’. Wat is daar voor raars aan de hand?

Het schuldgevoel wordt je niet aangepraat door degene die informatie met je deelt. Het komt niet van een lactatiekundige of langvoedende moeder. Schuldgevoel is wat je zelf voelt. Schuldgevoel kan een ander niet wegnemen. Het verdriet over het niet slagen van de borstvoeding kan niet weggenomen worden. We zouden met z’n allen wel kunnen voorkomen dat borstvoeding zo váák niet slaagt.

De zorg rondom borstvoeding kunnen we samen verbeteren

Laten we er samen, als moeders onder elkaar, voor zorgen dat voor komende generaties de zorg rondom borstvoeding beter – wat zeg ik? Optimaal! – wordt. Misschien nog voor onszelf, maar anders voor onze vriendinnen, zussen, nichtjes en uiteindelijk onze dochters en kleindochters. En dat begint bij de feiten hardop mogen uitspreken.

Langvoeden – gek of gewoon?

Want zodra gezegd mag worden dat kunstvoeding minder goed is dan borstvoeding, verandert de zorg. De huidige situatie is deze: Goed voorbereide ouders weten waar ze voor opkomen. Waarom ze dat flesje dat de kraamhulp zo goedbedoeld klaarmaakt weigeren. Dat ook die éne fles kunstvoeding in de kraamweek al een negatieve invloed heeft op de darmrijping van je baby. Waarom ze niet op de fles overstappen, omdat ook na zes maanden borstvoeding belangrijk is Als de informatie alomtegenwoordig is, dan kan iedereen goed voorbereid zijn.

Zorgverleners hebben scholing nodig

Borstvoeding geven zou niet iets moeten zijn waar je een studie van gemaakt moet hebben om het te laten slagen. Behalve door zorgverleners. Zorgverleners, behalve lactatiekundigen, zijn magertjes geschoold over borstvoeding. Op dit moment heb je ‘geluk’ als je een zorgverlener treft die zich goed heeft laten voorlichten, en ‘pech’ als dat niet zo is. Zodra gezegd mag worden dat kunstvoeding inferieur aan borstvoeding is, zullen ook de opleidingen en dus alle verloskundigen, artsen, verpleegkundigen, gynaecologen en kraamhulpen er alles aan gaan doen om geen kunstvoeding te geven en de borstvoeding te laten slagen. Daar ben ik van overtuigd. Bovendien zal de ondersteuning vanuit de overheid ook verbeteren als de noodzaak ingezien wordt: betere kolfvoorzieningen, flexibelere werktijden, langer verlof.

Zoals gisteren in het artikel over borstvoeding in The Lancet stond bedreigt de marketing rondom kunstvoeding borstvoeding (lees hier het Nederlandse artikel van NOS over de marketing van kunstvoeding). Ik zal het woord maffia niet zelf in de mond nemen maar het maakt wel wat bij me los. Het artikel gaat de hele wereld rond en wat ik veel lees: ‘Laat elkaar toch met rust’ en ‘Mensen praten elkaar een schuldgevoel aan’.

Met mijn lieve kennis en haar baby komt het wel goed, maar juiste informatie is nodig voor al die generaties die nog komen. Zodat er veel meer baby’s een optimale start hebben. Dat heeft niets met schuldgevoel aanpraten te maken. Dat heet gezondheidszorg.

Dat is geen schuldgevoel aanpraten. Dat heet gezondheidszorg.

Twee procent van de vrouwen kan van nature geen borstvoeding geven. Zodra de zorg optimaal is, en iedereen borstvoeding geeft die dat kan, dan kunnen we er met z’n allen voor zorgen dat de twee procent niet-voedende vrouwen wel gedoneerde moedermelk kunnen geven. Omdat dat is wat alle baby’s nodig hebben.

Borstvoeding: ’s nachts voeden, waarom zou je?

Sandii Zachte is hoofdredacteur van Kiind

Lees op Kiind ook:

Zo maak je een goede start met borstvoeding

Donormelk is heel gewoon

Column: Is borstvoeding een keuze?

Hier dienen nachtvoedingen voor

Borstvoeding is geen vanzelfsprekendheid