Beeld: Marije Denekamp

Het geheim van Sinterklaas

De pepernoten liggen al sinds september in de winkel en de discussie over Piet is de hele zomer actueel geweest. Maar in november is het pas echt zo ver. Dan komt hij, dan komt hij, die lieve goede Sint. Op televisie natuurlijk, maar ook op scholen, kinderdagverblijven, in winkelcentra en bij de mensen thuis. Tenzij je geheel zelfvoorzienend in een hutje op de Drentse hei woont, is er geen ontkomen aan: Sinterklaas is alomtegenwoordig, ieder jaar weer.

Voor de meeste gezinnen is Sinterklaas een gezellig cadeautjesfeest met al dan niet zelfgebakken lekkers of heel veel mandarijnen. Ouders spelen het spel mee voor de jonge kinderen, maken surprises en gedichten met de oudere kinderen, stoppen ’s nachts kleine pakjes in schoentjes die vol verwachting naast de verwarming zijn gezet. En dat is prima.

Maar wat moet je met de Sint als je het spel liever níet meespeelt? Als je bijvoorbeeld graag eerlijk bent tegen je kinderen over wie die meneer met die rode mantel en die lange baard is. Als je je kind geen angst aan wilt jagen door te vertellen dat er ’s nachts vreemde mannen in huis komen. Als je merkt dat je kind veel stress heeft van zo’n lange periode vol spannende verhalen. Hoe houd je het Sinterkaasfeest leuk voor je eigen gezin zonder de pret te bederven voor de mensen die wél mee willen doen?

Zelf heb ik tot nu toe weinig woorden vuilgemaakt aan de goedheiligman. Afgelopen jaar waren we bijna de hele maand november niet in Nederland, waardoor het Sinterklaasgebeuren een beetje langs ons heen ging. Ik vond dat eigenlijk wel prima: Voor mijn destijds vierjarige zoon, een gevoelig en filosofisch ingesteld kind, leek een Spannend Feest van ruim een maand lang me echt wat teveel van het goede. We hebben bij de opa’s en oma’s cadeautjes uitgepakt, waarbij we in het midden hebben gelaten waar die cadeautjes vandaan kwamen. Hij heeft wel gezien hoe we zelf cadeautjes inpakten aan de keukentafel. Het was niet spannend, het hoorde gewoon bij het Sinterklaasfeest. En dat was prima.


Ik wil mijn kinderen geen sprookjes vertellen

Maar dit jaar zullen we er vol in moeten. Onze zoon is leerplichtig, onze dochter gaat sinds de herfstvakantie naar de peuterspeelzaal, en we blijven zeker tot de jaarwisseling in Nederland. We kijken zelden televisie (meestal is een dvd net zo interessant), maar dat is ook niet nodig. Ze zullen met Sinterklaas geconfronteerd worden. En ik? Ik vind het heus niet vervelend om cadeautjes te geven en liedjes te zingen. Maar ik wil mijn kinderen geen sprookjes vertellen.

We gaan er in elk geval geen issue van maken. Als we er echt voor gaan zitten (“Kom eens hier jongen, ik moet je iets vertellen.”) dan zal onze behoorlijk gevoelige zoon gelijk doorhebben dat het om iets Heel Belangrijks gaat. En hoe belangrijker een geheim is, hoe moeilijker het een kleuter valt het te bewaren. Natuurlijk wil ik het feest niet verpesten voor al die kinderen die wel heilig in de Sint geloven. Het rechtstreeks vertellen lijkt me voor mijn zoon dus niet de handigste manier.

Er helemaal niets over zeggen is ook geen optie. Al was het maar omdat mijn zoon een nieuwsgierig joch is dat de wereld om zich heen graag wil begrijpen. Hij zal vragen hebben. Is het niet uit zichzelf, dan beslist naar aanleiding van wat zijn vrienden en klasgenoten te vertellen hebben. Dat Sinterklaas een cadeautjesfeest is weet hij nog van vorig jaar. Maar hoe zit het nou met die meneer uit Spanje, dat paard op het dak en de helpers die cadeautjes brengen?

Misschien is het het handigst om de mythe van de Sint te vertellen als een mythe, zoals Kiind-collega Cathelijne het doet: “Wij willen niet liegen tegen de kinderen. We hebben verteld dat Sinterklaas vroeger geleefd heeft en dat we vieren dat het zijn verjaardag was als het Sinterklaasfeest is. Dat doen we met lekker eten en met cadeautjes. Ze kijken uit naar de dag dat we het vieren. Afgelopen jaar hebben we dat met een zestal andere gezinnen samen gedaan die op dezelfde manier met het feest om willen gaan als wij. Dat was erg gezellig, voor iedereen. Dit is ook de enige dag dat we het echt vieren. Schoen zetten hebben we nooit gedaan.” Dat klinkt als een rustige optie die geen afbreuk doet aan de verhalen van hen die pakjesavond op een meer traditionele manier vieren.

Misschien moet ik het ook gewoon aan zoons eigen levendige fantasie overlaten wat hij ervan maakt. Alle vragen die hij heeft over Sinterklaas kan ik hem teruggeven. Zo kan hij zijn eigen feest bedenken, zijn eigen verhalen maken. Daar zit ongetwijfeld een component in die niet helemaal waar is. Maar dat is niet erg. Hij is een kleuter, hij heeft soms een krokodil in zijn rugzak en soms is hij een ridder en soms kan hij echt, echt, echt vliegen. Ik hoef hem niet te vertellen dat dat niet waar is. Het hoort bij de magische belevingswereld van een kleuter. Een wereld waarin paarden op het dak kunnen lopen, en cadeautjes die we misschien zelf gekocht hebben tóch op wonderbaarlijke wijze in een schoen terechtkomen. Laat de hele kleuterschool maar in Sinterklaas geloven, het is prima. Wij bakken ondertussen onze eigen pepernoten wel.