Beeld: Mirjam Hagendijk

De Gordonmethode uitgelegd – behoeften van de kinderen (3 van 3)

De Amerikaanse psycholoog Thomas Gordon kwam in zijn werk veel ouders tegen die worstelden met het ouderschap. Gordon ontwikkelde een manier om ouders in hun worsteling te helpen. Vandaag de dag staat deze bekend als de ‘Gordonmethode’. In een drieluik vertellen twee trainers over de principes. Deze keer: Behoeften van kinderen.

Respectvolle  communicatie kan alleen plaatsvinden als je naast oog hebben voor je eigen behoeften ook oog hebt voor de behoeften van anderen. In ons vorige artikel besteedden we vooral aandacht aan de behoeften van de ouders. Nu zullen we stilstaan bij de behoeften van de kinderen. Welke behoeften hebben kinderen zoal?

Kinderen hebben eigenlijk dezelfde behoeften als volwassenen, zoals de behoefte aan gezondheid, veiligheid, voeding en rust. (1) Andere belangrijke behoeften kunnen zijn: vertrouwen, geborgenheid, aanraking, geaccepteerd worden, erbij horen, plezier, spelen, respect, erkenning,  creativiteit en  zelfexpressie. (2) Ze zullen die behoeften vaak op een andere manier uiten dan een volwassene, bijvoorbeeld via spel, via (onaanvaardbaar) gedrag of via indirecte communicatie. Een kind zal niet snel zeggen: “De juf was boos op mij en daar maak ik me zorgen over”, maar zal dit eerder laten blijken door bijvoorbeeld stil of teruggetrokken gedrag. Het is voor ouders daarom vaak zoeken naar de onderliggende behoeften van hun kinderen. Dit is een van de moeilijkste elementen van het communiceren met kinderen maar geeft ook de meeste voldoening.

Kijken en luisteren naar je kind

Omdat kinderen hun behoeften vaak niet in gesproken taal duidelijk kunnen maken, is het van belang dat ouders zorgvuldig observeren wat de behoeften zouden kunnen zijn en met aandacht naar hun kind  kijken en  luisteren. Als je zo nu en dan de tijd neemt om naar je kind te kijken en te luisteren in zijn spel en in zijn interacties, leer je zijn behoeften beter kennen en begrijpen en kom je te weten wat belangrijk is voor je kind. Je ziet dan bijvoorbeeld dat je zoontje in zijn spel zijn bezoek aan opa in het ziekenhuis verwerkt. Of je ziet dat je dochter steeds probeert dezelfde tekening als haar zus te maken.

Het kind heeft een probleem

Er zijn vele situaties te bedenken waarin kinderen een probleem ervaren. Ze zijn immers aan het leren en aan het ontdekken en zullen regelmatig gefrustreerd worden in hun behoeften. Als een kind een probleem heeft zitten we in het bovenste gedeelte van het gedragsraam (zie eerste artikel).

Voorbeelden:

  1. Je zoontje van 5 heeft ruzie met zijn beste vriendje
  2. Het konijn van je dochter van 8 is doodgegaan
  3. Je zoontje van 3 is zijn knuffelbeer kwijt
  4. Je dochter van 7 is niet gevraagd voor het verjaarsfeestje van een van haar vriendinnetjes

Als je je verplaatst in de situatie waarin je zelf een probleem ervaart (bijvoorbeeld: je vriendin heeft zich niet aan een afspraak met jou gehouden, je hond is doodgegaan, je bent iets dierbaars kwijtgeraakt, of je bent niet op een voor jou belangrijk feest uitgenodigd), is het goed om jezelf af te vragen met wie je zo’n probleem zou willen bespreken en waarom je dat met juist diegene zou willen doen. Tijdens de Gordontraining voor ouders komen op die vraag veelal dezelfde antwoorden naar voren: het moet iemand zijn die je vertrouwt, die niet direct met een oordeel of een oplossing komt, die het probleem niet meteen tot zijn of haar probleem maakt, die accepteert dat het probleem er is, maar vooral iemand die goed kan luisteren.


Een voordeel van actief luisteren is dat de ouder het probleem niet overneemt 

Voor een kind geldt hetzelfde: als je kind een probleem heeft, kun je hem helpen door dat te accepteren, door er aandacht voor te hebben en door je in zijn gevoels- en belevingswereld te verplaatsen. Het toverwoord hierbij is luisteren: luisteren naar wat het kind zegt of laat zien, en naar wat de betekenis daarvan zou kunnen zijn.

Communicatiestops

Omdat we als ouder zo betrokken zijn en graag willen dat het probleem van het kind zo snel mogelijk wordt opgelost, nemen we vaak onvoldoende tijd om goed te luisteren en geven we (goedbedoelde) andere reacties. Bijvoorbeeld in de bovengenoemde situaties:

  1. Je zoon zegt: “Jan is stom.” Je reactie: “Dat zal wel meevallen, gisteren heb je nog zo leuk met hem gespeeld.” (ontkenning van het probleem)
  2. “We gaan snel een nieuw konijn kopen.” (direct oplossing bieden, voorbijgaan aan verdriet)
  3. “Ik ga hem wel even zoeken.” (probleem overnemen)
  4. “Dan moet je haar ook maar niet voor jouw feestje vragen.” (advies geven)

Deze goedbedoelde reacties noemen we communicatiestops omdat ze letterlijk de communicatie stoppen. In het boek ‘Luisteren naar kinderen’ worden 12 van zulke stops besproken. (3)

Hoe kunnen we nu zo reageren en luisteren dat het kind zich begrepen en geaccepteerd voelt?

Actief luisteren

Actief luisteren is ‘luisteren met volle aandacht, zonder oordeel, waarbij de luisteraar door zijn reacties laat merken dat hij begrijpt wat er in de ander omgaat.’(4)
De luisteraar geeft geen advies of oplossing, maar reflecteert de gevoelens van het kind.

Bijvoorbeeld in de bovengenoemde situaties:

  1. “Je bent boos op hem, hè?”
  2. “Wat is het verdrietig, dat Snuf dood is”
  3. “Dat is vervelend, je mist hem, hè?”
  4. “Dat is een flinke teleurstelling, hè?”

Door dit soort reacties voelt het kind zich begrepen en geaccepteerd en wordt het dikwijls rustiger, ook als het probleem (nog) niet wordt opgelost. Nog een voorbeeld: een meisje van 3 zit met haar moeder in de wachtkamer van de huisarts. Ze huilt hartverscheurend want ze heeft flinke oorpijn. Haar moeder probeert haar te troosten: “Stil maar, straks gaat de dokter er iets aan doen en dan gaat het over.” Het meisje gaat alleen maar harder huilen. Dan zegt haar moeder: “Och, je hebt echt heel erge pijn, hè?” waarop het meisje stopt met huilen (ze voelt zich erkend in haar pijn).

Actief luisteren is niet altijd alleen maar reflecteren op wat het kind verbaal aangeeft, het is ook reageren op  signalen die het kind uitzendt door zijn lichaamshouding of gezichtsexpressie, bijvoorbeeld: “Ik zie dat je heel erg bent geschrokken.”

Zelfbeeld en zelfvertrouwen

Een voordeel van actief luisteren is ook dat de ouder het probleem niet overneemt, dat er ruimte  blijft voor het kind om het probleem zelf op te lossen (afhankelijk van de leeftijd van het kind), maar vooral dat het kind zijn eigen gevoelens beter leert kennen en begrijpen. Daardoor ontwikkelt het kind een realistisch zelfbeeld en krijgt hij vertrouwen in zijn mogelijkheden om problemen onder ogen te zien en op te lossen.

Actief luisteren bij baby’s en heel jonge kinderen

Heel jonge kinderen kunnen nog niet vertellen wat er in hen omgaat. Actief luisteren bestaat dan vooral uit actief kijken. Toch speelt luisteren wel degelijk een rol: je kind maakt allerlei geluid. Daardoor leer je je kind goed kennen en ‘weet’ je door de manier van huilen bijvoorbeeld of je kind honger heeft of een vieze luier. Ook bij jonge kinderen is het goed om gevoelens te verwoorden: “Hè, wat naar, zo’n natte broek. Kom maar, ik ga je gauw verschonen.” Het kind verstaat niet wat je zegt, maar voelt zich wel begrepen.

Actief kijken en luisteren is ook ingrijpen: als een zichtbaar oververmoeide peuter roept dat hij niet naar bed wil, luister je beter naar zijn behoefte door rustig met hem naar zijn slaapkamer te gaan en een boekje met hem te lezen dan door hem op te laten blijven.

Ik heb een probleem omdat mijn kind een probleem heeft

Vaak voelen ouders zich zo betrokken bij hun kind dat ze het probleem van hun kind ook als het hunne beschouwen. Bijvoorbeeld: je kind moet een ingrijpend onderzoek in het ziekenhuis ondergaan en je voelt je bang en verdrietig. Waarschijnlijk heb je dan de neiging om je kind en ook jezelf gerust te stellen, bijvoorbeeld: “Joh, die operatie valt best mee”. Toch heeft je kind meer aan een ouder die zijn gevoelens erkent en zegt: “Je bent bang en je ziet er tegenop, hè?”

Vaak horen we dat ouders dan bang zijn om angst en verdriet te vergroten. Het tegendeel is waar. Hoe meer je de gevoelens van je kind erkent, hoe minder heftig de negatieve gevoelens worden.

Als dat niet lukt omdat je te betrokken bent, is het goed om zelf als ouder iemand te zoeken bij wie je je verhaal kwijt kunt, zodat je emotioneel weer meer beschikbaar kunt zijn voor je kind.

Luisteren bij boosheid en verzet

Het kind heeft een probleem en uit dit in ‘onacceptabel’ gedrag, bijvoorbeeld een driftbui, nadat hij door zijn broertje is buitengesloten. Hoewel je een woede-uitbarsting eigenlijk misschien niet acceptabel vindt, is het meestal effectiever om eerst te luisteren naar deze uiting van problemen, bijvoorbeeld: “Zo, jij bent flink boos, hè?” Tenslotte heeft het kind een probleem (bovenste deel gedragsraam). Het kind voelt zich dan begrepen en zijn boosheid wordt minder.

Ook als het kind zich verzet tegen een confronterende ik-boodschap (zie vorig artikel) is het effectief om eerst naar het verzet te luisteren alvorens direct opnieuw te confronteren. Bijvoorbeeld: je zoontje springt met zijn schoenen aan op jullie nieuwe bank. Je zegt: “Als je met je schoenen aan op de bank springt, ben ik bang dat onze bank kapot gaat en dat vind ik zonde.” Waarop je zoontje zegt: “Maar Lisa (jonger zusje) doet het ook steeds.”

Je kunt dan reageren door te zeggen: “Je vindt het niet eerlijk dat ik er nu tegen jou iets van zeg en niet tegen Lisa?” Als je het daar dan over hebt gehad, voelt je zoontje zich begrepen en zal hij je ik-boodschap eerder accepteren.

Actief luisteren in complexe situaties

Iedere ouder kent wel gezinssituaties waarin de hectiek de boventoon voert, zoals rond etenstijd ’s avonds of ’s morgens vroeg voordat iedereen de deur uitgaat. S. Henderson beschrijft “Ochtendperikelen” waarbij vrijwel alle gezinsleden met een probleem kampen (shampoo op, gemorste melk over de computer,  dochter die zichzelf te dik vindt, zoontje dat niet naar de speelzaal wil). (5) Het is onmogelijk om dan naar iedereen actief te luisteren. Eigenlijk doe je er dan het beste aan om  dan actief te luisteren naar jezelf: wat kan er wel/niet op dit moment besproken worden, wat wil ik precies, hoe gaan we dat doen, enz. Het is dan goed om aan te geven dat er op een later tijdstip op sommige problemen teruggekomen zal  worden, bijvoorbeeld tegen je dochter: “Ik merk dat er zoveel  gebeurt nu en dat iedereen vragen aan mij stelt: ik heb nu geen tijd om naar je te luisteren, maar ik wil graag vanavond met je verder praten”.

Actief luisteren als kern van de Gordonmethode

Actief luisteren is een communicatieve vaardigheid. Het gaat echter vooral om de houding die eraan ten grondslag ligt: een houding van respect, acceptatie en wederzijds vertrouwen.

‘Het belangrijkste dat men met het uitdrukken van acceptatie kan bereiken, is dat het kind diep van binnen voelt dat men van hem houdt. Want een ‘ander accepteren zoals hij is’ wil niets anders zeggen dan ‘werkelijk van iemand houden’. Iemand die zich geaccepteerd weet, voelt dat men van hem houdt.’ (6)

Actief luisteren is hét middel om je liefde aan je kind te laten zien en is daarmee de basis van een gelijkwaardige en respectvolle communicatie.

  1. Crucq-Lokhorst, J. & Holm-Deuzeman, H. (2014). Elk kind is anders. Een visie op pedagogische hulp
  2. Peters, J. (2011). Kijk, Luister en Begrijp
  3. Gordon, T.  (2010). Luisteren naar kinderen
  4. Henderson, S.  (2013).  In ons gezin gaat alles prima (maar soms…)

 

Lieke Kalhorn is pedagoog/ Gordon®trainer en (studie)loopbaanadviseur en geeft coaching en trainingen “effectief communiceren met kinderen en tieners” aan ouders via haar bedrijf

Jacqueline Crucq is orthopedagoog/ gz-psycholoog/Gordon®trainer en auteur van ‘Elk kind is anders. Een visie op pedagogische hulp’. Informatie over Gordontrainingen vind je op gordontraining.nl

Respectvol communiceren met de Gordonmethode

Gordonmethode: Zo gebruik je een ik-boodschap