Help, ik heb geen borstvoeding!

Een baby in je armen, maar te weinig of zelfs geen melk in je borsten. Niet zelf kunnen voeden maakt je als moeder vaak heel verdrietig. Het gegeven dat borstvoeding als ‘natuurlijk’ gepromoot wordt, kan je het gevoel van falen geven: werkt jouw lijf niet natuurlijk dan?

Het is goed om te weten dat je ten eerste niet alleen bent: steeds meer westerse vrouwen komen op deze plek terecht. Nog belangrijker om te weten is dat de fysiologie van de moeder vrijwel nooit de oorzaak is. Wat er meestal tegenwerkt is niet de natuur, maar de omstandigheden. En die kunnen behoorlijk dominant en daarmee doorslaggevend zijn.

Te weinig melk?

Er kunnen verschillende oorzaken zijn waardoor de melkproductie niet (voldoende) op gang komt, of te sterk terugloopt. Bijvoorbeeld een tekort aan het hormoon dat de melk aanmaakt, moeite bij de baby om aan te happen of te zuigen, een te korte tongriem en onvoldoende steun en kennis om de moeder heen die helpt met het opstarten tijdens de eerste cruciale weken (zo krijg je standaard het advies om elke drie uur te voeden, terwijl jouw baby echt geen horloge draagt).

Ook in een latere fase kan er een tekort aan melk ontstaan, bijvoorbeeld rond de 12 à 16 weken. Zodra het verlof voorbij is en de voedingen gesplitst worden in live voedingen en gekolfde, ontstaat er vaak een terugval in de productie. Vraag en aanbod zijn simpelweg niet meer genoeg op elkaar afgestemd. Alle goede voornemens en al het intensieve kolven ten spijt stopt de borstvoeding dan algauw volledig. En daar houd je vaak een naar gevoel aan over: je hebt zo hard gewerkt om het te laten slagen.

Elke drie uur voeden? Je baby draagt echt geen horloge

Maar stoppen zou in veel meer gevallen onnodig hoeven zijn. Bij slechts één (1!) procent van de vrouwen is het fysiologisch onmogelijk om melk te maken. Bij een veel grotere groep (circa 40 procent) komt de productie niet goed op gang, wordt er te weinig gemaakt of eindigt de melkproductie ongewenst vroeg. En dat doet je als moeder vaak verdriet.

We proberen een eigen individuele keuze te maken, maar of de borstvoeding slaagt, hangt voornamelijk af van de sociale en culturele context. Waar ben je geboren? Wat deed je eigen moeder, en wat doen andere moeders om je heen? Hoe is je kraamhulp? Wat vindt je partner van borstvoeding? Waar werk je?

Ik wil meer melk!

Als borstvoeding zo ontzettend natuurlijk is, hoe kan het dan dat wij er steeds vaker te weinig van aanmaken? Lactatiekundige Arabel Roelofs van Verloskundigenpraktijk Oostelijke Eilanden:

‘Ik zie twee categorieën. Er is een zeer kleine groep die echt te weinig melk heeft, en een grotere groep die vooral onzeker is over de borstvoeding, en daardoor te weinig productie heeft, of zelfs genoeg melk maakt, maar toch het gevoel houdt dat haar baby te weinig binnenkrijgt. In het eerste geval onderzoek ik dan: is er van nature weinig melk of door hormonen, of door een trauma, zoals een ongeluk: heb je ooit je borsten hard gestoten, of zit er nog een restant van je placenta in je baarmoeder? Dat kan gevolgen hebben voor je productie. Of heb je verkeerde instructies gekregen in het kraambed? Dan kun je daar veel last van hebben, maar dat is ook prima weer op niveau te brengen. Ik vraag altijd door naar de gang van zaken in het kraambed. Vaak is er stress of onzekerheid. Als jij al van je moeder en je oma hebt gehoord dat zij geen melk hadden, dan kan die overtuiging meezingen in je situatie. Ik zie ook dat kersverse moeders vaak oververmoeid zijn. Ik help dan om rust erin te brengen, en zeg: ‘Kolf even niet, leg de druk niet zo hoog, laat het allemaal los’. Dan kan de productie ook ineens omhoog gaan.’

De borstvoeding op gang brengen of stimuleren

Arabel: ‘Het mooiste is eigenlijk om je baby zo vaak mogelijk aan te leggen, zoals baby’s in traditionele leefgemeenschappen meerdere keren per uur een slokje drinken. De melkproductie wordt hierdoor meer gestimuleerd en het past ook bij het snelle verteringssysteem dat de mens eigen is. Alleen westerse moeders hebben dan algauw het idee dat ze alleen maar melkmachines zijn, en dat willen ze niet. Ze genieten dan minder van de kraamtijd. Je zit inderdaad wel non-stop aan je kind geplakt. Toch is het wel de beste manier voor je voeding, uiteindelijk.

Naast heel vaak voeden kun je ook clusterkolven: dan kolf je extra vaak volgens een schema. Als moeders uitgerust zijn en zich er goed bij voelen, kan dit prima werken. In de kraamweek hoeft dat echt nog niet, laat je productie rustig op gang komen. Pas het alleen toe als je er echt ruimte voor hebt. Rust is zo belangrijk. Kolven kost ook energie.’

Meten is weten?

Veel moeders zijn vooral onzeker, omdat een baby aan de borst anders drinkt dan uit een fles. Niet alleen kun je meten hoeveel melk je baby drinkt uit de fles, en welke voedingsstoffen hij precies binnen krijgt, maar ook het tempo en ritme van drinken is anders dan uit de borst. Uit de fles kan een baby veel gelijkmatiger drinken. De melk uit borst heeft bij elke voeding een net andere samenstelling, en de melk komt uit de vele kanaaltjes die op hun eigen manier leeggedronken worden. Om de achtermelk binnen te krijgen, moet je baby krachtiger zuigen dan bij de eerste voormelk. Drinkt hij aanvankelijk heel snel en vertraagt hij vervolgens het tempo, dan wil dat niet zeggen dat hij alle nodige melk binnen heeft.

Je zit non-stop aan je kind geplakt

Als je die twee varianten – borst en fles – met elkaar vergelijkt, kun je algauw onzeker worden of je kind genoeg binnenkrijgt met de borst. De fles geeft meetbare zekerheid. We zijn gewend aan harde cijfers, en worden ook op plaatsen als het consultatiebureau voortdurend geconfronteerd met gemiddeldes zoals de groeicurve. Maar een gemiddelde bestaat uit een optelsom van afwijkingen. Het ene kind heeft misschien behoefte aan vijfentwintig keer een slokje, waar een andere baby prima gedijt op een dozijn iets grotere porties melk.

Er is pas sprake van te weinig melk als je kind echt niet (goed) groeit. En ook dan kan het simpelweg betekenen dat je baby te weinig per dag wordt aangelegd, of te kort, of in een verkeerde houding.

Vergroot je vertrouwen

De eerste weken zijn in hoge mate bepalend voor het verloop van de borstvoeding. ‘Moeders die in de eerste twee weken na de geboorte waren gestopt met het geven van borstvoeding als belangrijkste reden gaven ‘borstvoeding was niet voldoende’ (46%). Moeders die in de derde of vierde week na de geboorte stopten met borstvoeding gaven eveneens het meest aan dat de borstvoeding niet voldoende was (34%).’ (onderzoek TNO, Peeters et al., 2015)

Het ontbreekt ons dus vaak aan vertrouwen dat er voldoende melk is, waardoor moeders sneller stoppen met de borstvoeding. Bij het overgrote deel van de moeders hoeft er feitelijk geen sprake te zijn van lage productie, maar daalt de productie door gebrek aan steun en vertrouwen. Het goede nieuws is: wanneer je weinig melk hebt, kun je nog melk maken (of in sommige gevallen zelfs géen melk meer: dan kun je relacteren). Met goede ondersteuning van een lactatiekundige kun je vaak weer een goed afgestemde productie krijgen.

De druk van het moeten mag omlaag, en het vertrouwen in het kunnen mag omhoog. Goede ondersteuning bij de borstvoeding is daarbij van wezenlijk belang.

Relacteren

Moedermelk vanuit het niets opwekken, daar heb je echt wat voor nodig. Er is kans dat er al een lichte melkproductie op gang komt wanneer je je baby heel vaak aanlegt, zelfs als je een adoptiebaby hebt, maar meer kans op melk heb je wanneer je een aantal middelen combineert.

Je kunt de productie op gang brengen met behulp van medicatie. Domperidon (voorgeschreven bij maagklachten, maar let op, want dit middel is niet zonder nadelen) en de pil, gecombineerd met voeding als havermout en fenegriek brengen de melkproductie op gang. Er komt dan lang niet altijd voldoende, maar zeker wel meer melk. Geduld is een belangrijke factor. Sommige moeders blijven wel vier maanden aanleggen. Het is zelfs mogelijk om uiteindelijk volledig borstvoeding te geven. Wil je serieus aan de slag, ga dan in gesprek met een lactatiekundige van het IBCLC die er ervaring mee heeft, en overleg met je huisarts. Niet iedereen is voldoende thuis in het relacteren, en jij bent de enige die kan inschatten of het de moeite waard is voor jou en je kind. Zorg er altijd voor dat je goede hulp betrekt bij jouw proces.

Gelukkig is er nu een petitie voor lactatatiekundige zorg in het basispakket aangeboden aan de Tweede Kamer!

Veel huid-op-huidcontact is ook heel belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld met een goede draagdoek. Je vind je ze in de gloednieuwe webwinkel van Kiind!

De borstvoedingsmaffia bestaat niet