Mother and son sleeping on bed. Young woman with a newborn baby boy in the bed at home.

Informatie over belang samen slapen blijft onderbelicht – reactie op Nieuwsuur

Onlangs was Kiind in het nieuws. Samen slapen zou namelijk gevaarlijk zijn en wij promoten het. Het kwam in Nieuwsuur en vervolgens op het Journaal. Hoofdredacteur Sandii Zachte reageerde hierop. En daarna reageerde ook antropoloog, lactatiekundige én vertaler van James McKenna’s (de specialist op het gebied van Samen slapen) boek ‘Slapen met je baby’ hierop. Lees hier haar longread.

Maar allereerst, dít is het item van Nieuwsuur waar het om gaat, vanaf minuut 23.

Op dinsdag 30 januari 2018 wijdde het actualiteitenprogramma Nieuwsuur een item aan het onderwerp ‘coslapen’ (vanaf 23 minuten), en wel coslapen in de vorm van ‘bedding-in’ of ‘bedsharing’. Deze termen werden niet genoemd, maar het item maakt duidelijk dat dát was waarover het ging. Nieuwsuur is een programma van de NOS en dus van de publieke omroep. De NOS zegt op haar website het volgende over de eigen missie:

Aan de hand van deze taken [‘brede nieuwsvoorziening die betrouwbaar is en onafhankelijk’] heeft de NOS zichzelf deze missie gesteld:

“De NOS stelt zich, als integraal onderdeel van de publieke omroep, tot doel de primaire informatiebron te zijn op het gebied van nieuws, sport en evenementen, zodat de Nederlandse burger beter in staat is te oordelen over ontwikkelingen in de wereld, waardoor hij zijn gedrag beter kan bepalen. De NOS hanteert hierbij de hoogste journalistieke eisen van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, ongebondenheid, pluriformiteit en objectiviteit. De NOS streeft ernaar deze informatie toegankelijk te maken via alle beschikbare media en voor alle maatschappelijke geledingen.”

Dit is een nobele taak en één die de wereld in een tijd van ‘fakenews’ hard nodig heeft. Heeft de NOS deze missie met de uitzending over coslapen waargemaakt? Ik zal, om daarachter te komen, in een driedelige blogserie (waarvan dit het eerste deel is) de diverse uitspraken analyseren. Inhoudelijk heeft Gonneke van Veldhuizen ook al het nodige over dit onderwerp gezegd, zoals hier en hier en ook de collega’s van Kiind hebben er al aandacht aan besteed. Ik sluit me volledig bij hun teksten aan en kies daarom een andere insteek. Ik zal focussen op wat er in de uitzending wordt gezegd en hoe het wordt ingekleed en gepresenteerd. Waar ik dat zinvol acht, zal ik wat meer achtergrondinformatie toevoegen.

‘Mensen dénken dat samen slapen goed is voor de binding’?

Anchor woman Mariëlle Tweebeeke begint als volgt:

Baby’s die bij hun ouders in bed slapen. Veel ouders vinden het gezellig, denken dat het goed is voor de binding met hun kind, of hopen zo simpelweg hun kind stil te krijgen, maar dat KAN gevaarlijk zijn. En dus vroeg de Britse krant ‘The Daily Mirror’ cijfers op bij de overheid en die bleken opzienbarend. Wekelijks sterven in Groot-Brittannië twee of drie baby’s in het bed van de ouders.

Er wordt gesuggereerd dat ouders zich niet goed hebben verdiept in de argumenten die pleiten vóór coslapen in de vorm van bedsharing

Dit is een opening die meteen de toon zet voor de rest van het item, want er zitten diverse tendentieuze bewoordingen in. Zo wekt ‘gezellig’ de indruk dat ouders die voor coslapen kiezen, een heel oppervlakkige motivatie daarvoor hanteren, namelijk ‘gezellig’, ‘wel leuk’. Daarmee worden die ouders als onnozele ganzen weggezet, die niet doorhebben hoe gevaarlijk het wel niet is. Er wordt verder gesteld dat ze ‘denken dat het goed is voor de binding met hun kind’. Ook hier wordt gesuggereerd dat ouders zich niet goed hebben verdiept in de argumenten die pleiten vóór coslapen in de vorm van bedsharing of bedding-in. Omdat ik nu vooral de vorm en toon van de uitzending wil bespreken en niet de inhoudelijke aspecten van coslapen, laat ik die argumenten even liggen; die vormen namelijk een blog op zichzelf. Tot slot noemt ze als motivatie van de ouders de wens om ‘hun kind stil te krijgen’. Ik vermoed zomaar eens dat Mariëlle zelf niet gewend is aan een huilend kindje in de nachtelijke uren en aan wat daarvan op iedereen het effect is, vooral ook op de baby. Die wens van de ouders, waarover nu nogal smalend wordt gedaan, heeft namelijk zeer goed wetenschappelijk te onderbouwen redenen. Is Nieuwsuur daarvan op de hoogte…?

En een andere vraag die opkomt: hebben de makers van deze reportage partners en zo ja, waar slapen die? Kan men niet alleen slapen? De argumenten die willekeurig welke volwassene heeft voor het slapen in één bed met de meest dierbare ander, die gelden voor een onrijpe, volledig afhankelijke baby in versterkte mate. Daarover wordt echter niets uitgelegd.

Baby’s bij de ouders in bed kan op veilige en op onveilige manieren

Tweebeeke legt in de volgende zin de klemtoon op ‘kan’: ‘dat KAN gevaarlijk zijn’. Dat is uiteraard waar, zoals dat voor alle dingen in het leven geldt waarbij je niet goed oplet of je niet goed voorbereidt.

Dan verwijst ze naar de cijfers die ‘The Daily Mirror’ heeft verzameld en die zijn inderdaad opzienbarend: twee of drie baby’s die wekelijks sterven in het bed van de ouders. Een goede wetenschappelijke (en journalistieke!) attitude is om bij opzienbarende resultaten *altijd* grondig verder te kijken. Dan is de kans namelijk groot dat er iets vreemds aan de hand is met het onderzoeksdesign of de interpretatie van de data. Daarover worden we verder helaas niet geïnformeerd. Wél volgt er een filmpje met het relaas van een moeder die haar kindje in verloren. Is het zinvol en ethisch acceptabel, zowel voor deze moeder als voor degenen die de uitzending zien of over dit onderwerp een beslissing moeten nemen, om het onderwerp op deze manier naar voren te brengen? Gezien de balans (lees: het ontbreken daarvan) in de reportage die volgt, is mijn antwoord een ondubbelzinnig ‘nee’. Met bangmakerij ga je de veiligheid niet vergroten en al helemaal niet de bereidheid van ouders om open het gesprek aan te gaan over hun slaapgewoontes.

Het filmpje zegt: ‘Jaarlijks sterven meer dan 130 baby’s die bij de ouders in bed of op de bank slapen.’ Dit is een uitspraak waarin sterk uiteenlopende grootheden op één bult worden geveegd. Baby’s bij de ouders in bed kan op veilige en op onveilige manieren en baby’s die bij de ouders op de bank slapen… dat is in de meeste gevallen simpelweg een gevaarlijke situatie, omdat een bank niet voor slapen is bedoeld en vaak moeilijk baby-proof kan worden gemaakt. Wat hier gebeurt, is dat de doorsnee kijker, die geen specialist is op dit terrein, iets krijgt voorgeschoteld wat niet meteen goed te duiden valt, maar waaruit wel een helder beeld opstijgt: met je kind op één oppervlak slapen is ALTIJD gevaarlijk en de kans is groot dat je baby er DOOD aan gaat. Is dit wat de NOS noemt ‘brede nieuwsvoorziening die betrouwbaar is en onafhankelijk’, ‘zodat de Nederlandse burger (…) zijn gedrag beter kan bepalen’…?

‘Elke week overlijden minstens twee baby’s als gevolg van dit samen slapen’, gaat het filmpje verder. WELK samen slapen, is dan de vraag? In bed of op de bank, op veilige of op onveilige wijze? We komen er niet achter.

Op welke wijze hebben kinderartsen daarover cijfers verzameld en hoe betrouwbaar zijn die?

Tweebeeke weer, over de waarschuwingen van Nederlandse kinderartsen:

‘In bed slapen met jonge zuigelingen neemt toe en dat is zorgelijk.’

Dat is interessant: hoe weten de Nederlandse kinderartsen dat het toeneemt? Op welke wijze hebben ze daarover cijfers verzameld en hoe betrouwbaar zijn die? Het coslapen in de vorm van bedding-in is namelijk een soort van taboe-onderwerp. De jeugdgezondheidszorg is royaal voorzien van beleidsdocumenten en richtlijnen die door tegenstanders van bedding-in zijn opgesteld. Medewerkers van consultatiebureaus zijn daarom in het algemeen geneigd om ouders streng te waarschuwen wanneer zij gewag maken van hun intentie of hun gewoonte om het bed met hun kind te delen. Ook in de kraamzorg worden die richtlijnen gehanteerd (zoals later in de uitzending nog blijkt).

Wanneer dit de sfeer is, is de kans niet groot dat ouders openlijk en in lijn met de realiteit rapporteren over het aantal uren dat hun kind bij ze in bed ligt of dat ze advies inwinnen over hoe ze dat op een veilige manier kunnen doen. Waarom dat belangrijk is? Omdat het betekent dat de beleidsmakers die de noodklok luiden over het aantal kinderen dat sterft in het ouderlijk bed (in Nederland zijn dat er, anders dan in Engeland, vier of vijf per jaar, tegenover zo’n 15 op een andere plek, maar daarover later meer), zonder dat open gesprek met ouders geen goed beeld kunnen schetsen van hoe groot dat risico nu eigenlijk is. Even simpel: als vijf ouderkoppels hun kind in bed nemen en die vijf kinderen overlijden, is het risico 100%. Als er 500.000 ouderkoppels hun kind in bed nemen en er overlijden vijf, dan spreken we over een risico van 0,001%. Da’s nogal een verschil.

Kinderarts Adèle Engelberts komt aan het woord en vertelt ons met een zorgelijke blik:

‘Het blijkt toch een belangrijke factor te zijn bij de jonge kinderen.’

Dat baart hun als kinderartsen zorgen, zegt ze, omdat ze ‘denken’ dat het samen slapen met jonge zuigelingen toeneemt. Bijzonder: Tweebeeke zegt net voordat Engelberts in beeld komt: ‘In bed slapen met jonge zuigelingen NEEMT TOE.’ Dat is echter niet wat Engelberts zegt; zij zegt: ‘Wij DENKEN dat het toeneemt.’ Denken is een nuttige bezigheid, maar je kunt er als gepromoveerde kinderarts toch geen waarschuwingen voor babysterfte op baseren…?!

We gaan verder bij 24 minuten en pakweg 20 seconden van de Nieuwsuur-uitzending.

Tweebeeke neemt weer het woord:

‘En ondanks alle waarschuwingen zijn er in Nederland toch ouders die met hun kinderen in bed slapen.’

Hier zit de tendentieuze toon primair in twee woorden, of drie misschien: ‘ondanks’, ‘waarschuwingen’ en ‘toch’. Er wordt in Nederland heel wat af gewaarschuwd. Dat is tot op zekere hoogte een goede zaak, want de kindersterfte is in ons land heel laag. Er zijn veel zorgmethodieken die bijdragen aan een regelmatige controle van de gezondheid van kinderen en daardoor kunnen allerlei achterstanden sneller worden opgespoord en aangepakt dan wanneer die controles er niet zijn.

Tegelijkertijd zijn er ook veel dingen waarvoor niet of nauwelijks wordt gewaarschuwd of waartoe zelfs wordt aangemoedigd, terwijl ze wél veel schade geven voor de gezondheid en het welzijn van het kind. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de landelijk uitgegeven Huil- en Slaaprichtlijnen (die ik beide zeer uitgebreid onder de loep heb genomen; zie voor een verhandeling over de slaaprichtlijn bijvoorbeeld dit essay en aan programma’s als TripleP en de Kanjertraining. Andermaal: ik ga nu niet in op de inhoud van deze dingen, want dat is niet de focus van dit blog. Wel denk ik nog hieraan:

‘En ondanks alle waarschuwingen zijn er in Nederland toch ouders die hun kinderen aldoor weer fastfood geven.’
‘En ondanks alle waarschuwingen zijn er in Nederland toch ouders die hun kinderen slaan en afsnauwen.’
‘En ondanks alle waarschuwingen zijn er in Nederland toch ouders die hun kinderen met de auto naar school brengen, terwijl ze best kunnen fietsen.’

Okay, you get the picture; Nieuwsuur kan nog even vooruit, zullen we maar zeggen.

Punt is dat we hebben afgesproken met elkaar dat niet de overheid bepaalt hoe ouders hun kinderen opvoeden, maar *ouders zelf*. Dat valt onder de noemer ‘autonomie’, het recht van de ouders om eigen opvoedingskeuzes te maken. Soms pakt dat een heel stuk slechter uit dan wenselijk is voor het kind en dan de overheid voor ogen heeft (en daarom worden soms regels aangescherpt). Soms ook pakt dat een heel stuk béter uit dan wat sommige kinderen moeten doorstaan en dan de overheid voor mogelijk houdt (maar dat is een stuk minder zichtbaar).

Dat laatste scenario, afwijken van de standaard, is lastig, want als ouders willen afwijken van wat gangbaar is, dan valt het soms nog helemaal niet mee om die autonomie te handhaven en niet voor gek te worden versleten… of door jeugdzorg te worden aangeklaagd. In deze uitzending wordt het slapen met je kind in één bed heel bewust neergezet als een verwerpelijke wijze van omgaan met nachtelijk ouderschap.

Kinderen alleen te slapen leggen is de westerse norm (zoals vader Alexander terecht opmerkt), maar zoals ik in het stuk van Kiind betoog: als de jeugdgezondheidszorg beweert dat ‘slaaphygiëne’ (ja, dat woord heb ik ook niet zelf bedacht…) in de babytijd bepalend is voor later, wat moeten we dan denken van de enorme aantallen mensen die met slapeloosheid tobben? Ik geef het maar ter overweging.

Dan krijgen we een filmpje van Alexander, zo’n ‘samenslaapvader’, die ‘ondanks alle waarschuwingen toch’ met zijn vrouw en drie kinderen in één bed sliep (en slaapt, wellicht).

De interviewer:

‘Het is TOCH heel bijzonder, met AL je kinderen in één bed slapen. Dat DOEN ouders niet.’

We zien een herhaling van zetten: er wordt een normatieve uitspraak gedaan over het gedrag van de vader en zijn gezin, namelijk: zoiets DOE je niet. Hij wordt weggezet als een vreemd geval (‘TOCH heel bijzonder’) en er wordt geïmpliceerd dat hij allerlei ongeschreven wetten overtreedt (‘dat DOEN ouders niet’). In feite wordt hij geportretteerd als een loser, als een ontaarde vader, als lid van een ontaard gezin dat niet weet hoe je op een fatsoenlijke, deugdelijke manier het ouderschap invult.

Wat mij betreft slaagt die opzet niet, want de vader repliceert geweldig:

‘Nou, in NEDERland gebeurt het natuurlijk niet zo veel. Ik denk dat er over de hele wereld meer mensen zijn die dat WEL doen dan niet, maar hier in het westen zijn we dat niet heel erg gewend, nee. Dat klopt.’

De interviewer:

‘Nee! En waarom deden jullie het WEL?’

Nog even doorporren: hoe kwamen jullie er nu toch in vredesnaam toe om zoiets achterlijks te doen? Op een positieve, journalistiek gezien waardige manier had de vraag kunnen (en moeten!) zijn: ‘Wat was jullie motivatie om voor deze vorm van slapen te kiezen?’

De vader spreekt over luiheid en gemak als motivatie én over het goede gevoel van het dicht bij de kinderen te zijn in de nacht. Hij zit er relaxed bij en glimlacht tevreden. Hij wordt niet zenuwachtig; hij staat volledig achter zijn keuze, zo lijkt het. En dat geldt voor heel veel ouders die bewust voor deze vorm van slapen kiezen, niet omdat ze zo lui zijn, maar omdat ze zien hoe hun kinderen gedijen op dat goede gevoel van bij elkaar zijn en niet in hun eentje het donker over zich heen hoeven laten komen. Bijzonder, dat er in de hele reportage geen woord wordt gewijd aan wat het met de kinderen doet; er is geen enkel kind om commentaar gevraagd. Dat valt weer fraai onder het concept Adult Supremacy (waarover meer in andere teksten en blogs, zoals hier en hier).

In de geschiedenis van de mensheid is een wieg een tamelijk recent verschijnsel

De voiceover:

‘Pasgeboren baby’s die ’s nachts niet in de WIEG, maar bij de ouders in BED slapen: een trend onder internationale sterren, die in de boulevardbladen vertellen hoe intiem het is om zó met je kind de nacht door te brengen.’

Tsja, wat moeten we ervan zeggen… dit is zo’n ongelooflijk onnozele benadering, die overduidelijk zo pijnlijk is gespeend van ook maar de geringste antropologische kennis over menselijke gewoontes aangaande slaap en nachtelijk ouderschap. Kunnen we dit nog serieus nemen…? De stelling die met de bewoording en de klemtoon wordt gecreëerd is: ‘Baby’s HOREN in een wieg, maar sommigen zijn zo raar om een trend te volgen en nemen hun baby’s in BED.’

In de geschiedenis van de mensheid is een wieg een tamelijk recent verschijnsel en in heel veel samenlevingen wordt een wieg ook tegenwoordig niet gebruikt. Behalve onnozel is deze uitspraak dus ook etnocentrisch; hij is volledig gebaseerd op de beperkte kennis van wat er in de *eigen* samenleving gebruikelijk is. Hoe past dit in de missie van de NOS, die ‘ontwikkelingen in de wereld’ betrouwbaar en objectief wil presenteren? Het is niet voor niks dat dit acroniem veel wordt gebruikt voor westerse gewoontes: WEIRD (wat staat voor Western, Educated, Industrialised, Rich, Democratic). In verhouding tot landen die niet aan deze criteria voldoen, zijn WEIRD-landen ‘weird’, raar, afwijkend.

Bovendien: boulevardbladen en internationale sterren… deze combinatie creëert andermaal een specifiek beoogde vorm van framing. Ouders die deze sterren ‘nadoen’ (het woord ‘intiem’ legt nog weer een heel andere, seksueel getinte lading over het geheel heen!) door zich aan te sluiten bij deze ‘trend’, die deugen eigenlijk niet. Die brengen hun kind in levensgevaar.

Het filmpje gaat verder; de voiceover:

‘Ook Nederlandse websites promoten het [enter: Kiind, ‘Waarom samen slapen met je baby juist veilig is’], maar het is NIET zonder risico’s voor het kind.’

Kiind is een stuk minder etnocentrisch en beschouwt en onderzoekt allerlei trends (ja, trends… die kunnen behalve slechte namelijk ook heel goede dingen teweegbrengen) op het gebied van ouderschap. Alternatieven voor je kind in de nacht alleen laten huilen (zoals nog geregeld door allerlei zorgverleners en overheidsdocumenten wordt bepleit) horen daar zeker bij.

De borstvoedende moeder is in haar onderbewustzijn alert op de aanwezigheid en de signalen van haar kind

Kinderarts Engelberts weer aan het woord:

‘Als je bij je ouders in het bed ligt, ja, dan liggen er twee kruiken van 37°, je moeder en je vader, dan.’

Dit is een typisch geval van objectificatie: ouders zijn geen ‘dood gewicht’ (pun intended), geen objecten, geen metalen flessen gevuld met heet water. Dát is namelijk wat een kruik is, een armoedige vervanging van een volwassen lichaam, om te zorgen dat het kind niet afkoelt. Kruiken zijn een ‘weird’ alternatief voor hoe de mensheid tot hier heeft overleefd, namelijk door als kind dicht tegen een ander menselijk lichaam aan te kruipen. Dat andere lichaam, als het er van jongs af op is getraind, is responsief naar de bedpartner. Met name de borstvoedende moeder is zeer sensitief en is in haar onderbewustzijn alert op de aanwezigheid en de signalen van haar kind.

Zij is geen levenloos voorwerp zonder bewustzijn. De vakgroep Antropologie van Helen Ball van Durham University (Durham, Verenigd Koninkrijk) en van James McKenna van Notre Dame University (Indiana, VS) doen daar prachtig onderzoek naar met nachtopnames. Heeft Nieuwsuur aan de hand van ‘de hoogste journalistieke eisen van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, ongebondenheid, pluriformiteit en objectiviteit’ speurwerk verricht naar deze vrij gemakkelijk te traceren toonaangevende onderzoekers?

Engelberts ziet nog veel meer beren op de weg dan alleen de kruiken:

‘Je hebt een dekbed, je hebt een spleet tussen de matrassen, je hebt kussens, dus er zijn allerlei omstandigheden waardoor het kind toch in een benarde positie terecht kan komen. En het lijkt erop dat met name die heel jonge baby’s, dus onder de vier maanden… dat dat toch gevaarlijk kan zijn, hoe goed die ouders ook proberen op te letten [glimlacht ter geruststelling].’

De risicofactoren lijken als onvermijdelijk te worden gezien, wat natuurlijk niet zo is. Je kunt voor ander beddengoed kiezen, je kunt een spleet tussen matrassen of tussen matras en bedrand of tussen bed en muur, heel bewust dichten. Dat is ook precies wat wordt aangeraden aan ouders die hun kind in bed willen nemen: bekijk je slaapkamer en je slaapplek zeer zorgvuldig, niet pas als je vermoeid naar bed gaat, maar overdag, als je helder wakker bent, voordat je aan dit avontuur begint, en ga nauwkeurig te werk in het veilig maken van je bed. Het is in deze context bijzonder om te bedenken dat er *wettelijke* regels gelden voor kinderbedjes: de afstand tussen spijlen is wettelijk vastgelegd! Blijkbaar is zo’n bedje ook niet zomaar zonder meer veilig. Dat betekent dat altijd hetzelfde geldt: kijk waar je je baby te slapen wilt leggen en zet heel actief stappen om te zorgen dat die plek veilig is.

Babysterfte en wiegendood is niet hetzelfde

De voiceover vertelt dat Engelberts promoveerde op wiegendood, een verschijnsel dat inhoudt dat een kind om onverklaarbare redenen sterft in de slaap. Het kernwoord in deze definitie is ‘onverklaarbaar’. Als een kind stikt onder de dekens, is het geen wiegendood. Als een ouder op het kind gaat liggen, is het geen wiegendood. Als een kind bekneld raakt tussen de spijlen van een kinderbedje, is het geen wiegendood. (Heb je je trouwens weleens afgevraagd waarom het ‘wiegendood’ heet?!)

Nu even opletten, want nu volgt er een fragmentje statistiek. De voiceover:

‘Dat komt in Nederland niet veel voor, maar ALS het gebeurt, ligt het kind relatief vaak bij de ouders in bed.’

Engelberts licht toe:

‘In 2004 tussen de 15 en 20 gevallen van wiegendood en ongeveer 25% daarVAN [knikt bevestigend met het hoofd en blijft zorgelijk kijken], weten we uit NEDERlands onderzoek, dus dat is echt gebaseerd op Nederlandse getallen, overlijdt terwijl ze samen met hun ouders in het bed slapen. En da’s dus best veel!’

Waar ligt die andere 75%?

Okay, ik ben geen wiskundetalent, zoals velen kunnen bevestigen, maar één ding weet ik wel: als je spreekt over *alle* gevallen of items in een verzameling, dan is dat 100%. We spreken hier over iets heel ernstigs, namelijk het overlijden van een kind. Van de 15-20 kinderen wie dat in Nederland per jaar overkomt, ligt zo’n 25% bij de ouders in bed. 25%. Trekken we van 100 die 25 af, dan komen we op 75. Dat betekent dat 75% *niet* in het ouderlijk bed ligt. Die andere plekken zijn dus erg gevaarlijk en wellicht moeten we daarom tot de volgende conclusie komen: het verdient aanbeveling kinderen onmiddellijk naar het ouderlijk bed te verplaatsen, want daar is de kans op wiegendood ‘maar’ 25%. Niet bij de ouders in bed liggen verhoogt de kans op wiegendood dus tot drie keer zo veel, een stijging met 200%. (Ik zeg dit met enig sarcasme, maar puur op basis van de nu verstrekte cijfers zou dít de logische aanbeveling zijn. Engelberts wordt daarover echter niet kritisch bevraagd; Sietsma vraagt niet: ‘En waar ligt die andere 75%?’)

HET kenmerk van wiegendood, zoals al eerder gezegd, is dat er GEEN aanwijsbare oorzaak is

De voiceover:

‘Vier à vijf baby’s per jaar, die TUSSEN de ouders in STERVEN [pauze] aan wiegendood. Een precieze oorzaak is niet aan te wijzen, maar het risico is duidelijk, zegt Engelberts.’

Dit is altijd tamelijk vermoeiend. HET kenmerk van wiegendood, zoals al eerder gezegd, is dat er GEEN aanwijsbare oorzaak is. Als die er wél is, is er namelijk die oorzaak en dan is het *per definitie* géén wiegendood! Hieruit blijkt dat degenen die verantwoordelijk zijn voor deze rapportage, geen idee hebben waarover ze spreken en niet in staat zijn de statements kritisch te analyseren. Verstikking is GEEN wiegendood. Op de baby gaan liggen is GEEN wiegendood. Een kind dat oververhit is geraakt is GEEN wiegendood. ALS er een oorzaak is, is het GEEN wiegendood! (Het is natuurlijk wél babysterfte en niemand betwist dan ook dat veiligheidsmaatregelen belangrijk zijn.)

Engelberts:

‘Hoe jonger het kind, hoe groter de kans op wiegendood als je het bij je in bed neemt. Nederlands onderzoek heeft uitgewezen dat de eerste maand dat ongeveer een tien keer groter risico is, euh… bij de derde maand ongeveer een twee keer groter risico, dus mijn dringend advies zou zijn om het NIET te doen [knikt zeer nadrukkelijk].’

Hierna komt er een ‘hoofd opleidingen kraamzorg’ aan het woord; deze dame legt uit wat kraamverzorgenden in de gezinnen tegenkomen en hoe ouders hun kind in bed nemen, met gebruik van allerlei kussens, onderleggers, bednestjes en dergelijke. De interviewer vraagt of al die vormen meer risico met zich meebrengen dan ‘gewoon in de wieg’ en daarop luidt het antwoord ondubbelzinnig: ‘Zeker, absoluut’, bevestigd met een stevige hoofdknik en een vastberaden gezichtsuitdrukking.

De uitdrukking ‘gewoon in de wieg’ is een normatieve uitspraak en beïnvloedt de perceptie van de kijker in de richting van: ‘Samen in één bed slapen is abnormaal’. Andermaal: is dit de objectieve benadering van de NOS? (Even later volgt nog het één en ander over hoe de kraamzorg zich probeert in te dekken tegen ouders die de adviezen niet opvolgen; ik laat dit even rusten, want het is een blog op zichzelf.)

Hierna komt de vader van het begin weer in beeld, die een cosleeper heeft ontworpen. Hij vermoedt, zo blijkt even later, dat ouders steeds bewuster bezig zijn met het belang van nachtelijke nabijheid.

‘Zo kon hij zijn kind TOCH dichtbij laten slapen, volgens HEM… op een veilige manier.’

Vader legt uit dat het gewoon een peuterbedje is met één zijde open. Hij legt uit hoe hij dat heeft gedaan, maar het is toch niet zo’n goed idee, misschien, want de voiceover zegt:

‘Maar zelfs COSLEEPERS kennen risico’s, zeggen artsen. Daarom is de landelijke richtlijn… DUIDELIJK.’

Indekken in plaats van ondersteunen

Hierna volgt een campagnefilmpje van ‘VeiligheidNL’ met uitleg van een dame: eerste zes maanden kind bij de ouders op de kamer, maar WEL in een eigen wiegje of ledikant…

‘maar LANG niet ALLE ouders volgen dat op’, zegt de voiceover.

We zien tijdens haar verhaal een moeder die de slaapkamerdeur opent van de kamer waar haar baby ligt te slapen. Ze kijkt even en gaat weer weg. We kunnen hieruit niet afleiden hoe lang het kindje al alleen lag en nog zal liggen en hoe lang het dus in bed ligt zonder ouderlijk toezicht. Het is interessant dat dit filmpje wordt vertoond als onderdeel van een item over veiligheid.

De dame van de kraamorganisatie erkent dat lang niet alle ouders de duidelijke adviezen opvolgen. Hun beleid is om dat in het dossier te noteren, zodat ‘als het niet goed gaat’, duidelijk is dat het onderwerp is besproken. Dit lijkt meer te duiden op uitleg over hoe de organisatie zich indekt, dan over hoe de organisatie ouders ondersteunt bij het vinden van veilige vormen van (samen) slapen.

Engelberts:

‘Het is natuurlijk wél zo, dat als JIJ in slaap valt en het KIND in slaap valt… ja, euh… dan vraag ik me af of het dan heel veel meerwaarde heeft om het nog tegen je aan te houden of dat je DAN het risico zo klein mogelijk kan houden en het kind dan TOCH in een apart bedje… [pauze] euh… legt.’

Dat Engelberts geen toegevoegde waarde ziet van het feit dat ouder(s) en kind slapend naast elkaar liggen, laat een gebrek aan kennis zien over de fysiologie van slapende baby’s en hoe die zintuiglijke ondersteuning ervaren van een volwassen slaper naast zich.

De interviewer:

‘Om het even scherp te stellen: ‘Is het verantwoord om met je kind in bed te slapen, als ouder?’

Engelberts:

‘[diepe zucht, moeilijke gezichtsuitdrukking] Euh… onder de vier maanden… denk ik niet. Nee! [gedecideerde blik en knik met het hoofd]’

Tweebeeke rondt af:

‘Da’s duidelijk.’

Nee, dame, er is nu helemaal niks duidelijk. Er is alleen maar een heel suggestieve, eenzijdige, ongeïnformeerde, denigrerende, indoctrinerende, angst voedende reportage gemaakt, eentje die volstrekt niet bijdraagt aan de veiligheid van kinderen en aan maatschappijbrede kennis over de manier waarop ouders het nachtelijk ouderschap kunnen vormgeven. Mijn vraag van het begin, namelijk of de NOS met deze reportage voldoet aan de missie die ze zichzelf heeft gesteld, en die als volgt luidt:

De NOS stelt zich, als integraal onderdeel van de publieke omroep, tot doel de primaire informatiebron te zijn op het gebied van nieuws, sport en evenementen, zodat de Nederlandse burger beter in staat is te oordelen over ontwikkelingen in de wereld, waardoor hij zijn gedrag beter kan bepalen. De NOS hanteert hierbij de hoogste journalistieke eisen van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, ongebondenheid, pluriformiteit en objectiviteit.

… die vraag moet tot mijn spijt dan ook met ‘nee’ worden beantwoord. Da’s duidelijk.

Al met al heeft deze reportage heel veel onrust gezaaid

Ik vind dit een blamage voor de NOS en een blamage voor de professionals die eraan hebben meegewerkt en die op deze manier ouders niet serieus nemen. In ieder geval Engelberts beticht die ouders van onverantwoord ouderlijk gedrag en dat is een ferme uitspraak die geen recht doet aan de zorgvuldigheid en liefdevolle sensitiviteit waarmee ouders die hun kind in bed nemen, dit in het algemeen doen. Ook de suggestie dat een kraamzorgorganisatie de juridische verantwoordelijkheid voor dit onderwerp kan ‘afschuiven’ op de ouders door een notitie in het dossier over het niet opvolgen van een advies is op uiteenlopende gronden uitermate problematisch.

Al met al heeft deze reportage heel veel onrust gezaaid. Het siert Vakblad Vroeg dat zij in hun nieuwsbrief meerdere visies aan bod laten komen. Daarmee laat je zien dat je ouders respecteert en hen in staat acht om standpunten tegen elkaar af te wegen.

De wijze waarop de reportage tot stand is gekomen en hoe de journalist daarover met mij communiceerde kun je hier lezen: ‘Je kunt niet verwachten dat ik bij een onderwerp gemaakt in een dag een boek tot me neem en ook nog evt. van toepassing zijnde wetenschappelijk onderzoek.’ ~ Siebe Sietsma

Wil je je verdiepen in wat James McKenna evidence based over bedding-in zegt? Bestel het boek ‘Slapen met je baby’!

En ook vakblad Vroeg schrijft erover: Samen slapen in een bed

Deze tekst verscheen eerder op de blog van antropoloog en lactatiekundige Marianne Vanderveen-Kolkena. Marianne vertaalde het boek Slapen met je baby van James McKenna.

BewarenBewaren

BewarenBewaren