Tips voor een zinnige internetdiscussie (over vaccineren ofzo)

Het is hommeles op social media. In ieder geval in mijn timeline lijkt 1 op de 5 Facebookposts over vaccineren te gaan. Soms verloopt een gesprek redelijk prettig, meestal eigenlijk totaal niet.

Internet is heus leuk. Social media ook. Als rozewolkende verse ouder kun je vast genieten van de herkenbare verhalen van anderen over eerste hapjes en potplasjes. Dankzij het internet kun je ook in je nachtpaniek antwoord krijgen op vragen over huilende baby’s en voedingen. Misschien kom je in een warm bad terecht in groepen over ouderschap of volg je een hashtag op Twitter waar je iets aan hebt.

Maar vroeg of laat kom je het tegen: zo’n INTERNETDISCUSSIE! Meestal over vaccineren of de noodzaak van borstvoeding. Nooit over Trump, daar zijn we het allemaal wel lekker over eens.

Internetdiscussies zijn totaal anders dan een gesprek in de woonkamer

Ik vind ze best verwarrend, want in het eggie, als je elkaar kunt aankijken, als ik een avondje kan bomen met vrienden of vage kennissen, gaat het er heel anders aan toe. Ik vind het lastig dat er veel langs elkaar heen gepraat wordt. 

Misschien wordt het wel even wat steviger, maar als het goed is probeer je samen ergens uit te komen. Je geeft elkaar aan het einde nog eens een knuffel.

Internetdiscussies zijn totaal anders, en hoe openbaarder, hoe erger. Iemand komt tussendoor even aanwaaien, gooit er een sneer uit, en dat was het. Stel het je even voor. Je zit rondom je tafel met wat mensen te praten, er komt iemand langs, braakt wat uit en is weer weg. Geen bodem voor een goed gesprek. Meestal ben je online ook niet een uur direct op elkaar aan het reageren, maar doen alle deelnemers aan de internetdiscussie tussendoor totaal andere dingen. Tussen het tandenpoetsen en het koken komt er dan eens een reactie. Ook geen goede basis voor een discussie. Je zou kunnen zeggen dat internetdiscussies geen zin hebben. Maar ik denk dat het wel kan, mits je onderstaande Gouden Internetdiscussietips van Sandii in acht neemt:

  1. Realiseer je dat groepen volstrekt verzonnen zijn. Roeptoetert iemand een onnavolgbare theorie over vaccineren, en iemand anders komt tot hetzelfde besluit als de roeptoeter, dan zijn ze niet ineens gezellig samen een groep pro-vaxxers of anti-vaxxers. Zelfde geldt voor ‘borstvoedingsmaffia‘. Als één borstvoedende moeder zegt dat je geen goede moeder bent als je geen borstvoeding geeft, dan betekent dit niet dat alle borstvoedende vrouwen dat vinden. Ze zijn beide geen borstvoedingsmaffia. Zelfs degene die iets lelijks zei niet. Dat is gewoon iemand die onaardig doet. Je kunt mensen niet zomaar bij elkaar plakken. Doe dat dan ook niet. Iedereen heeft zijn eigen overwegingen. Er zijn geen kampen.
  2. Daarop voortbordurend: gebruik meer woorden. Het klinkt politiek correct, maar het is essentieel. Je bent niet wat je vindt. Je bent niet wat je doet. Je bent niet wat je stemt. Oftewel: je bent niet rechts, maar je hebt op de VVD gestemd, je bent geen anti-vaxxer, maar je hebt twijfels over vaccinaties, je bent geen flesvoedingsmoeder, maar je baby krijgt toevallig melk uit de fles. Ontleen je eigen en andermans identiteit niet aan wat iemand doet/zegt/vindt.
  3. Lees niet tussen de regels door. Het is al moeilijk genoeg om de regels zelf goed te lezen. Is iets onduidelijk, stel een vraag. Niet: ‘Jij vindt dus… *insert schepje erbovenop*’, maar: ‘Lees ik goed dat je bedoelt dat…. bedoel je dat…?’ Zonder invulling dus. Kom op, je kunt het.
  4. Laat je nieuwsgierigheid voorop gaan. Probeer eens of het je lukt om aan het einde van het gesprek méér over de beweegredenen van de ander te weten. Je eigen gedachten zijn een stuk saaier, die kende je wel. Je gelijk halen is saai. Innerlijke groei weet je wel. Je leert ervan. Niet om je ervan te laten overtuigen dat de ander gelijk heeft. Zie het meer als hersengymnastiek. Een kijkje in andermans denktrant, leefwereld. Net zoals je leert van een wereldreis, maar dan van achter je scherm. Heb je je tijd nog eens zinnig besteed.
  5. Realiseer je dat de ander misschien niet zo stellig is als jij het interpreteert. Misschien ben je zelf heel stellig. Het zou een projectie van je kunnen zijn dat de ander dat dan ook is. Misschien vraagt de ander zich alleen maar dingen af.
  6. Een heel belangrijke: Laat altijd de optie open dat de ander weleens gelijk zou kunnen hebben. Ook als de ideeën van de ander ver in de minderheid zijn. Ook als diegene retorisch minder sterk is dan jij. En, deze is misschien lastig, zelfs als je vindt dat de argumenten geen hout snijden, kan het tóch zo zijn dat diegene feitelijk gelijk heeft met de eindconclusie. De aarde bleek toch niet plat.
  7. Herhaal voor jezelf dat in principe zo goed als iedereen (ik noem Trump niet nog een keer hoor) het juiste wil doen. En dat iedere ouder het beste wil voor haar/zijn kind.

Zoals gezegd, misschien te politiek correct, en dat is tegenwoordig ehhh… niet meer politiek correct, maar deze tips kunnen je helpen als je écht eens een goed en stevig internetgesprek wilt voeren. Succes!