Jong geleerd is oud gedaan?

door Gastauteur

Een goede vriendin – tevens trotse moeder – vertelde me dat een hele vakantieweek van haar zoon in het teken had gestaan van een training bij zijn voetbalclub. Haar zoon van acht jaar oud is een jaar geleden ‘gescout’. Omdat het hier een grote, bekende club in het zuiden van ‘t land betreft, wordt hij sinds die tijd drie keer per week opgehaald met een busje voor een training of wedstrijd. Daarnaast ontving hij een tenue van de club, inclusief een set keepershandschoenen. Want dankzij zijn talent in de goal verwierf hij deze plek.

De trainingsweek bestond uit een afwisselend programma dat dagelijks van negen tot vijf plaatsvond. Niet alleen de (keepers)vaardigheden werden intensief geoefend, ook werd er aan allerlei randvoorwaarden aandacht besteed. Zoals het eten. Iedere middag kregen de sterspelers in spé een gezonde, voedzame maaltijd voorgeschoteld. Pasta leidde ook thuis ineens niet meer tot discussies.

Tot dusver kon ik me inbeelden dat het een leerzame en interessante week moest zijn geweest. Toen aan dit verhaal werd toegevoegd dat de week werd afgesloten met een heuse persconferentie, viel mijn mond open van verbazing.

Eén van mijn cliënten is een moeder van twee inmiddels volwassen kinderen en een tienjarige zoon. Zij heeft zelfstandigheid hoog in het vaandel. Daarom leerde zij haar kinderen al vroeg veters strikken, met mes en vork eten en volwassenen met ‘u’ aanspreken. Ze blonken uit met deze en andere ‘volwassen’ vaardigheden. Haar kinderen zouden zichzelf kunnen redden en anderen niet tot last zijn, zo dacht deze moeder.

Ikzelf heb me een tijd lang druk gemaakt over de grove motorische vaardigheden van mijn oudste dochter. Hoewel er steeds vooruitgang was, liep ze ver achter op het gemiddelde. Een dag voordat ze tien maanden werd rolde ze om, in haar veertiende maand ging ze uit zichzelf rechtop zitten en pas na ruim 21 maanden zette ze haar eerste, wankele losse stapjes. Wat heb ik me vaak verontschuldigd naar anderen met de woorden: ‘Ze gaat heus lopend naar school.’ Ik zei het waarschijnlijk nog het meest om mezelf gerust te stellen. Ik heb tijdens haar tweede levensjaar veel nagedacht over hoe ik haar kon stimuleren tot staan en lopen, soms neigde het tot ideeën over hoe ik haar zou kunnen dwingen.

Bij de moeder die ik begeleid is het faliekant misgelopen met haar twee oudste kinderen. Bij haar jongste dreigde hetzelfde te gebeuren: er was haast continu een negatieve sfeer in huis en ze had nog nauwelijks invloed op hem. Hoewel het hier om een voorbeeld gaat en dit uiteraard niet geldt voor alle gezinnen waarin kinderen al jong gestimuleerd of gedwongen worden tot het leren van bepaalde vaardigheden, riepen bovenstaande en andere voorbeelden bij mij de volgende vraag op: is jong geleerd werkelijk oud gedaan?


Ik voel me onzeker als mijn kinderen ‘achterlopen’

Ik heb ik me al talloze malen verbaasd over wat ‘onze maatschappij’ impliciet van kinderen verwacht: zichzelf troosten, al vroeg geen borstvoeding meer en alleen slapen, zijn slechts enkele voorbeelden. We prijzen het als een kind al jong iets kan in vergelijking met andere kinderen. Wanneer ik ergens met mijn kinderen verschijn, wordt er vaak geïnformeerd naar hun vorderingen. Hoewel ik ook met plezier hun ontwikkeling volg, staat hun welbevinden en betrokkenheid voor mij centraal. ‘Hoe maken ze het?,’ zou ik graag wat vaker horen in plaats van ‘Hoe doen ze het?’.

Ik voel me onzeker als mijn kinderen ‘achter lopen’. Het gevaar controle over hen uit te oefenen of hen te forceren, ligt op de loer telkens als ik nadenk over hoe ik hen kan stimuleren in hun ontwikkeling. De enige manier om erachter te komen of mijn ideeën of acties werkelijk het belang van mijn kinderen dienen, is door mezelf recht in de spiegel aan te kijken en af te vragen: is er enig eigen belang?

Wanneer het eerlijke antwoord iets is in de trant van: ja, ik voel me een stuk gemakkelijker in het bijzijn van andere ouders zodra mijn kind kan wat de meeste kinderen kunnen, of: ja, men zal me prijzen als ze mijn kind zien doen wat ik voor ogen heb. In deze gevallen dient mijn idee een ander belang dan dat van mijn kind, namelijk het maskeren van mijn onzekerheid.

Als ik op deze manier mijn onzekerheid verbloem, betalen mijn kinderen de prijs. Dit zal hoe dan ook onze relatie schaden en mijn invloed op hen zal uiteindelijk – als zij ouder worden en meer zeggenschap krijgen – afnemen.

Kinderen hebben heel veel ontwikkelingsstappen te maken. Wij volwassenen hebben de macht hen te dwingen tot het overhaast doorlopen of overslaan van stappen. Ik denk niet dat je een goede persconferentie leert houden, als je dit al hebt moeten doen op achtjarige leeftijd en veters strikken terwijl je motoriek nog niet zover is, leidt vooral tot heel veel frustratie en weerzin.

Een kind dat dagelijks ziet dat er met mes en vork gegeten wordt, betrokken wordt bij het bereiden van het eten (lees: uitgenodigd, niet gedwongen en ja, dit kan dan ook als je kind pas 18 maanden is) en waarin ouders geïnteresseerd zijn, wil bestek gebruiken, wil proeven en eten en wil zijn mening vormen en verkondigen. En mede daardoor zal hij op een dag een goede persconferentie kunnen geven.

Dagelijkse, authentieke situaties bieden een enorme rijkdom aan ontwikkelingsmogelijkheden. De vraag is of jij als ouder dit potentieel ziet en aanspreekt. Kijk je onbevooroordeeld naar je kind? Hoor je zijn vragen en zie je zijn pogingen? Zo ontdek je aanknopingspunten om zijn ontwikkeling te stimuleren. Kunstmatige situaties en dwang zijn dan overbodig.

Je kind en zijn ontwikkeling als uitgangspunt en niet de verwachtingen van de maatschappij. Logisch, maar durf jij de confrontatie met jezelf aan?

Anne van Hees is onderwijskundige en begeleidt mensen met ADHD

Boekentips

Word lid

In onze fijne online community verbind je met gelijkgestemden

Verder lezen

Balletjes in de lucht houden

Geschreven door Diana de Bont Ik ben Diana, zusje en dochter sinds 1979, vrouw sinds 1997, echtgenote sinds 2003, mama sinds 2006, fulltime werkneemster sinds 2007, hardloopster sinds 2009. Daarnaast probeer ik een waardevolle collega, een lieve vriendin, een goede...

Jongens mogen zacht zijn

Jongens mogen zacht zijn

Echt stoer zijn, wat betekent dat eigenlijk? En krijgen jongens daar wel voldoende ruimte voor? ‘Stoer, wat is dat eigenlijk?’ Ik kijk mijn zoons hoopvol aan, op zoek naar een invalshoek voor dit artikel. ‘Kweenie,’ mompelt de oudste (Luka, 7). ‘Iemand die een...

In de huid van je stiefkind

In de huid van je stiefkind

Hoe is het nu eigenlijk om een stiefkind te zijn? Dat kun je misschien alleen écht weten als je het zelf bent geweest, maar empathisch vermogen kun je zeker ontwikkelen. Toevallig sprak ik deze week twee verschillende vrouwen die bewust geen kinderen wilden, omdat ze...

Column: Een commune in de polder

Column: Een commune in de polder

Ineens realiseer ik me dat ik mijn zoon al zeker een uur niet meer heb gezien. En, nog gekker, dat ik me daar helemaal geen zorgen over maak. Hij is met zijn nichtje op avontuur in de tuin van opa en oma. We hebben het hek dichtgeschoven, dus ze kunnen de straat niet...

De grote opvoedmythe

Als je kinderen krijgt, kun je maar beter oordoppen kopen. Niet vanwege je schreeuwende (b)engeltjes, maar vanwege al het goedbedoelde advies. Want, is het echt zo dat kinderen over je heen gaan lopen als je niet genoeg tegengas biedt? In hoeverre moet je er bovenop...

Wat is genderneutraal opvoeden nou weer?

Wat is genderneutraal opvoeden nou weer?

Als je zwanger bent, is de eerste vraag vaak: 'Weet je al wat het wordt?' Het geslacht van je kind lijkt in onze cultuur het belangrijkste onderdeel van het mensje in wording. Nogal beperkend. Genderneutraal is een term die je nu steeds vaker hoort. Er wordt...

LEES GRATIS HET INTERVIEW MET ALFIE KOHN

Het interview met de grondlegger van het onvoorwaardelijk opvoeden in je mailbox? Je ontvangt meteen ook de Kiindnieuwsbrief vol inspiratie (uitschrijven mag).

Het is gelukt, we gaan een mail naar je typen! (check ook je spamfolder)

0