Jannie Engels
Beeld: Jannie Engels

Jongens en meisjes verschillen minder dan het lijkt

Jongens en meisjes. Een wereld van verschil. Tenminste, als je speelgoedwinkels en kledingzaken mag geloven. Die bevatten tegenwoordig een enorme kloof tussen roze en blauw. Maar zijn de verschillen m/v wel echt zo groot? Of is het slechts onze perceptie?

Als fatsoenlijk jaren ‘80-kind kreeg ik vanaf mijn geboorte poppen én auto’s, droeg ik zowel broeken als jurkjes en reed ik rond op een blauwgele crossfiets. (Check dit lekkere unisex boxpakje of maak de legendarische Kiind Jumpsuit helemaal zelluf) Ook in de speelgoedfolders herinner ik me geen polarisatie. Sterker nog, de nadruk lag vaak op stoere meisjes die met Lego of autootjes speelden. Hoe anders is het nu met een roze meisjeskant met (sexy) poppen en huishoudelijke attributen, tegenover een blauwe jongenskant met stoere voertuigen en vechtende figuren. Ook de reclame rondom speelgoed maakt een duidelijk onderscheid tussen jongens- en meisjesspeelgoed. Kinderen al jong meegevend dat ze schijnbaar moeten kiezen.

Wat ben je? Een jongen of een meisje? Meer smaken lijken er niet te zijn. Dat voelt ook mijn zoon als we in de winkel staan. Want ondanks onze redelijk genderneutrale opvoeding heeft ook hij het gevoel dat hij alleen maar aan de jongenskant terecht kan. Terwijl ik juist wil meegeven dat we in de eerste plaats allemaal unieke mensen zijn. 

De verschillen worden juist kleiner

Hoe het kan dat we teruggevoerd lijken te worden naar de jaren vijftig legt wetenschapsjournalist Asha ten Broeke uit in haar artikel Verdwenen man-vrouwverschillen. Zo vierde in de jaren zeventig en tachtig het gelijkheidsidealisme hoogtij. En dat gold voor zowel speelgoed als voor je toekomst (Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid). Maar zoals dat vaak gaat sloeg als reactie hierop de balans door naar de andere kant en won het idee van biologische sekseverschillen aan populariteit. Het geloven dat we anders zijn is een visie die ook jarenlang onderschreven werd door de biologie en evolutiepsychologie. Want, zo stelde men, de verschillen tussen meisjes en jongens zijn nu eenmaal evolutionair bepaald vanwege de rolverdeling in de prehistorie. Klaar. Recent onderzoek toont echter aan dat het toch wat anders ligt. Uit nieuw onderzoek blijkt namelijk dat de verschillen tussen mannen en vrouwen steeds kleiner worden. Ironisch genoeg precies in een periode waarin de verschillen tussen meisjes en jongens juist enorm worden benadrukt. 

We zijn in de eerste plaats allemaal unieke mensen

Zo blijkt de wiskundevoorsprong van jongens nagenoeg verdwenen te zijn. En dat is niet het enige, zo schrijft Ten Broeke: ‘In de afgelopen acht jaar bleek dat mannen en vrouwen meer gelijk dan verschillend zijn op allerlei gebieden: leiderschap, assertiviteit, competitiviteit, rationeel denken, zorgzaamheid en empathie, hoeveel ze praten, verbale agressie. Vrouwen bleken niet emotioneler te zijn dan mannen, en ook niet beter in multitasken.’ Ook logica dicteert dat de verschillen helemaal niet zo groot zijn. Van de 23 chromosomen is er immers maar eentje verschillend tussen mannen en vrouwen. 

Cultuur versus biologie

Het lijkt er daarom op dat de verschillen eerder ingegeven zijn door cultuur en niet zozeer door ons geslacht. In landen waar mannen en vrouwen als minder gelijkwaardig behandeld worden, zie je bijvoorbeeld dat de verschillen tussen de schoolprestaties van jongens en meisjes groter zijn. De emancipatie heeft dus grote invloed gehad op het verkleinen van de verschillen tussen de seksen.

Ten Broeke haalt een artikel aan van neuropsycholoog Cordelia Fine die stelt dat de culturele rollen die mannen en vrouwen vervullen invloed hebben op onze biologie: ‘Als voorbeeld noemt Fine een uitgebreid onderzoek waaruit bleek dat vaders minder testosteron in hun lichaam hebben dan kinderloze mannen, en dat dit nog eens extra geldt voor mannen die nauw betrokken zijn bij de verzorging van hun kind. Een bevinding die goed aansluit bij een studie naar twee groepen vaders uit Tanzania. In de ene groep was het de culturele norm dat vaders erg betrokken waren bij de kinderzorg; bij hen was het gemiddelde testosteronniveau een stuk lager dan in de andere groep, waar vaders niet of nauwelijks zorgtaken hadden. Zo zijn het niet de hormonen die de rollen (m/v) vormgeven, maar de culturele rollen die het hormoonsysteem beïnvloeden, stelt Fine vast.’

Vaders hebben minder testosteron in hun lichaam dan kinderloze mannen

Cultuur heeft dus behoorlijke invloed. Zelfs op onze biologie! Je kunt je gemakkelijk voorstellen wat voor een uitwerking (culturele) stereotypering kan hebben op onze kinderen en daarmee op de maatschappij. Want hoe verwarrend is het wel niet dat de wetenschap aantoont dat de verschillen tussen mannen en vrouwen kleiner worden, terwijl kinderen iets anders voorgeschoteld krijgen? 

Breek uit het hokjesdenken!

Wij kunnen hierin een verschil maken. En dat begint bij de manier waarop we kinderen benaderen. Ken je het filmpje Girl toys vs boy toys: The experiment van BBC Stories?

Hierin wisselen babyjongetjes en meisjes bij wijze van experiment van kleding. Vervolgens wordt er wat speelgoed op een kleedje gelegd en worden volwassenen uitgenodigd om met de kleintjes te spelen. Wat vrij snel duidelijk wordt is dat de deelnemers het ‘meisje’ overwegen zacht speelgoed en poppen geven en het ‘jongetje’ de robot en het ruimtelijk inzichtspeelgoed. Ook in de manier waarop ze met de kinderen omgaan zit een verschil. Wanneer de deelnemers achteraf horen hoe de vork in de steel zit zijn ze verbijsterd hoezeer ze zich hebben laten leiden door (onbewuste) stereotypering. 

Je moet blijkbaar kiezen. Wat ben je? Een jongen of een meisje?

Of wat dacht je van het onderzoek dat Ten Broeke aanhaalt waarbij een groep volwassenen naar het geluid van huilende baby’s luisterden en de vraag kregen of het een jongetje of een meisje was. De baby’s die op hoge toon huilden werden ingeschat als meisje en die met een lagere toon als jongen. Wat natuurlijk al stereotiep is, want er is feitelijk geen verschil in toonhoogte tussen jongens en meisjes. Maar zelfs nadat de onderzoekers het geslacht onthulden konden de deelnemers hun vooroordelen niet loslaten. Een jongensbaby met een hoge huiltoon vond men ‘vrouwelijker’ dan jongens die op lagere toon huilden. En andersom gold hetzelfde voor meisjes.  

Ingebakken stereotypen

Stereotypering is dus iets wat er heel diep ingebakken zit en vaak onbewust plaatsvindt. Aan ons de uitdaging om te proberen ons hiervan bewust te zijn bij het grootbrengen van onze kinderen. En dat begint al bij hoe we tegen ze praten en de woorden die we kiezen. Want tegen meisjes zeggen we vaker dat ze lief en mooi zijn en tegen jongens dat ze zo stoer zijn. Terwijl het veel zinniger is om je te richten op persoonlijke kwaliteiten die iemand bezit. Zonder in sekse te denken. Zo hoorde ik ooit dat er tegen een snikkend jongetje werd gesnauwd dat het toch zeker geen meisje was. Dubbel fout wat mij betreft, want waarom zouden jongens niet kunnen huilen? En sinds wanneer is ‘meisje’ een scheldwoord?

Tegen meisjes zeggen we vaker dat ze lief en mooi zijn

Denk ook aan het kiezen van wat meer gevarieerd of neutraal speelgoed – en lees hier waarom, het geven van een eigen keuze bij de aanschaf van kleding en het kiezen van hobby’s (denk Billy Elliot). Kijk naar kinderen zonder te denken in m/v en vraag je af: Wie is hij of zij en wat laat bij hen het innerlijke vuurtje ontbranden? Want wie je bent, waar je van houdt, wat er allemaal wel en niet ‘hoort’, laat staan wat je later kunt worden heeft he-le-maal niets met je geslacht te maken. 

Bronnen

Verdwenen man-vrouwverschillen

Stereotypering begint al jong, en toch zijn mannen en vrouwen zo gelijk

Meer lezen

Ook fijn & zinnig om (voor) te lezen: 

Mijn zoon wil in een jurk naar school, wat nu?

Jongens- en meisjesgedrag: aangeleerd of aangeboren?