Echt stoer zijn, wat betekent dat eigenlijk? En krijgen jongens daar wel voldoende ruimte voor?

‘Stoer, wat is dat eigenlijk?’ Ik kijk mijn zoons hoopvol aan, op zoek naar een invalshoek voor dit artikel. ‘Kweenie,’ mompelt de oudste (Luka, 7). ‘Iemand die een zweefbord heeft ofzo.’ Zijn jongere broer (Jep, 4) laat een brul horen, een strijdkreet. Hij stormt weg, terwijl hij aankondigt dat hij de groene ninja is. Luka duikt weer in zijn Donald Duck. Ze hebben geen zin om te praten. Echte mannen, denk ik onwillekeurig. Oeps.

Kom op, je bent toch een grote jongen?

Innerlijke stem

Ik zou willen dat mijn jongens (en ook mijn meisje, en eigenlijk iedereen) geloven dat stoer betekent ‘in je kracht staan’. Sorry voor het gebruik van deze ‘hippe’ yogauitdrukking, maar het legt nu eenmaal het beste uit wat ik bedoel. Je bent stoer als je durft te luisteren naar je eigen innerlijke stem. Als je je eigen keuzes maakt, ondanks peer pressure of omdat iets zogenaamd ‘zo hoort’. Ik hoor ineens mijn juf van vroeger praten, of de anti-rookcampagnes van toen. Roken is niet stoer, het is ongezond en voor meelopers (althans dat was het toentertijd, ik hoop dat er inmiddels zo weinig jongeren roken dat er niets mee te lopen valt). In de sloot springen omdat anderen het doen is ook niet stoer. In de sloot springen omdat je er zin in hebt trouwens wel. Vind ik. Maar ook: niet in de sloot springen omdat je het gewoon veel te eng vindt. Hartstikke stoer, want je luistert naar je eigen innerlijke stem.

Moord en brand

De innerlijke stem van mijn jongens is meestal ook voor de buitenwereld luid en duidelijk te horen. Vierjarige Jep schreeuwt moord en brand als hij een schaafwondje heeft. (Waar dan? Daar. Kijk dan. Oh, dat! Ik dacht dat dat een porie was.) Mag hij uiting geven aan zijn pijn? Ja. Graag zelfs. Als ambitieuze moeder weet ik uit de boekjes hoe belangrijk het is om gevoelens te erkennen. Emoties mogen er zijn. Dat is bij jongens niet anders dan bij meisjes, toch? Mwah.

Vooroordelen

Uit Amerikaans onderzoek* bij kinderopvangcentra bleek dat, hoewel het gedrag van jongens en meisjes niet significant verschilde, meisjes vaker geknuffeld werden dan jongens. En dat het gedrag van jongens vaker als problematisch werd ervaren. Ook uit andere onderzoeken blijkt dat jongens vaker de diagnose ADHD** krijgen, of een lager schooladvies dan meisjes, ook al hebben ze dezelfde cito-score.

Je kunt daaruit concluderen dat onze (al dan niet bewuste) vooroordelen over jongens en meisjes toch wel een rol spelen in de manier waarop ze worden behandeld.

De taal van huilen

Toch maar proberen om de emoties en de bijbehorende tranen er te laten zijn. Huilen is volgens Solter hartstikke zinvol. Sla het boek ‘De taal van huilen’ van Aletha Solter er maar eens op na. Een huilbui helpt letterlijk stress te ontladen (er zit zelfs stresshormoon cortisol in tranen) en het is het belangrijkste communicatiemiddel van kleine kinderen, die vaak de woorden niet kennen voor hun complexe gevoelens. Daarin verschillen jongens niet van meisjes.

Aanstelleritis

Ik geef Jep de liefdevolle aandacht en nabijheid zoals uit het boekje. Geheel volgens de Gordonmethode probeer ik niets te fixen of te analyseren, maar erken ik: ‘Je hebt een schaafwondje, dat zal wel pijn doen, daar moet je van huilen.’ Ik aai over zijn rug en knuffel hem op schoot. Maar na vijf minuten vind ik het wel genoeg. Weet je wat? Pleister erop en door. ‘Nee!’ Nog meer tranen. Ik vind dat mijn zoon wel zijn pijn mag uiten, maar dit noem ik aanstelleritis. Oh wacht, kinderen die zich aanstellen, daar was toch iets mee? Het begint me te dagen dat we hier misschien te maken hebben met wat Solter het ‘gebroken-koekjesfenomeen’ noemt. Je kent het wel, de huilbui die ogenschijnlijk volgt naar aanleiding van iets pietluttigs als een gebroken koekje, maar eigenlijk gaat over iets wat eerder gebeurd is. Jep gebruikt zijn pijn om even lekker te brullen over ehm, ja, van alles en nog wat. Over z’n grote broer die vindt dat hij niet de groene, maar de paarse ninja moet spelen, over z’n zusje die zijn zwaard telkens weer afpakt, en misschien (zeer grote kans) is hij ook nog moe en hongerig. ‘Ik ben heel kwetsbaar, hoor,’ zegt hij een tikje verwijtend. Hoera! Mijn zoon is kwetsbaar, en dat mag. Vooral nu ik dit artikel schrijf.

Grote jongen

Maar als Luka jengelt omdat hij wil dat ik zijn billen afveeg, word ik een beetje kriegel. Hij ziet toch dat ik bezig ben met de baby/koken/hoofdpijn/dit artikel? ‘Kom op, je bent toch een grote jongen? Gisteravond vond je nog dat je oud genoeg was om zelf je bedtijd te bepalen, dan regel je nu ook maar je eigen shit,’ bijt ik hem toe. Maar dan klinkt daar mijn eigen innerlijke stemmetje, dat me vertelt dat hij de nabijheid van zijn moeder zoekt. Dat hij dit moment aangrijpt omdat hij even mama wil tanken (niet anders dan toen hij nog aan de borst zat). Juist nu, nadat hij gisteren zo veel zelf heeft gedaan.

Emotionele intelligentie

Dat stemmetje lijkt trouwens best wel op de stem van Laura Markham, van het boek ‘Ontspannen ouders, blije kinderen’. Ook zij pleit voor empathisch opvoeden. Het fijne daarvan is, dat het de emotionele intelligentie van onze kinderen vergroot. Ieder kind wordt geboren met de mogelijkheid om empathie te ontwikkelen, en wij kunnen helpen om dat te stimuleren, schrijft zij (zie kader). Wie goed om leert gaan met zijn eigen emoties, kan ook zonder angst of ongemak reageren op die van een ander. Empathie is gezond, krachtig, en dús stoer. Het is de basis van zorgzaamheid en aanpassingsvermogen.

Boys will be boys

Ik kijk naar mijn jongens. Ze rennen en rauzen en vechten met elkaar. Soms gaat het er hard aan toe. Een teen in een oog. Handen worden klauwen en klemmen zich in de wangen van de ander. De empathie is ver te zoeken. Toch grijp ik niet in. Ze zijn als jonge leeuwtjes, dit hoort erbij, zeg ik tegen mezelf: boys will be boys. Jongens moeten zich lichamelijk kunnen uiten. Vraag het maar aan de makers van de 2017 SIRE-campagne ‘Laat je je jongen genoeg jongen zijn?’

Meer testosteron

Immers, jongens hebben meer testosteron dan meisjes. Tenminste, dat heb ik wel eens geleerd. Maar nee. Nader onderzoek van onder meer de Australische Kate Steinbeck verwijst het hormoonverhaal naar het land der broodjes aap. Toch hebben veel jongens de innerlijke drang om te stoeien***, spelen ‘lichamelijker’ en kruipen daarbij graag in de huid van een superheld. De mijne in elk geval wel. Vijf minuten later zijn ze weer rustig. Of zit er een op mijn schoot te huilen, terwijl ik mijn liefdevolle aandacht geef. ‘Sorry, sorry,’ zegt de ander en doet een poging tot een aai over de bol van zijn broer.

Ja-knikkers, die zijn pas soft

Stoere jongens zijn dus best zacht, maar niet soft. Soft doet mij denken aan ja-knikkers, meelopers, niet-assertief of zelfs apathisch gedrag. Aan niet in je kracht staan. En dát willen we nu ook weer niet. Maar hoe regelen we dat? Jongens die wel stoer zijn maar niet soft? Volgens Kiind-collega en praktijkvader Jeroen de Jong gaat het niet over SIRE-campagnes, over meer vrouwen in het onderwijs (die zijn toch zo goed in gevoelens delen?) of juist meer mannen voor de klas (die begrijpen dat jongens moeten ravotten), maar om… de vaders. ‘Zoek het dichter bij huis, maak het niet te ingewikkeld. Vaders zijn zo belangrijk. Als wij laten zien dat we best kwetsbaar mogen zijn of het af en toe gewoon moeilijk vinden, leren onze zoons dat automatisch ook.’ Leren ze en passant nog om erover te communiceren ook.

Papa als rolmodel

Luka en Jep hebben geluk met hun vader als rolmodel. Hij kan goed breed staan. Niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk. Floris is sterk om mee te stoeien. Hij is een echtere (super)held dan alle ninja’s van de regenboog. Hij begrijpt Luka’s fascinatie voor strips en techniek (ook al heeft hij geen zweefbord) en hij kan meestal zelfs liefdevolle aandacht opbrengen voor de tranen van zijn zoons. Alhoewel hij dat ook wel eens moeilijk vindt, én toegeeft. Wauw, hij is echt superstoer. Even dubbelchecken bij onze zoons. ‘Papa? Nee, die is niet stoer. Die is grappig.’

Eerder ging het in de Kiindspeeltuin over de zachte opvoeding. Als je lid wordt van de Kiindspeeltuin dan kun je het terugkijken!
Meer weten over de Kiindspeeltuin? Kijk snel.

Beeld: Boekholtsmit

Feiten checken en verder lezen

  • * A.C. Winer en D. A. Philips: Boys, Girls, and Two Cultures of Child Care
  • ** K. Bruchmüller, J. Margraf en F. Schneider: Is ADHD diagnosted in accord with diagnostic criteria? Overdiagnosis and influence of client gender on diagnosis. 
  • *** P. K. Smith: Children and play

Boeken

GRATIS EDITIE KIIND

Lees Kiind stiekem lekker gratis. Download editie THUIS! Je ontvangt meteen ook de nieuwsbrief vol inspiratie - waarvoor je je ieder moment kunt uitschrijven.

Het is gelukt, we gaan een mail naar je typen! (check ook je spamfolder)

0