Co-ouderschap wordt tegenwoordig gezien als de beste optie na een fijn gezin met twee ouders. Maar ís dat wel zo? Of gaat het hier om een modern en puur rationeel bedacht concept?

 

Kinderen krijg je samen, en de meeste moeders zullen een betrokken partner wensen. Hoe je dat als gezin invult verschilt, maar veel moeders zullen hun partner hard nodig hebben. Praktisch gezien is het prettig als je iemand hebt die de zorg voor het kind met je deelt, of (minstens zo belangrijk) andere taken overneemt zodat je ruimte hebt om zelf vaak en veel te voeden en aan je kind te ruiken, buik op buik en hart tegen hart te genieten van elkaar (nee, dat is geen luxe; dat heet wederzijdse hechting en het vormt de relationele en psychische basis van je kind). Bovendien is een kind krijgen een grote gebeurtenis. Het is fijn om elk alledaags wonder te delen met iemand die van jou houdt, die net zoveel van je kind houdt als jijzelf. Partners zijn belangrijk. Voor hun kind, voor jou.

 

Kinderen hebben verschillende vertrouwde mensen om zich heen nodig, om een relatie met hen op te bouwen. In jager-verzamelaarsculturen (ook ons fundament) wordt een baby een groot deel van de dag gedragen en bezig gehouden, door anderen dan de moeder. De hersenen van een baby worden gevormd aan de hand van de ervaringen die hij opdoet. Liefst zijn dit veel positieve interacties met vertrouwde mensen uit de ‘stam’. Oma, neef, grote zus of tante zijn dagelijks aanwezig in het leven van kinderen.

 

In onze cultuur is de sociale omgeving van een baby vaak nogal mager. De belangrijkste vertrouwde persoon na moeder uit de ‘stam’ van de hedendaagse westerse baby is vaak de vader. Een kind heeft daarom meestal baat bij het behouden van contact met zijn vader, en de familie van vaders kant, na bijvoorbeeld een scheiding. Het is echter geen biologisch gegeven dat de belangrijke ander naast de moeder per se de vader is. Er zijn veel samenlevingsvormen denkbaar naast het traditionele gezin. Een kind kan zich goed ontwikkelen zolang er voldoende ‘stamleden’ zijn, én er een primaire hechtingsfiguur is (meestal de moeder, maar dat hoeft niet).

 

En daar gaat het tegenwoordig vaak mis. Co-ouderschap neemt regelmatig de vorm aan van ‘wisselende diensten’: een kind wordt een deel van de week door de moeder, en een deel van de week door de vader of andere co-ouder verzorgd. Dit verhuizen is onrustig voor kinderen. Een oplossing hiervoor wordt soms gevonden in het zogenoemde ‘nesting’: de ouders verhuizen elke week, de kinderen houden hun eigen stekkie. Maar kwalijker is het steeds wisselen van verzorger. Psychiaters in Vlaanderen waarschuwen tegen de gevolgen van co-ouderschap waar kinderen zich niet aan één persoon kunnen hechten: ‘Alle wetenschappelijke studies, ondersteund door wat we in onze praktijk zien, wijzen erop dat co-ouderschap van (zeer) jonge kinderen de ontwikkeling negatief kan beïnvloeden’.  Een regeling waar de tijd met het kind eerlijk gedeeld wordt klinkt heel eerlijk, maar uit de ontwikkelingspsychologie blijkt dit voor een kind niet goed te werken.

 

Hoe belangrijk het ook is voor baby’s en jonge kinderen om op te groeien in een bredere sociale omgeving dan moeder alleen, moeder blijft de basis. Of: degene die de plek inneemt van de moeder (adoptiemoeder, vader, etc.). Want baby’s hechten zich aan één ‘primary caregiver’, één vaste verzorger, op een manier die bepalend zal zijn voor de manier waarop zij zich aan mensen in hun leven (nu en later) zullen binden. Vooral de eerste drie jaar zijn bepalend. Belangrijk om je te realiseren: wanneer een kind meer dan één primaire verzorger heeft, zal hij niet twee hechtingspersonen hebben, maar een verstoorde primaire hechting!


Baby’s hechten zich aan één vaste verzorger

Een jong kind heeft de zekerheid nodig dat zijn/haar moeder er voor hem/haar is, en dat hij verzorgd zal worden: ‘You will be cared for, no matter what’. Dit is de boodschap die baby’s zoeken, en ten diepste nodig hebben, aldus antropologe Sarah Blaffer Hrdy. Zij schreef het boek Mothers and Others (Een kind heeft vele moeders). Als de belangrijkste verzorger steeds uit het leven van de baby verdwijnt, dan wordt het moeilijk voor een baby om zich te hechten. De persoon met wie hij de binding aangaat verdwijnt immers steeds! Dit ondermijnt het gevoel van een kind zeker te zijn van goede zorg, ‘no matter what’. Het steeds wisselen van verzorger geeft een groot risico op hechtingsproblematiek.

 

Het NJI (Nederlands Jeugd Instituut) stelt: ‘Kinderen hebben een stabiele en voorspelbare relatie met hun opvoeders nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Wanneer kinderen veel wisselende opvoeders hebben, is de kans groter dat zij moeite hebben om een veilige gehechtheidsrelatie aan te gaan. Dit geldt vooral voor jonge kinderen heel sterk. Te denken valt aan kinderen die veel wisselende verzorgers hebben (Van IJzendoorn, 2008)’.

 

In de eerdergenoemde stam, waar baby’s 10-50% van de dag worden gedragen door anderen dan hun moeder, worden zij nog steeds 50-90% van de dag gedragen door moeder. Zij kunnen, terwijl ze op de arm zitten bij papa/neef/oma, hun moeder vaak zien en horen. Baby’s en jonge kinderen zijn de hele nacht bij hun moeder. Dit is dus absoluut niet te vergelijken met meerdere dagen per week een andere verzorger krijgen, misschien zelfs nog aangevuld met andere verzorgenden op de dag (opvang). Waarna baby mama of papa ‘s avonds nog even ziet, om dan de nacht, met een beetje pech, alleen in te gaan.

 

Dus ja, contact met vader, met anderen dan moeder alleen, is waardevol. Maar niet als dit ten koste gaat van het hechtingsproces met de primaire verzorger, meestal moeder. Let wel: dit is geen pleidooi voor verbreking van het contact tussen vader en (jong) kind. Natuurlijk: acht dagen zonder papa ís lang, maar een kind is vooral gebaat bij een regeling waar hij niet te lang van de eerste hechtingsfiguur gescheiden wordt. Dit is ook in het belang van de vader: een verstoord hechtingsproces betekent een negatieve invloed op álle relaties die het kind aangaat, ook die met vader.

 

Een kind wordt geboren met een biologische blauwdruk: hij heeft nood aan koestering, nabijheid, en een gezonde primaire hechtingsrelatie. Die relatie legt het fundament voor andere relaties: zal het kind zich vol vertrouwen kunnen binden aan een ander? Of is de verwachting ingeslepen dat relaties steeds opnieuw zullen worden losgescheurd?

 

 

Meer lezen

Sofie Sevens, Jan De Corte | Kritische_bedenkingen_vanuit_de_hectingstheorie_bij_verblijfsco-ouderschap_bilocatiewet_voor_kinderen_tussen_0_en_3_jaar

NJI | Hechting en hechtingsproblemen

 Mothers and Others | Sara Blaffer Hrdy | ISBN 9780674060326

 

 

GRATIS EDITIE KIIND

Lees Kiind lekker gratis. Download editie THUIS! Vol tips om het thuis gezelliger te maken en een paar fijne cocoonweken te hebben.

Je ontvangt meteen ook de nieuwsbrief vol inspiratie - waarvoor je je ieder moment kunt uitschrijven.

Het is gelukt, we gaan een mail naar je typen! (check ook je spamfolder)

0