Kunstmatige voeding

Kunst hoort in een museum. Of op straat – ik ben dol op goede streetart. Of in leuke kleine artistiekerige winkeltjes en marktjes. Maar niet op je bord. Waarom eten we dan toch zo vaak kunstvoeding?

Er ligt een hoop bewerkt spul in de winkels. Van sommige dingen is het duidelijk dat het nep en overbewerkt is – als je ooit een pot Marshmallow Fluff voor op brood hebt gezien, weet je wat ik bedoel. Maar van andere dingen hebben we zo’n beeld van ‘vers’ of ‘gezond’ in ons hoofd, dat we niet eens meer registreren dat ze eigenlijk sterk bewerkt zijn.

Melk

Melk bijvoorbeeld. Dat witte spul uit een pak bij de supermarkt. Het staat in de koeling, dus je gaat er bijna automatisch van uit dat het vers is; maar in werkelijkheid is het sterk bewerkt. Verhitting op hoge temperaturen (pasteurisatie) zorgt ervoor dat de eventuele bacteriën die in de melk zitten dood gaan – maar jammer genoeg ook dat de enzymen die ons moeten helpen de melk te verteren, vernietigd worden.

Rauwe melk van een gezonde koe, schaap of geit is misschien niet per se noodzakelijk voor een mens, maar bevat wel een grote hoeveelheid gezonde eiwitten, vetten en mineralen die we goed kunnen gebruiken. Het kan een waardevolle aanvulling zijn voor je dieet. Maar dan moet het wel van een koe komen die heeft kunnen eten wat ze van nature hoort te eten (gras, takjes en kruiden – geen maïs en soja). Dan is onbewerkte melk in feite moedermelk; het enige echte superfood.


Zodra je het gaat bewerken, verschijnen de problemen

Maar zodra je het gaat bewerken, verschijnen de problemen. Melk bevat lactose, en we hebben lactase nodig om dat te verteren. Veel mensen missen dit enzym, en kunnen gepasteuriseerde melk dus niet verdragen. In rauwe melk is de lactase gewoon nog aanwezig, en het is dus veel lichter verteerbaar. Ook de calcium in rauwe melk is goed opneembaar, in tegenstelling tot die in bewerkte melk. Ik zou zelfs zo ver willen gaan om te zeggen dat supermarktmelk geen enkele meerwaarde heeft voor je gezondheid (en voor veel mensen zelfs schadelijk is), terwijl rauwe melk een mooie en gezonde bron van voedingsstoffen kan zijn. Net als menselijke moedermelk is rauwe melk overigens niet gevaarlijk, zolang het van een gezonde koe af komt: het bevat stoffen die de groei van slechte bacteriën tegengaan. Pas als de koe ongezond is, verliezen zij en haar melk dit vermogen.

Glutenvrij

Een andere voedselsoort die me vaak verbaast zijn de glutenvrije producten. Gluten zijn eiwitten die in granen zitten, en vooral de gluten in tarwe veroorzaken vaak problemen. Tarwe is sowieso al niet heel gezond én we krijgen er overdreven veel van binnen; geen wonder dus dat er steeds meer mensen zijn die niet goed reageren op de tarwe of de gluten die erin zitten.

Maar gluten zijn zo ontzettend handig. Ze zorgen voor elasticiteit van deeg, zodat het aan elkaar blijft plakken en mooi luchtig kan rijzen. Zonder gluten krijg je al snel een kruimelig, ongerezen deeg. Vaak niet eens lekker ook. Tenzij je kunstgrepen toepast. En dat doen de producenten van glutenvrije producten dus ook massaal. Hopen suiker, stroopjes, margarine (wat in zichzelf al een nepvoedingsmiddel is), gemodificeerd (en dus sterk bewerkt) zetmeel… allemaal om iets te bereiken dat je eigenlijk niet kúnt bereiken zonder gluten.

Vegetarisch

Voor vleesvervangers geldt hetzelfde. Soms lijkt het wel alsof vegetariërs dingen eten omdat er geen vlees in zit – niet omdat ze echt lekker of gezond zijn. Neem nou die hele rits ‘vegetarische burgers’. Er zit geen zielig vlees in – maar er is er niet ééntje echt gezond te noemen. Ons wordt niet geleerd om gezond vegetarisch te koken. Je wordt dan vegetariër uit overtuiging, maar je weet eigenlijk nog niet goed hoe je het gemis aan vlees kunt opvangen. Of je vermoedt dat de kinderen iets tekort komen omdat ze jouw rijst/bonen-combi niet willen eten. Dus ga je op zoek naar alternatieven om iets lekker makkelijks te koken. Je bent allang blij dat je iets hebt gevonden dat ‘toegestaan’ is. Het is een vleesvervanger dus alles moet er wel inzitten. En het ligt in de supermarkt, dus het zal wel goed zijn, toch?

Maar helaas. Behalve dat het niet zo is dat vlees per definitie ongezond is, is het óók niet zo dat iets vegetarisch per definitie gezond is. En dat lijkt vleesvervangend Nederland te vergeten.

Vleesvervangers zijn meestal sterk bewerkte producten. Nepvoedsel, gemaakt van de één of andere onduidelijke gist, kapotgeblazen soja (die ook katoen kan zijn) of pure gluten. En als je het écht op vlees wilt laten lijken, is dat natuurlijk niet genoeg. Dan moet er ook een sausje of kruidigheidje in. Met glucosestroop natuurlijk. Want dat vinden wij lekker. Of tarwe-eiwit en tarweconcentraat, wat dat ook mag zijn, want we eten nog niet genoeg tarwe. Of het obscure vetpoeder, waarvan ik niet eens kon vinden wat het precies is.

Kunstvoeding

En ik vind het zo vreemd. Want rond vleesvervangers en glutenvrije producten hangt zo’n air van gezondheid. Zo’n ‘gezonde’ vleesloze dag of zelfs helemaal vega, zo’n gezonde ik-eet-geen-gluten-meer. Maar het IS dus niet gezond, als je die producten niet weglaat maar vervangt door iets wat erop moet lijken.

Want daar zit het probleem: vegetarisch nepvlees moet op vlees lijken of toch op zijn minst een bite hebben en ook als je glutenvrij leeft wil je blijkbaar gewoon pizza en pasta en afbakbroodjes kunnen eten. En dat kan niet, want de basis voor die producten (vlees en tarwe) eet je niet. Dus moeten er kunstgrepen aan te pas komen. En om te verhullen dat het eindresultaat echt anders is dan het origineel, worden er suiker, zout, smaakversterkers en andere rotzooi in gestopt.

Je kunt prima glutenvrij of vegetarisch leven. Zonder tarwe maar met rijstmeel; zonder vlees maar met bonen en champignons. Maar vegetarische of glutenvrije rotzooi is óók rotzooi. En het wordt tijd dat de industrie dat gaat beseffen. Gebruik kunstvoeding voor wat het is: kunstvoeding, dat je als gemaksvoedsel één of twee keer in de maand eet. En kies dan voor je dagelijkse voeding echte, onbewerkte producten. Dat kost iets meer moeite – maar je lijf zal je dankbaar zijn.

Nienke Tode-Gottenbos is ‘eigenwijs voedingskundige’ en oprichtster van De Groene Vrouw. Ze behandelt mensen voor uiteenlopende gezondheidsklachten, en maakt daarbij gebruik van haar kennis over en eigen kijk op voeding, darmflora en kruiden. Via haar blog lees je regelmatig logische en verrassende zaken over voeding & gezondheid.

Illustratie: Robert Schutte