Beeld: Jannie Spruit

Column: Lekker lui

‘Het is zo gezond hè’, zeg ik, ‘Het schijnt dat ze minder kans op allergieën hebben, en lichaamscontact is ook héél belangrijk, vooral in het begin’. Als jonge moeder heb ik toch maar mooi heel bewust de keuze gemaakt om mijn kindje het beste te geven. Voeding die perfect afgestemd is op haar behoeften, die haar kennis laat maken met verschillende smaken en die licht verteerbaar is. Je zou er bijna trots van worden. 
Maar laten we het eens over mij hebben.


Ik denk aan alles wat ik niet hoef

Het is nacht, ik word wakker omdat ik mijn dochter hoor pruttelen. Eventjes open ik mijn ogen. Ik leg haar tegen mijn borst aan en sluit mijn ogen. Ik denk aan alles wat ik niet hoef: ik hoef niet uit bed te stappen, ik hoef niet het licht aan te doen, ik hoef niet een blik poeder te zoeken, om vervolgens niet een flesje te pakken, de poeder er niet in te doen, niet bij te vullen met water, ik hoef het flesje niet in de flessenwarmer te doen waarna ik niet een minuut of tien hoef te wachten, waardoor ik niet hoef te overwegen mijn sloffen tóch maar aan te trekken, aangezien ik geen koude voeten heb. Ik hoor mijn kind niet in de kamer naast me brullen, want ze is niet ongeduldig aan het wachten op haar flesje. Ik ga niet met haar rondlopen om haar te troosten en nadat het flesje klaar is hoef ik niet te wachten tot ze het opgedronken heeft, om vervolgens, terug in de slaapkamer, niet te hoeven wachten tot ik weer kan slapen, aangezien ik niet echt wakker ben geworden. 

Mijn dochter is na een paar slokken klaar met drinken en in slaap gevallen. Samen slapen we lekker verder. 

Naast alle biologische en emotionele voordelen van borstvoeding, ben ik van aard ook gewoon erg lui. Lui ja. Het liefst doe ik zo min mogelijk. Lekker lang in bed blijven liggen, dan in slowmotion douchen, aankleden en ontbijten en het liefst kruip ik daarna met m’n dochter op de bank. Voor mij is het gemak van het borstvoeden zeker een van de grote voordelen. Sommige mensen noemen kunstvoeding gemakkelijk, ‘omdat papa ook eens een flesje kan geven’. Ik kan van alles over kunstvoeding zeggen, maar niet dat het voor ons gemakkelijker zou zijn dan borstvoeding. 

De volgende ochtend besluit mijn man om met de baby op op stap te gaan. Ik moet thuis aan het werk, dus ik ga niet mee. Hij pakt een flesje moedermelk uit de vriezer en gaat op pad. Allebei met een overlevingspakketje.