Beeld: Danielle Toret

De logica van het dragen

Het is al eeuwenoud en komt in alle werelddelen en door de hele geschiedenis heen voor: je kind dragen. Heel vroeger kón dat ook niet anders: als vrouw kon je geen werk verzetten als je baby in een wieg zou liggen en jij erbij zou moeten blijven. En de baby alleen laten was ronduit gevaarlijk. De meest veilige plek voor een baby was dan ook dicht bij de ouders of bij een ander stamlid.

Op je lijf gebonden

Om de handen vrij te hebben ontwikkelden mensen allerlei draagmethoden, die vaak nu nog bestaan. In sommige culturen gebruikt men manden op de rug, smalle stukken stof om de baby op de heup te kunnen dragen of lange doeken waarin de baby op de buik of rug gedragen kan worden. Ook in Nederland werden baby’s vroeger veel gedragen. Sterker nog, de kinderwagen werd pas voor het grote publiek beschikbaar vanaf 1920. Voor die tijd liepen we met z’n allen gezellig met ons jonge kind op ons lijf gebonden rond.

Primaire reflexen

Dat baby’s eeuwenlang gedragen zijn kun je nog steeds aan de reflexen van een pasgeborene zien. De grijpreflex bijvoorbeeld, waarmee een baby zich probeert vast te grijpen aan onze – niet meer zo zichtbare – vacht. Ook de Moro-reflex, ook wel ‘schrikreflex’ genoemd, wijst hierop. Wanneer een baby schrikt, opent hij zijn vingers en armen en spreidt zijn benen. Vervolgens worden de armen voor de borst gebracht. Dit ziet eruit alsof hij zich wil vastklampen en is een overblijfsel uit de tijd dat wij primaten waren. Bij mogelijk gevaar greep de baby zich stevig aan de moeder vast. Deze primaire reflexen kun je goed zien bij apen.

Dat baby’s eeuwenlang gedragen zijn, kun je nog steeds zien aan hun reflexen

Een reflex die niet altijd als zodanig wordt gezien is huilen. Veel baby’s die alleen gelaten worden huilen. Enerzijds omdat ze geen tijdsbesef hebben en tien minuten als een eeuwigheid ervaren, anderzijds omdat hun instinct hen vertelt dat alleenzijn gevaarlijk is. Een baby kan nog helemaal niets en alleenzijn betekent afgesloten zijn van zijn voedsel- en hulpbron. Wij weten rationeel wel dat die sabeltandtijger allang uitgestorven is, maar het diepgewortelde instinct van de baby zegt iets anders. Baby’s die alleen werden weggelegd, hadden een grotere overlevingskans wanneer ze zich flink lieten horen. Door te huilen zorgde de baby dat hij werd gehoord en dat hij opgepakt zou worden.

We zijn ervoor gemaakt

Als je een baby optilt, zie je dat hij zijn knieën optrekt. Baby’s nemen hiermee instinctief de draaghouding aan. Dit is een natuurlijke en heel prettige houding voor je kleine. Dat kun je goed zien aan de anatomie van een baby. Zij hebben gebogen benen en hun voetzolen wijzen naar elkaar, net als een kikker. Hierdoor kunnen ze zich, samen met de grijpreflex, vastklemmen aan degene die hen draagt. Daarnaast is dankzij deze houding de rug ietwat gebogen, dit wordt kyfose genoemd. Dit is de meest ontspannen en ergonomische houding voor de rug van je kind.

Wanneer een baby op de juiste wijze gedragen wordt, is de rug gebold. Baby’s trekken in een reflex hun benen op en daardoor ontstaat de bolling van hun rug vanzelf, maar worden ook de heupkoppen op de juiste manier in de heupkom gedrukt. Je moet je voorstellen dat in de heupkom een soort zachte gelei zit. Wanneer je baby met de heupen in een verkeerde stand wordt gedragen, kan er een permanente afdruk in de gelei ontstaan, waar je kind last van kan krijgen. Door in de juiste houding te dragen, kunnen de heupgewrichten zich optimaal ontwikkelen.

Baby’s die heupdysplasie hebben, krijgen een spreidbroek die deze houding imiteert. Van nature draagt de mens zijn jongen vaak op de heup. Op die plek past een baby dan ook precies. Plat op de rug liggen is geen natuurlijke, ontspannen houding. Alle kwetsbare organen zijn onbeschermd en dat voelt onveilig voor je baby. Daarnaast krijgen veel baby’s een afgeplat hoofd. Hieraan kun je zien dat ze niet langdurig plat horen te liggen. Het hoofd is er eenvoudigweg niet voor gemaakt.

Contact is onontbeerlijk

Mensenbaby’s worden geboren met ongeveer twintig procent van de totale hersencapaciteit. De rest ontwikkelt zich in de drie jaar na de geboorte, maar de grootste groei is tijdens het eerste jaar. Dit is een heel slim trucje van de natuur. Interactie met de omgeving en fysiek contact beïnvloeden en stimuleren de hersenontwikkeling. Zo raakt elk kind optimaal afgesteld op de omgeving waarin hij leeft en dat vergroot de overlevingskansen. Kinderen in de jungle ontwikkelen hierdoor andere vaardigheden dan kinderen die in de stad zijn opgegroeid.

Fysiek contact is niet alleen belangrijk voor de hersenontwikkeling, maar ook voor de hechting. Wanneer mensen elkaar aanraken komt het hormoon oxytocine – ook wel liefdeshormoon genoemd – vrij. Het stimuleert de toeschietreflex bij borstvoeding en heeft een rustgevende werking op zowel ouder als kind. Oxytocine helpt baby’s om hun temperatuur op peil te houden, de hartslag laag te houden, de suikerstofwisseling evenwichtig te houden en om zich veilig te voelen.

Door te dragen voorzie je heel gemakkelijk in de behoefte aan fysiek contact. Daarnaast kijkt je kind vanaf een vertrouwde plek naar de wereld om zich heen. Kinderen die rechtop gedragen worden, ontwikkelen zich neurologisch optimaal. Zowel de beweging van de volwassene als het rechtop dragen zelf zorgen ervoor dat de hersenen van je kind de juiste prikkels krijgen.

Fysiek contact is belangrijk voor de hersenontwikkeling en de hechting

Daarnaast hoort je baby hoe je met anderen communiceert, luistert hij naar de taal die gesproken wordt en ziet en ervaart hij de omgeving een stuk beter dan wanneer hij ligt. Hij voelt de reactie van de ouder naar anderen toe en hoe hij of zij reageert op de omgeving. Wanneer er bijvoorbeeld een hard geluid klinkt, dan kan het zijn dat ouder en kind schrikken. Maar zodra vader of moeder heeft gedetecteerd wat het geluid is en dat het veilig is, wordt de ademhaling vanzelf weer langzamer en daalt de hartslag. De baby voelt en hoort dit en leert hierdoor zijn eigen schrikreactie te reguleren. Het van dichtbij kunnen afkijken en ervaren is niet slechts leerzaam, maar essentieel voor kinderen. We zijn immers sociale dieren, die voornamelijk leren van interactie met elkaar en de wereld om ons heen.

We zijn draaglingen

We weten wel dat mensen zoogdieren zijn. Maar veel minder bekend is dat er binnen de groep zoogdieren verschillende categorieën zijn. Zo heb je vluchters, verstoppers en dragers.

Vluchters zijn dieren zoals herten, paarden en koeien. Na de geboorte zijn ze al heel ver ontwikkeld. Ze moeten bijna direct op hun benen kunnen staan, zodat ze mee kunnen met de kudde. De melk van deze moeders bevat veel eiwitten, zodat de spieren en botten zich snel ontwikkelen. Dit moet wel, want anders kunnen ze de kudde niet bijhouden en vallen ze ten prooi aan roofdieren.

Verstoppers zijn dieren zoals katten, konijnen en vossen. Deze jongen komen kwetsbaar ter wereld. Hun ogen zitten dicht en ze zijn vrijwel hulpeloos. De melk van deze moeders bevat veel vetten die een verzadigd gevoel geven. Dit is nodig omdat de moeder ze langdurig alleen laat zodat ze op jacht kan. De jongen blijven achter in het nest en moeten heel stil zijn zodat ze niet de aandacht van roofdieren trekken.

Tenslotte zijn er de dragers, zoals apen, kangoeroes en mensen. Zij komen ook hulpeloos ter wereld en zijn totaal afhankelijk van anderen. Zij drinken kleine beetjes moedermelk per keer. Deze melk bevat veel suikers om de belangrijke hersenontwikkeling te bevorderen. Baby’s van draaglingen kun je dus niet langdurig achterlaten, omdat de melk snel verteerbaar is en vanwege een grote behoefte aan contact. Wanneer ze alleen gelaten worden gaan ze huilen, wat direct gevaar oplevert vanwege roofdieren.

Instincten laten zich niet onderdrukken

Op dit moment is het zo dat onze baby’s vaak de voeding geven van vluchters, vanwege de flesvoeding die is gemaakt van koemelk. En we behandelen ze als verstoppers door ze langdurig alleen achter te laten in een kamertje en lange tijd tussen de voedingen te laten. Dit is onnatuurlijk, en baby’s, die nog voornamelijk reageren via hun instincten, protesteren hier tegen. Wanneer je deze instincten negeert werk je tegen de natuur in. Dat is ongemakkelijk voor je kind, maar óók voor jezelf. Instincten die tienduizenden jaren onmisbaar zijn geweest voor onze overlevingskansen kun je niet zomaar onderdrukken. Eigenlijk moet je dat ook helemaal niet willen. Vanuit onze geschiedenis, instincten, behoeften en de fysieke, cognitieve, motorische, neurologische en fysiologische ontwikkeling van onze soort kun je eigenlijk maar tot één conclusie komen: dragen is eigenlijk heel logisch.

Lees ook: Dragen of duwen?

En zo kies je een goede draagzak!

Bronnen:

Waarom liefde zo belangrijk is | Sue Gerhardt | ISBN 9789055945849

Ein baby will getragen sein | Evelin Kirkillionis | ISBN 9783466344086

Vereniging van Draagdoekconsulenten