jeroen de jong

Column: Luie ouders slapen samen

Half zes, zondagochtend. Ik word wakker van een kleuterhandje dat op zoek is naar mijn oor. Een duim en een wijsvinger pakken mijn oorlel en beginnen er stevig in te knijpen. Dat is niet echt prettig. Ik draai mijn hoofd weg en mompel zachtjes: ‘Roos, niet aan mijn oor.’ Ze laat los en pakt vervolgens met haar armen mijn arm stevig vast. En we vallen allebei weer in slaap.

Al twaalf jaar lang krijg ik in ons familiebed zo af en toe een voet, knie of elleboog van mijn kinderen in mijn nek. Roos is met haar ‘oorlelmassage’ de meest vasthoudende. Een paar keer per week bevrijd ik mijn oor van haar knijpende vingers. Als baby zocht ze al een oorlel op bij het in slaap vallen. Eerst was het Wendy’s oor tijdens de borstvoeding en nu bij het samen slapen is het de mijne geworden. Stiekem vind ik dat helemaal niet zo erg.

Ik ben een groot fan van samen slapen. Er waren tijden dat we met z’n vijven in ons grote bed lagen. Inmiddels heeft Thijn alweer een hele tijd zijn eigen kamer met superhoogslaper, maar Noek en Roos slapen nog steeds heerlijk in ons grote bed. Groot, ja. Ons bed is drie meter zestig breed. En neemt daarmee bijna de hele slaapkamer in beslag. Dat is ook nodig, want ik wil zelf ook echt slapen in plaats van klaarwakker ingeklemd liggen tussen mijn vrouw en een kind.


Ik breng veel meer uren door met de leukste mensen die ik ken

Noek en Roos hebben ook samen een eigen kamer. Daar staan bureaus, hun speelgoed en een stapelbed. Maar als er vriendjes komen spelen en aan Roos vragen of ze boven of beneden slaapt, dan zegt ze: ‘Nee, ik slaap in het grote bed, bij papa en mama.’ Dat levert natuurlijk vragen op. Waarom slaap je als je vijf bent nog bij je ouders? Haar antwoord: ‘Omdat ik dat fijn vind, natuurlijk.’

Ook Noek roept nog niet heel hard om een eigen kamer met een eigen bed. Van alle drie de kinderen heeft hij er misschien nog wel het meeste baat bij om ’s nachts bij ons te liggen. Noek is een jongen die alles graag goed wil doen, gevoelig is voor wat anderen denken en daar vooral op school mee worstelt. Ik vind het dan ook heerlijk dat we hem een plek kunnen bieden waar hij zich helemaal veilig voelt. Heel de nacht slaapt hij bij ons. Zo kan hij echt opladen. Hier hoeft hij niets en is hij niet alleen.

Maar ik vind dat grote bed ook gewoon voor mezelf prettig. Samen slapen is ideaal voor luie ouders. Toen de kinderen nog baby waren, hoefde ik nooit uit bed om een fles te gaan maken of de baby uit zijn bedje te halen om aan mijn vrouw te geven. Als ze wakker werden om te drinken legde Wendy ze aan en ik kon gewoon doorslapen. En vaak genoeg werd zij er zelf ook nauwelijks echt wakker van. Ook enge dromen zijn zo opgelost. Als het al een keer gebeurt, ben ik erbij voordat ze echt heel erg aan het huilen zijn. Meestal is een hand op de rug en een kus al voldoende om weer verder te slapen.

Eigenlijk snap ik niet waarom niet iedereen met zijn kinderen in bed slaapt. Het is praktisch, supergezellig en je hoeft dus veel minder je bed uit. Vergeet de angst dat ze nooit meer je bed uitgaan. Dat bepaal je zelf. Of dat je aan vrijen niet meer toekomt. Dat kan overal. Maar heb je ooit gedacht aan het voordeel dat ’s winters je bed al is opgewarmd als je ’s avonds gaat slapen. Of dat ze heerlijk tegen je aan komen liggen, zodat je geen kruik meer nodig hebt?

Maar het grootste voordeel is nog wel dat ik gewoon veel meer uren doorbreng met de leukste mensen die ik ken. Alle knuffels die ik krijg als ik ze ’s avonds van mijn plek in bed naar hun eigen plek til, krijg ik zo maar cadeau. Net als de verhaaltjes, grapjes en lachjes ’s ochtends bij het wakker worden, ook al is dat soms wat te vroeg. Zeker als Roos weer aan mijn oor begint te frunniken. Maar ik kan wel blijven liggen. In mijn kingsize familiebed. En dat gun ik iedereen. Maar dan wel in zijn éigen kingsize bed, natuurlijk. Dat van ons is vol.