huisregels
Beeld: Marije Denekamp

Opvoedvisie: waarom je van je regels mag afwijken

Je opvoedvisie staat als een huis. Je hebt het allemaal zo goed bedacht: hoe je het aan gaat pakken als je kind er straks is. Maar dan is je kind er eenmaal en gaan ook andere mensen zich met je kind bemoeien. Dan loopt er wel eens iets anders dan hoe je het zou willen. Wat dan te doen met je huisregels? Channa Kalmann gaat op onderzoek uit.

Sappie

‘Sappie, sappie’, zeurt mijn dochtertje van anderhalf, terwijl ik in de keuken een boterham met kaas voor haar aan het maken ben. Voor zover ik weet heeft ze nog nooit sap gehad, dat drinken we bij ons thuis namelijk niet. Ik had bedacht dat ze dat ook niet zou drinken voor ze de leeftijd had bereikt om naar de basisschool te gaan of zo. Maar dat ik dat zo bedacht heb, wil nog niet zeggen dat het ook zo gaat; wens en realiteit lopen niet altijd synchroon, ook niet in de opvoeding. Of misschien zelfs: zeker niet in de opvoeding.

Ik geloof mijn ouders niet helemaal als ze beweren dat mijn dochter nooit een sapje te drinken krijgt als zij oppassen terwijl het andere (oudere) neefje en nichtje dat wel krijgen. En ik heb getwijfeld als oma beweerde dat het geen sap was dat ik in haar drinkbeker rook, maar zoethoutthee. Ik ben dolblij dat mijn ouders een dag in de week alle kleinkinderen onder hun hoede nemen. Ik geloof echt dat it takes a village to raise a child, ik ben oprecht blij dat mijn kind met allerhande opvattingen, leefregels en ideeën in aanraking komt, maar ik vind het soms ook lastig als mijn eigen opvoedvisie elders met voeten getreden wordt en ik als gevolg daarvan met een zeurend kind zit. Ben ik de enige die daar last van heeft?

wens en realiteit lopen niet synchroon

Een snoepcomplot

Nee dus. Een vriendin van mij, moeder van de tweejarige Robin, herkent mijn situatie wel. Ook zij vindt gezonde voeding erg belangrijk voor haar peuter, maar zodra ze de deur uit gaat met haar kind, lijkt er wel een soort boosaardig complot aan het werk dat kinderen wil volstouwen met snoep. ‘Ik was gisteren met Robin voor het eerst bij de kapper en hij vond het best eng. Ik ben helemaal niet voor het omkopen van je kind, maar hij mocht voor deze keer van mij wel een koekje. Maar het bleef dus niet bij een koekje, hij kreeg ook nog limonade om hem maar rustig te laten zitten. En toen we weer buiten stonden kreeg hij, omdat de kinderen van mijn zus dat ook kregen, een lolly en spekjes. Dat druist zo tegen mijn principes in.’ Hoe reageerde ze daar dan op? ‘Ja, normaal gesproken zou ik dat niet goed gevonden hebben. Maar omdat zijn neefje en nichtje dat allemaal wel mochten, wilde ik het Robin niet verbieden.’

Sociale druk

Onze kinderen mogen blijkbaar meer wanneer andere kinderen meer mogen. Sociale druk speelt dan een rol. Maar is dat wel goed? Waarom zou je je kind buitenshuis niet hetzelfde verbieden als je thuis zou doen? Wekt het niet alleen maar verwarring in een kind als je in sommige situaties andere regels hanteert? Volgens pedagogisch gezinstherapeut Lammert Terwel kan een klein kind al goed onderscheid maken tussen thuis en niet-thuis. Dat een kind buitenshuis andere dingen mag dan thuis hoeft dus niet verwarrend te zijn. Een kind is wel een beetje zielig als het als enige tussen andere kinderen iets niet mag wat de andere kinderen wel mogen. ‘Zeker in een situatie met andere kinderen kan je je kind beter hetzelfde toestaan als die andere kinderen,’ zegt Lammert, ‘want een kind wil zich geen buitenstaander voelen. Dat maakt onzeker. Dan kan je beter een stukje toegeven, zelfs al druist dat tegen je principes in.’

Spelend leren

‘Het is meer in het belang van het kind om een beetje mee te gaan in wat het wil, dan heel streng op je strepen te gaan staan,’ zegt hij. Een voorbeeld. Elke week past Lammert op zijn kleindochter van drie jaar. Hij haalde haar vandaag uit school op en toen ze thuis kwamen wilde zij meteen op de tablet. Maar dat vond hij niet goed. Eerst wat eten. Maar ze wilde geen boterham. ‘Dan ga ik er een spel van maken’, vertelt Lammert. ‘Je wil geen boterham, maar wat wil je dan wel? Een tosti? Prima, gaan we een tosti maken, maar dan moet je me wel even helpen. In welke pan gaan we dat doen? En hoe moet dat dan? Op die manier haal ik haar spelenderwijs weg bij haar verlangen naar de tablet. Ik leg haar als het ware een ander verlangen in de mond en leid haar af van wat ze eerder wilde.’

Groentesapje

Dat klinkt echt mooi, zo hoef je dus helemaal niet te strijden vanuit tegengestelde belangen. Er is geen conflict. Maar die tosti is een keer opgegeten, wat doe je dan? “Ik houd haar nog wat langer bezig met liedjes en verhaaltjes, maar uiteindelijk mag ze op die tablet, want dat heb ik haar beloofd. Dat doen we samen. Ik wil weten waar ze naar kijkt en wat ze doet. Maar ik geef haar steeds het gevoel dat zíj kiest. Het is een soort spelend leren: via het spel zet ik haar op het goede been.

Ik probeer me voor te stellen hoe ik dit thuis zou kunnen toepassen als mijn dochter weer om iets zoets vraagt. In plaats van nee zeggen en haar de gebruikelijke thee of water voor te schotelen, zou ik haar natuurlijk ook tegemoet kunnen komen en samen met haar een groentesappie kunnen maken. Haar zelf de groenten laten uitkiezen uit de koelkast. Kijken hoe de blender zijn werk doet. Dan is haar verlangen naar sappie vervuld, maar op een manier die ook voor mij goed voelt. Als ik meteen lekker veel maak en aanleng met water, is zij er ook de hele dag (suikervrij) zoet mee. Leuk, en simpel eigenlijk zeg.

Foon!

Nog een voorbeeld. Wij hebben thuis geen televisie, geen tablet of nieuwe smartphone; met onze oude smartphones wordt gebeld, geen spelletjes gespeeld. Maar mijn dochter ziet haar oudere neefjes en nichtje wel spelletjes spelen op de telefoons van hun ouders. En dus wil zij dat ook, en klinkt er niet alleen gezeur om ‘sappie sappie’, maar ook om ‘fooooon’. Daar baal ik soms van; mijn telefoon werkt niet meer goed en allerlei handige dingen zijn verdwenen, omdat mijn kleine meid als ik even niet oplet, mijn telefoon pakt en met haar schattige plakkerige vingertjes op alle knopjes drukt.

Wat zit er achter het gedrag?

‘Natuurlijk baal je af en toe stevig,’ zegt Lammert, ‘dat heb ik ook vaak ervaren in mijn werk met autistische kinderen, maar het is beter om dat niet te laten zien. Je moet het conflict niet aan willen gaan. Straf je kind niet omdat het over jouw grens heen gaat, maar vraag je af waarom hij of zij dat doet. Is het een kwestie van uitproberen, of voelt je kind zich misschien onzeker, gekwetst of onveilig?

Ik heb met zwaar autistische kinderen gewerkt. Op een avond bracht ik een jongen die veel last had van epilepsie naar bed. Zo’n kind ligt in een speciaal pak, een smeerpak noemen we dat, en zit vast met een gordel, ik was dus wel even bezig om hem in bed te krijgen. Toen ik het licht uitdeed, zei de jongen: ‘Lammert, ik moet plassen.’ Balen natuurlijk, maar dat liet ik niet merken. Gordel los, smeerpak uit, luier uit, naar de wc en weer een luier om, smeerpak aan, gordel om, jongen weer in bed. Toen ik net beneden was hoorde ik de jongen roepen: ‘Lammert, ik moet poepen.’ Ik dus weer terug naar boven. ‘Hoe kan dat nou?’, vroeg ik, ‘je bent net naar de wc geweest.’ ‘En toch moet ik poepen.’ Dus gordel los, smeerpak uit, luier uit, op de wc en vervolgens alles weer aan en terug in bed.

Nog op de trap hoorde ik hem weer roepen: ‘Lammert, ik moet plassen.’ Ik weer terug: ‘Hoe kan dat nou, jongen? Je komt net van de wc af.’ ‘Ik weet het ook niet,’ zei hij, ‘maar ik moet echt plassen.’ Ik baalde ondertussen echt behoorlijk, maar liet dat nog altijd niet merken. Opnieuw maakte ik de gordel los en begon zijn smeerpak uit te trekken. Maar toen ik het pak uit wilde trekken, zei de jongen: ‘Laat maar Lammert.’ ‘Hoe bedoel je, laat maar? Hoef je niet meer te plassen?’ ‘Nee,’ zei de jongen, ‘ik wilde weten of je nog wel van me houdt.’’

Zonder conflict

Er zit heel vaak een behoefte onder ongewenst gedrag. Deze jongen voelde zich even onzeker en had wat liefde en bevestiging nodig. Stel je voor dat ik boos was geworden, dan had ik zijn onzekerheid alleen maar gevoed. Dat is toch het laatste wat je wil. Door het conflict niet aan te gaan, maar je te realiseren dat er waarschijnlijk iets anders speelt, kun je makkelijker je geduld bewaren en liefdevol reageren. Niet te veel te aandacht geven aan het gedrag, maar juist focussen op wat er achter zit.

Hoe doe ik dat dan met dat gezeur om die telefoon? Wat er achter zit is waarschijnlijk gewoon nieuwsgierigheid en die wil ik niet inperken. Haar toch maar mijn telefoon geven dan? Uiteindelijk heb ik een code ingesteld zodat ze niet meer kan dan nutteloos op knopjes drukken en een foto maken. Zij vindt het helemaal geweldig, -haar fantasie wordt er enorm door geprikkeld op de een of andere manier- en mijn telefoon is hooguit af en toe een paar minuten geblokkeerd.

Een beetje schipperen met principes

‘Ik denk dat ouders wel een beetje spastisch geworden zijn tegenwoordig’, vindt Lammert. ‘De commercie schrijft ons voor dat we als goede ouders onze kinderen geen suiker geven, juist wel gezonde smoothies met superfoods, geen tv-kijken, wel buiten spelen, we moeten dit niet, dat juist wel. Laat je vooral niet gek maken door de commercie. En probeer niet te fatalistisch te zijn. Jij hebt je ideeën over wat goed is voor je kind, en een ander (die je vertrouwt, anders zou je je kind er niet achter laten) heeft daar misschien andere ideeën over. Praat er met elkaar over. Vertel je familieleden aan wie je je kind toevertrouwt wat je ideeën en wensen zijn. We willen allemaal het beste voor onze kinderen.’

Een andere vriendin, met twee kinderen van drie en zes, leeft zoveel mogelijk afvalvrij en plantaardig. Dat zijn grote idealen, waarvan je eigenlijk wel weet dat als je kinderen uit logeren gaan, of gewoon een dag ergens anders spelen, ze met andere gewoonten en regels te maken krijgen. Hoe vindt ze dat?

Moeder Kim: ‘Ik laat mijn opvoedvisie helemaal los als mijn kinderen de deur uit gaan. Ik wil ze sowieso niet mijn idealen opleggen, maar ze zelf laten ontdekken wat ze belangrijk vinden. Ik merk aan mijn dochter van drie al dat ze zelf haar grenzen weet met snoep. En dat was denk ik niet zo geweest als ik haar strenge regels had opgelegd. Of mijn kinderen buitenshuis vlees eten laat ik aan hen over, dat mogen ze zelf uitmaken. Ik vind het juist heel goed dat ze bij anderen met andere ideeën in aanraking komen dan bij mij.’

Village vol opvoedvisie

Waarschijnlijk is het ook een kwestie van groeien in je moederschap, zegt de moeder van Robin. ‘Het eerste jaar was ik nog heel strikt, hield ik nog erg vast aan mijn eigen ideeën, maar dat ben ik steeds meer los gaan laten.’ ‘Ja,’ zegt ook Kim, ‘tijdens je zwangerschap bedenk je helemaal hoe je het straks wil gaan doen met je kind en dat probeer je ook echt zo te doen, maar gaandeweg word je daar steeds makkelijker in.’

Ik herken dat wel, zo ging het bij mij inderdaad ook. En niet alleen omdat ik mijn ideeën nu minder belangrijk vind, maar ook omdat het gewoon heel fijn is om je kind af en toe even te kunnen uitbesteden. Om even een momentje voor jezelf te hebben. Even een uurtje in te kunnen lopen op die enorme slaapachterstand, doordat je kind nog niet doorslaapt. Alleen al daarom wil ik het spelletje wel meespelen dat haar drinkbeker naar zoethoutthee ruikt en niet naar appelsap. En nu ik weet dat mijn kind daar wel bij vaart, ga ik me er zeker minder druk om maken. In de spreekwoordelijke village zit ook niet iedereen op één lijn. Dat is juist het mooie ervan, dat je kind met verschillende ideeën in aanraking komt.

Channa Kalmann is schrijver, redacteur, blogger, moeder van dochter Rivka (bijna 2).

Omgangsvormen – wat geef je mee?