Groei is, samen met gedijen en ontwikkeling, een maat voor hoe een kind het doet, hoe gezond hij is. Groei wordt daar over het algemeen als belangrijkste factor uitgelicht. De ontwikkeling wordt door het consultatiebureau ook wel beoordeeld en genoteerd, maar daar komen veel minder directe, paniekerige reacties op.

Het gedijen (’hoe zit het kind in zijn vel?’) wordt algemeen over het hoofd gezien als belangrijke factor. Bij het beoordelen van de groeigegevens zijn gedijen en ontwikkeling naast groei onontbeerlijk. Alle gegevens moeten worden beoordeeld in relatie tot elkaar.

Groeicurve: verkeerde standaard?

Bij het consultatiebureau wordt veelal gewerkt met groeigrafieken die zijn gebaseerd op de groei van een grote groep van tienduizenden kinderen in een bepaalde periode. Het betreft daarmee een status quo bepaling en niet de bepaling van een standaard voor gezonde groei.

Met andere woorden: het geeft weer hoe een kind groeit in vergelijking met tienduizenden kinderen van hetzelfde geslacht en dezelfde leeftijd. De kinderen die model stonden voor deze groeicurves kregen allerlei soorten voeding op allerlei manieren, de meesten niet volgens de menselijke biologische blauwdruk.


De groeicurve van het consultatiebureau laat niet de standaard voor gezonde groei zien

De WHO heeft daarom in een jarenlang durend onderzoek de groei genoteerd van kinderen die wel volgens de biologische norm werden gevoed1. Ze volgden hiervoor kinderen over de hele wereld, uit gezinnen die voldoende middelen hadden om te zorgen voor gezonde gezinsvoeding en gezondheidszorg.

Lengte, gewicht, hoofdomtrek en nog enkele andere maten werden op gezette tijden gemeten en al die gegevens werden samengebracht in een grote database. Er bleek een grote overeenkomst te bestaan in de manier waarop kinderen, die goed worden gevoed, groeien.

Borstvoedingscurve is eigenlijk standaard

Uiteindelijk kwamen er lijsten uit voor jongens en meisjes en hun dagelijkse groei in relatie tot het geboorte gewicht. Vervolgens werden er onderverdelingen gemaakt. Eerst werd er een streep getrokken waardoor de kinderen werden ingedeeld in de 50% die meer en de 50% die minder wogen dan dat gewicht bij de geboorte. Dit heet de P50 of 50e percentiel.

Vervolgens werden er strepen gezet die het gewicht markeren waar 15% van de kinderen boven zit en 85% onder, de P85, en omgekeerd 85% erboven en 15% eronder, de P15. kinderen boven de P85 heten zwaar en onder de P15 heten licht.

Maar let op: wanneer ook hun lengte in dezelfde categorie valt hoeft dat niet te zwaar of te licht te zijn. Dan staan er tot slot nog lijnen op de P3 en P97. Dan zijn deze cijferlijsten omgezet naar grafieken waar die P-lijnen mooie bogen vormen2.


Het kind volgt zijn eigen lijntje

Deze tabellen en grafieken worden vaak ‘de borstvoedingscurven’ genoemd, maar dat is onterecht. Officieel heten ze ’de universele groeistandaarden’. Het zijn universele standaarden voor gezonde groei. Universeel wil in dit opzicht zeggen dat ze gelden voor alle kinderen op de hele wereld, die goed gevoed worden, ongeacht welke voeding en op welke manier.

Kinderen die op natuurlijke wijze aan de borst worden gevoed, groeien niet anders, zijn niet speciaal. Kinderen die niet aan de borst worden gevoed of die geen menselijke melk krijgen, moeten zo worden gevoed, dat hun groeipatroon binnen de universele standaarden valt.

Afbeelding: groeicurve online

Gezonde groeicurve

Voor veel mensen is het moeilijk te beoordelen hoe de lijnen van een individueel kind moeten lopen om ‘goedgekeurd’ te worden. Soms wordt gedacht dat alleen de P50 goed is, anderen denken dat zolang het maar ergens in het groene vlak (ongeveer P15-P85) is alles goed gaat. Soms raken ouders in paniek als er meting hoger of lager is dan volgens de lijn wordt verwacht en vaak zijn ze tevreden zolang de lijn maar iets omhoog blijft gaan. Dit is allemaal niet hoe een groeigrafiek werkt.


Soms raken ouders in paniek als de meting anders is dan volgens de lijn wordt verwacht

Om te beginnen moeten het gewicht en de lengtegroei altijd worden gezien in combinatie met elkaar en met hun eigen beginpunt. Ik pleit ervoor om niet te werken met een ’groene baan’, omdat dit te veel doet geloven dat het gewicht daar ergens moet zitten. Je kunt dit oplossen door de originele WHO-curven te gebruiken, maar die kunnen niet online worden ingevuld.

Afbeelding: Groeicurve door de WHO

Je kunt ook voor jezelf hulplijntjes denken die het groene vlak en de witte vlakken erboven en eronder on kleinere stukken verdelen.

Afbeelding: Groeicurven online met extra hulplijnen

Geboortegewicht bepaalt het eigen lijntje

Het is de bedoeling dat een kind de groeilijn volgt die past bij zijn geboortegewicht en die evenwijdig aan en tussen de voorgedrukte lijnen loopt. Het kind volgt daarbij zijn eigen lijntje. Nu is er over dat volgen van de eigen lijn ook enige verwarring. Soms gaat men er per abuis van uit dat die eigen lijn helemaal niet evenwijdig hoeft te blijven lopen aan de P-lijnen, zolang het maar een min of meer geleidelijk stijgende lijn is.

Het kruisen van P-lijnen met de eigen lijn is vrijwel altijd een aanwijzing dat verder onderzoek nodig is. De enige afwijking van die eigen lijn is wanneer een kind in de eerste dagen erg snel en erg veel afvalt. In dat geval is er waarschijnlijk sprake van een vals hoog geboortegewicht en het afvoeren van overtollig vocht.

Die uitzondering is de reden voor het voorstel dat ik doe om een ’beginpuntlijn’ te benoemen. Die beginpuntlijn begint op het laagste gewicht in de eerste levensweek. Vanaf dat moment moet de groei een lijn volgen die min of meer evenwijdig loopt aan de P-lijnen.

Afbeelding: Groeicurve online met extra hulpijnen en een voorbeeld beginpuntlijn

Groei is geen rechte lijn

Natuurlijk hoeven de groeilijnen geen strakke bogen te vormen, zo werkt groei niet. Gewicht- en lengtegroei zijn dynamische processen die niet soepeltjes, maar met horten en stoten verlopen. Goed de lengte meten is heel erg moeilijk en er worden veel fouten mee gemaakt.

Krimp is niet mogelijk, dat is per definitie een meetfout. Plotselinge en sterke groei is mogelijk, maar is meer waarschijnlijk ook een meetfout. Meet lengte met flinke tussenpozen en beoordeel lengtegroei altijd over meerdere metingen aan een stuk. Gewicht meten is eenvoudiger, maar de gewichtsevolutie is ook veel grilliger.


Groei is een dynamisch proces dat met horten en stoten verloopt

Weeg zeker niet te vaak, in de eerste weken misschien één keer per week, maar daarna niet vaker dan één keer per maand, later per twee of drie maanden. Verwacht bij ziekte stilstand of iets afvallen, maar verwacht ook dat dat na genezing snel wordt ingehaald.

Wanneer over de lange termijn gemeten het gewicht tussen de twee dunne lijntjes boven en onder de beginpuntlijn blijft is de groei prima. Als de groei incidenteel of blijvend daarboven of daaronder uitkomt is dat reden om verder te kijken. Zowel bij goede groei als te weinig als te veel groei moeten de groeigegevens altijd worden bekeken samen met de gegevens over de ontwikkeling, algehele gezondheid en gedijen.

1Voeden volgens de biologische blauwdruk houdt in dat een kind gedurende de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgt en borstvoeding naast geschikte andere voeding tot of voorbij de tweede verjaardag. De eerste voeding is binnen een uur na de geboorte en moeder en kind blijven in de eerste periode erna (4-6 weken) zo veel mogelijk zo dicht mogelijk bij elkaar en de baby wordt frequent tot zeer frequent gevoed (minimaal 10-12 voedingen per etmaal)

2De groeilijnen kunnen ook worden ingedeeld volgens Z-scores, waarbij wordt gewerkt met standaard-deviaties. Voor wetenschappers is dat cijfermatig beter te interpreteren, voor ouders is het gebruik van de percentielen beter te begrijpen en te gebruiken.

Gonneke van Veldhuizen-Staas, is lactatiekundige IBCLC, blogt over borstvoeding en is eigenaar van de praktijk Eurolac Lactatiekunde.

0