Ze noemen het ook wel een potluck: een maaltijd waarbij iedereen iets deelt. Handig om rekening mee te houden: je kunt niet overal je gerecht opwarmen. Neem je iets mee dat je koud kunt eten, denk er dan ook aan dat het er bij aankomst nog fris uit moet zien. Verlepte slablaadjes zien er bijvoorbeeld niet zo uitnodigend meer uit. Pastasalade blijft wel een tijd goed. Een quiche ook. En de ingrediënten van een cake-achtige taart gaan niet schuiven onderweg. Da’s allemaal wel zo praktisch.

Een koude of warme soep neem je mee in een thermoskan. IJsthee of water met een smaakje is snel te maken en mee te nemen. Als je een wat uitgebreider gerecht mee wilt nemen kun je met de volgende recepten inspiratie opdoen.

Koele kromkommersoep
Net als de Gazpacho is dit een koude soep die van rauwe ingrediënten gemaakt wordt. Binnen een mum van tijd klaar. Zodat je tijd over hebt om nog andere lekkere dingen te maken. Of om te luieren.
Voor deze soep heb ik zelf kromkommers gebruikt. Dat zijn komkommers die gebogen zijn gaan groeien. Net zo lekker als rechte komkommers, maar een stuk goedkoper. En je ziet er toch niks meer van in de soep.

Voor 2 liter soep:
3 komkommers, in grove stukken gesneden
1 teentje knoflook, uit de pers
200 ml water
3 theel. grijs zeezout
vers gemalen peper
7 takjes verse munt, blaadjes eraf gehaald en gebruikt
5 eetl. olijfolie
400 ml. volle yoghurt

Doe de komkommers, de knoflook, het water, het zout, wat peper en de muntblaadjes in de blender. Pureer alles tot een vloeibare soep.

Roer de olijfolie en de yoghurt door de soep. Proef of de soep zout genoeg is. Denk eraan dat het gerecht, als het op koelkasttemperatuur is, een wat minder sterke smaak zal hebben. Dus voeg iets meer peper en zout toe dan je gewoon bent. Laat de soep enkele uren in de koelkast afkoelen. Dien op een warme zomerdag direct uit de koelkast op.

Quiche met prei, spekjes en feta
De bodem is zo simpel om te maken dat je die beter zelf kunt maken dan dat je voor een kant-en-klaar deeg naar de winkel moet. Vind ik. En als je dit deeg een keer zelf hebt gemaakt vind jij dat denk ik ook.

Voor het korstdeeg:
250 g bloem
100 g roomboter in vlokken
1 ei
2 eetl. water
1/2 theel. zout

Voor de vulling:
100 g feta, verkruimeld
100 g belegen kaas, geraspt
100 g spekblokjes
2 flinke preistengels, wit en groen in ringen gesneden
4 eieren
1/2 theel. tijm

Beboter en bestuif een taartvorm van 20 cm doorsnede met bloem.
Meng voor het korstdeeg het bloem, zout en boter in de keukenmachine voor 30 seconden of tot het mengsel grof en kruimelig is. Meng het ei met het water erdoor, nog eens 30 seconden of totdat er een samenhangend deeg ontstaat. Maak een bal van het deeg en leg het, gewikkeld in plastic folie, minimaal 30 minuten in de koelkast.

Bak ondertussen de spekjes op zacht vuur in hun eigen vet zo’n 5 minuten. Voeg de preiringen toe en bak nog 10 minuten op zacht vuur totdat de preiringen zacht zijn. Laat het spekjes-preimengsel een beetje afkoelen in een grote kom. Hou de helft van de feta apart voor de garnering. Doe de overgebleven ingrediënten voor de vulling in de kom erbij. Dus maar 50 gram feta erin doen. Roer luchtig met een vork totdat alles goed gemengd is.

Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius. Rol het deeg uit zodat het in de vorm past. Vul de vorm met de vulling en strooi er de ander helft van de geitenkaas en de tijm overheen. Zet de quiche 45 minuten in de oven. Laat de quiche in de vorm afkoelen voordat je ‘m inpakt om mee te nemen.


Heerlijke maaltijden om mee te nemen

Tortilla met ui en tomaat
Afgekoeld is het een fijn gerecht om mee te nemen naar een potluck.

8 eieren
2 kleine uien, in ringen gesneden
1 teentje knoflook, fijngesneden
2 gele vleestomaten, in blokjes gesneden
2 stengels lente-ui, in ringen gesneden
1 theel. grijs zeezout
versgemalen peper
25 g roomboter
2 eetl. olijfolie

Klop de eieren met een vork in een kom goed door elkaar. Roer er de tomatenblokjes, de lente-ui, het zout en wat peper doorheen. Verhit de roomboter in een koekenpan. Bak de uiringen en de knoflook op matig vuur in de boter totdat de uiringen glazig zien. Zet het vuur uit en roer de uiringen en de knoflook door het eimengsel. Doe een scheutje olijfolie in de koekenpan die al gebruikt hebt. Verwarm de olie zachtjes en schenk het eimengsel in de pan. Zet de pan op een vlamverdeler. Laat de tortilla 15 minuten zachtjes stoven op laag vuur. Als de bovenkant net gestold is kun je de tortilla omdraaien. Let op dat de bovenkant van de tortilla gestold is. Anders eindigt je fornuis zodadelijk onder een laag smurrie. Draai de tortilla met behulp van een bord om en bak de andere kant nog een paar minuten totdat al het ei gestold is. Serveer warm of koud.

 

Pastasalade met tomaat en komkommer
Heerlijke pastasalade om mee te nemen onderweg naar de speeltuin, naar het pretpark, naar een picknick, op reis naar je vakantiebestemming of gewoon omdat het mooi weer is om te dineren in de buitenlucht. Deze pastasalade is het lekkerst als je ‘m minimaal een halve dag van te voren maakt.

400 g pasta, gaargekookt
400 g cherrytomaatjes, doormidden gesneden
1 komkommer, in reepjes gesneden
150 g zwarte olijven, doormidden gesneden
3 stengels lente-ui, in ringen gesneden
2 eetl. kappertjes
1 theelepel grove mosterd
100 ml witte wijnazijn
3 eetl. rauwe honing
1 klein teentje knoflook, fijngeperst of fijngesneden
peper en zout

Kook de pasta gaar in gezouten water en laat de pasta na de kooktijd uitlekken en tot kamertemperatuur afkoelen in een vergiet.

Maak ondertussen de dressing. Klop de mosterd samen met de wijnazijn, de honing en de knoflook met een garde tot een gelijkmatig gemengde dressing. dit kun je ook goed doen in het bakje dat bij de staafmixer zit. Of, als je een grote hoeveelheid wilt maken voor bijvoorbeeld 50 mensen, met de staafmixer in een maatbeker.

Schep voorzichtig de cherrytomaatjes, de komkommer, de zwarte olijven, de lente-ui en de kappertjes door de afgekoelde pasta. Bestrooi met wat zout en peper. Schenk de dressing erover en proef of de pastasalade genoeg smaak heeft. Voeg anders nog een beetje zout toe. Voor het serveren schep je de pastasalade nog even om. De dressing die onderin terecht is gekomen kan zo goed verdeeld worden.

Aardappelsalade met zure haring
Als je, zoals ik, nieuwe biologische aardappels gebruikt, is het schilletje zo dun dat je dat er prima aan kunt laten. Ik ben soms een beetje een luie kok, dus dan scrub ik de aardappels schoon met een paar ruwe aardappelhandschoenen. Google er maar eens op.

1 kg vastkokende aardappelen, in dobbelsteentjes gesneden
200 g zure zilveruitjes (let op, in de zoetzure zit suiker)
een paar stengels bieslook, fijngeknipt
1 eetl. verse platte peterselie, fijngehakt
1 eetl. kappertjes
200 g zure haring, in stukken gesneden
1 theel. gemalen mierikswortel (of meer naar smaak)
300 ml mayonaise (of vervang een deel door volle yoghurt)
peper en zout

Zet de aardappelblokjes op in gezouten koud water. Kook ze gaar in ruim 5 minuten. Laat de aardappelblokjes in een vergiet uitlekken en afkoelen.

Meng in een grote kom, de mierikswortel met de mayonaise en wat peper en zout. Doe alle overige ingrediënten erbij en roer voorzichtig alles door elkaar. Breng op smaak met zout en peper. Zet in de koelkast totdat je gaat eten. Lekker met komkommersla, veldsla of een andere groene salade.

 

Spiraalbroodjes met serranoham en pecorino
Door olijfolie aan het deeg toe te voegen wordt het lekker zacht en krijgt het extra smaak. Het liefst gebruik ik een olijfolie die licht en zacht van smaak is. Een olijfolie met een peperachtige nasmaak vind ik hier te sterk voor.

Voor het deeg:
500 g bloem
15 g verse gist
10 g zout
50 g olijfolie
320 g lauwwarm water

Los het gist op in het water. Laat het gistwater een paar minuten staan totdat er bubbels aan de oppervlakte verschijnen. Roer het zout door de bloem. Maak een kuiltje in de berg bloem en giet er het gistwater en de olijfolie in. Kneed het geheel tot een samenhangend deeg, ongeveer 10 minuten. Laat het deeg in een kom, afgedekt met een vochtige theedoek, op een warme plek op kamertemperatuur een uur rusten.

Voor de vulling:
100 g pecorino, geraspt
100 g amandelen, geschaafd
2 eetl. olijfolie
12 plakjes serranoham
maïsmeel om te bestuiven
Bestrooi je werkvlak met een beetje maïsmeel. Neem het deeg uit de deegkom en leg het op je werkvlak. Duw in de hoeken en bij de randen het deeg tot een rechthoek van zo’n 30 x 40 cm. Klop met je vingertoppen zachtjes op het deegoppervlak. Bestrijk het deeg met behulp van een kwastje met wat olijfolie.

Meng de pecorinorasp en het amandelschaafsel voorzichtig door elkaar. Strooi de helft van dit mengsel over je lap deeg. Verdeel de plakjes serranoham erover heen en bestrooi deze weer met de ander helft van het kaas-amandelmengsel.

Rol het deeg vanaf de langste kant op. De naad kun je ‘vastplakken’ door je vingertoppen een beetje nat te maken met water en de rand glad te strijken. De deegrol die nu ontstaan is snijd je met een kartelmes in zo’n 12 plakjes. Leg deze plakjes op de snijkant op een bakplaat die bekleed is met bakpapier. Dek de broodjes af met een vochtige theedoek. Laat de broodjes 45 minuten rijzen op een warme plek. Ze zijn dan bijna verdubbeld in volume. Verwarm ondertussen de oven voor op 250 graden Celsius.

Verwijder de theedoek en schuif de bakplaat in de oven. Zet de temperatuur terug naar 240 graden Celsius. Bak de broodjes in 12 tot 15 minuten goudbruin. Haal ze uit de oven en bestrijk ze met nog een beetje olijfolie. Vervoer de broodjes afgekoeld in een afgesloten zak of vershouddoos.
Bananenbrood
Anders dan de naam doet vermoeden, is dit eigenlijk meer een cake dan een brood. Ik at het voor het eerst toen ik door Guatemala reisde. Lekker om een stuk mee te nemen voor onderweg.

175 g bloem
2 theel. bakpoeder
1/2 theel. dubbelkoolzure soda
1/2 theel. zout
75 g zachte roomboter
60 g lichtbruine basterdsuiker
2 grote eieren, losgeklopt
4 kleine, heel rijpe bananen (ongeveer 300 g zonder schil), geprakt
1 zakje vanillesuiker of 1 theel. zelfgemaakt vanillesuiker
rechthoekige cakevorm, met boter ingevet en met bloem bestoven

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius. Werk met je handen of met een houten lepel bloem, bakpoeder, dubbelkoolzure soda en zout door elkaar in een middelgrote kom. Klop in een grote kom de zachte roomboter, de suiker en de vanillesuiker door elkaar. Klop er een voor een de eieren door en vervolgens de geprakte bananen. Roer er het bloemmengsel voorzichtig met een houten lepel door.Doe het beslag in de cakevorm en zet hem 60 tot 70 minuten in het midden van de oven. Als het bananenbrood gaar is, komt een breinaald of satéprikker die je erin steekt, er min of meer schoon uit. Laat het bananenbrood in de vorm op een rooster afkoelen.

 

DOWNLOAD EDITIE GROEI NU GRATIS (t.w.v. 9,95 euro)

Je ontvangt meteen onze zinnige nieuwsbrief (waarvoor je je uiteraard op ieder moment kunt uitschrijven)

Het is gelukt, je hebt mail! (check ook je spamfolder)

0