Beeld: Cathelijne van den Bercken

Rouw bij kinderen

Wanneer een dierbare overlijdt, staat voor je gevoel de wereld even stil. Niets is ingrijpender dan het verliezen van iemand van wie je houdt. Als volwassenen kennen we de gevoelens van verdriet. Maar hoe werkt dit voor kinderen? Hoe gaan zij hiermee om en hoe kunnen wij hen hierin het beste begeleiden?


Kinderen rouwen vaak in kleine beetjes

Volwassenen verwerken veelal gevoelens door over de gebeurtenis te praten. Het kan je een beetje ruimte geven, als je je gevoelens deelt of je verhaal vertelt. Ook al doet het emotioneel pijn. Als praten moeilijk is, is er de mogelijkheid om met rituelen te werken. Dit kan helpen je verdriet en gemis te uiten. Een ritueel geeft een belangrijk moment aan in het leven. Je neemt afscheid van de ene fase en gaat over naar een andere fase. Ook voor kinderen werkt dit heel goed als ze geen woorden aan hun verdriet kunnen geven. Dit kan komen omdat ze er nog te jong voor zijn of omdat het ze gewoonweg niet lukt.

 

Het boze woorden potje

Werken met rituelen en symbolen doet iets op gevoelsniveau en is heel persoonlijk. Als een kind veel boosheid in zich heeft, kan je een ‘boze woorden potje’ maken. Hierin kan je kind woorden, boze woorden, of scheldwoorden stoppen. Misschien moet jij ze opschrijven als je kind te jong is, of wil hij ze er wel in vertellen, of roepen. Je kunt afspreken dat hij de scheldwoorden mag uiten, maar alleen in het potje, en dat het altijd mag wanneer hij verdriet voelt om zijn gemis.

 

Ook kan je samen een kaars maken, of een mooie kaars kopen, die je op speciale momenten aansteekt en bij een foto van de overledene neerzet.

 

Bij kinderen zie je vaak dat ze pas weken of maanden na de gebeurtenis hun gevoelens uiten. Onbewust wachten ze tot de situatie weer iets rustiger is. Oudere kinderen kunnen zich vaak uiten middels een gesprek. Bij jongere kinderen gaat het via spel. Kinderen leren door spelen. Dit zie je al bij het jonge kind. Spelenderwijs verkent en begrijpt hij de wereld om zich heen. Spelen is dus ook ‘werken’: werken om verdriet en gemis een plek te geven.

 

Kinderen rouwen vaak in kleine beetjes. Ze staan tijdens het spelen even stil bij het gemis om vervolgens weer door te gaan met hun spel. Voor ouders komt dit voor hun gevoel soms ‘uit het niets’.

 

Ook kan een kind plotseling een opmerking maken als: ‘wie brengt me naar sport?’, of wordt er met boosheid gezegd dat ze ‘écht niet met haar vader kleren gaat kopen’. Met zo’n opmerking lijkt het alsof het kind alleen maar met zichzelf bezig is. Het tegendeel is waar: met deze opmerking geeft het kind verdriet en onmacht aan. Kinderen rouwen dus op hun eigen manier en op hun eigen tijdstip.

 

Verandering in gedrag

Wanneer het langere tijd goed gaat met het kind, kan er toch op een gegeven moment een verandering in het gedrag plaatsvinden, bijvoorbeeld snel boos worden of bedplassen. Als er een flinke tijd zit tussen het nieuwe gedrag en het overlijden van de dierbare, legt de omgeving niet altijd meer de link naar deze ingrijpende gebeurtenis. Er is tenslotte ook gezien dat het kind ‘lekker doorspeelt’, dus waarom zou dit er nu wél mee te maken hebben?

 

In veel situaties is dit wel degelijk het geval. Als praten lastig gaat, kun je met creativiteit ook veel doen. Zo kun je een ‘tranenpotje’ maken, waar het kind elke keer een kraal in doet als het verdriet heeft. Of je maakt samen een mooie herinneringsdoos. Hierin kunnen foto’s zitten, maar ook andere dingen die voor het kind een waardevolle herinnering hebben.

 

Als een kind het moeilijk kan aangeven als hij zich verdrietig voelt, kan het helpen samen een ‘verdrietpoppetje’ te maken. Het hoeft niet per se een mooi geknutselde pop te zijn. Het kan eenvoudig gemaakt worden door een lapje stof dubbel te vouwen, een zacht stukje materiaal te gebruiken als hoofdje en daar een touwtje onder te binden. Je kunt afspreken dat als je kind het poppetje bij zich heeft, hij aangeeft: ik heb het even moeilijk nu. Op zo’n moment kan je met je kind proberen te praten. Of een extra knuffel geven.

 

Het gemis een plaats geven

Maar soms lukt het niet om het zelf te doen, als je zelf ook vol zit met gevoelens van verdriet. Soms wil je kind zich dan niet naar jou uiten. Dat kan allerlei redenen hebben. Misschien is je kind bang dat zijn verdriet de ouder nóg verdrietiger maakt. In zo’n situatie kan het goed zijn om je kind te laten praten met een persoon van buitenaf. Dit kan een vertrouwenspersoon op school zijn, een familielid, of een therapeut. Als een kind zijn gevoelens van verdriet en gemis een plekje heeft kunnen geven, kan hij weer verder met het oppakken van zijn leven. Een leven waar het gemis ook een plaats mag hebben, zonder dat het de ontwikkeling van het kind belemmert.

 

Boeken over dit onderwerp zijn bijvoorbeeld:

 Kikker en het vogeltje | Max Velthuijs | ISBN 9789025858759

 Just like heaven | Patrick McDonnell | ISBN 9789056379100

 Willem is in de wolken | Sanne de Bakker | ISBN 9789049924829

 Waar is opabeer | Ono Alting | ISBN 9789491806025

 Ik had je nog zoveel willen zeggen | Martine Nieuwenhuyzen | ISBN 9789491740121

 

Carina Schouten werkt met kinderen in haar praktijk Bloemenwind.