Kinderen hebben voor een gezonde ontwikkeling drie dingen nodig: autonomie, verbinding en competentie. En vooral geen dwang of druk. Daarvoor vindt de wetenschap steeds meer bewijs. Aldus professor Bart Soenens, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Gent. Kaj van der Plas interviewt hem voor Kiind over zijn theorie, over de angst om kinderen te soft te maken en over het idee dat een beetje dwang erbij hoort.

Hoe kijk jij als wetenschapper naar opvoeding

‘Kinderen willen zich van nature ontwikkelen, groeien. Ze hebben daarbij drie behoeften: autonomie, competentie en verbinding. Ouders ondersteunen de groei van hun kinderen door aan die behoeften tegemoet te komen. Dat doen ze door hun kind ruimte te geven en niet onnodig van het kind te vragen om ruimte in te leveren: daarmee ondersteunen ze de autonomie.

Ze moeten hun kind leerervaringen bieden, maar zonder het te overvragen: daarmee geven ze het kind de ervaring competent te zijn.

Ten slotte kan een kind alleen optimaal groeien als er warme en onvoorwaardelijke verbondenheid met anderen is. Vanuit deze theorie kijken wij naar opvoeding, en onderzoeken op allerlei manieren of dit klopt. En het blijkt steeds weer te kloppen.’

Helpt het feit dat je vader bent je bij je onderzoek?

‘Of het vader worden (ik ben vader van twee dochters, van 1 en 3 jaar oud) me ineens ook een betere ontwikkelingspsycholoog maakte? Niet noodzakelijk. Als je je onderzoek kunt doen vanuit puur theoretisch perspectief, houdt dat je beeld helder: welke omgang met kinderen is optimaal voor hun ontwikkeling. Wanneer je zelf al vader of moeder bent, kun je soms gaan denken: ‘bij mijn kind werkt dat niet zo’.

Kijken vanuit je praktijkervaring beïnvloedt dus voor een deel je idee van wat er mogelijk is. Kijken door de bril van de theorie helpt je om te blijven zien wat mogelijk is. Aan de andere kant krijg je door het zelf opvoeden van kinderen wel veel inspiratie voor onderzoek: de theorie gaat plotseling veel meer leven.’

Je sprak in een ander interview positief over het werk van Alfie Kohn…

‘Alfie Kohn is bekend van zijn boek ‘Unconditional Parenting’, over het belang van onvoorwaardelijke acceptatie van kinderen door hun ouders. Ook in onze theorie gaan we ervan uit dat dit heel belangrijk is. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die geen dwang en controle, maar juist onvoorwaardelijke aanvaarding van hun ouders ervaren vitaler, levendiger en creatiever zijn. En ze laten meer (pro-)sociaal gedrag zien. Er is inmiddels veel bewijs dat een onvoorwaardelijke benadering werkt, en dat bewijs groeit.

Wel heb ik de indruk dat wij meer dan Kohn het belang van de behoefte aan competentie zien. Een kind heeft behoefte aan ruimte om te groeien, aan autonomie, maar moet ook regels leren kennen om de ervaring te krijgen dat hij zich bepaalde ‘standaarden’ eigen kan maken.

Denk aan sociale regels, zoals rustig zijn in de wachtkamer van de dokter of eten met bestek. Als ouder ben je vaak degene die je kind als eerste bewust met dat soort regels in aanraking brengt. Hoe je dit doet is belangrijk: door uit te leggen waarom een sociale regel belangrijk is, help je je kind te leren én houd je rekening met zijn autonomie. Je moet het dus wel uit kunnen leggen.’

Hoe leg je die regels dan uit?

‘Sociale regels laten zich goed uitleggen als je erbij betrekt waarom het ‘goed’ is ze te volgen. Wij geloven dat kinderen met gevoel voor het goede worden geboren: ze snappen die uitleg dus snel. Een sociale regel als ‘in de wachtkamer van de dokter doen we zachtjes’ kun je helder uitleggen door te benoemen wat lawaai met de andere mensen doet: hier zijn zieke mensen.

Als je je kind aanspreekt op een regel is het belangrijk dat je dit op een onvoorwaardelijke manier doet: je wijst op de gevolgen van zijn gedrag naar anderen, maar beoordeelt je kind zelf niet als goed of stout.

Wees trouwens als ouders niet bang om te veel te onderhandelen over afspraken en regels. Kijk steeds of, en waarom het voor het kind belangrijk is over een regel in gesprek te gaan. Soms lijkt het een eindeloos over-en-weer, over een kleinigheid. Maar als het voor je kind wezenlijk is en je steekt er energie in, zet je hiermee een trein in beweging die, als hij eenmaal rijdt, steeds minder energie kost.

Opvoeden vanuit dwang werkt omgekeerd: eerst kost het weinig energie, maar dat zal niet verminderen en eerder steeds meer worden. Je krijgt elke dag verzet zolang je kind de regel niet begrijpt of er geen begrip voor heeft. Of de dwang leidt tot slaafse gehoorzaamheid. Zowel de behoefte aan competentie als de behoefte aan autonomie worden hierdoor miskend.

Wie zijn macht demonstreert, ondermijnt die.’

Maakt een opvoeding die draait om de behoeften van kinderen, ze niet soft of egocentrisch?

‘In zijn boek ‘The Myth of the Spoiled Child’ beschrijft Alfie Kohn hoe we leven in een cultuur die bang is teveel aandacht aan kinderen te geven, omdat ze zouden uitgroeien tot narcistische ettertjes. Hij laat zien dat we hier niet bang voor hoeven te zijn, het is een mythe.

Het idee dat ouders hun kinderen goed op de harde wereld moeten voorbereiden door ze te laten wennen aan dwang, klopt niet. Ook het idee dat je kind dwingen te gehoorzamen ervoor zorgt dat hij beter leert omgaan met gezag, de meester op school of de baas op het werk, is fout. Een opvoeding zonder dwang, die de autonomie ondersteunt, maakt kinderen niet soft.

Onze theorie zegt dat je als je controlerend bent opgevoed, juist extra gevoelig op dwang reageert. Je zult minder goed om kunnen gaan met een leidinggevende boven je. Ofwel je wordt slaafs gehoorzaam en kropt alle frustratie op, of je komt in bot verzet. En allebei is ongezond.


Wennen aan een harde wereld door een beetje dwang? Dat klopt niet 

Een opvoeding die kinderen in hun behoeften ondersteunt, bereidt ze voor om op een gezonde manier om te kunnen gaan met leiding of dwang. Hun behoeftes mogen er zijn, en worden daarmee een bron van informatie die kan helpen beslissen wat te doen. Ze zijn zich bewust van hun gevoel en kunnen daar iets mee: hoe voel ik me en wat betekent dat? Ze hebben innerlijke principes en durven daaruit te leven: te vertrekken uit een situatie die niet goed voor ze is, of die proberen te veranderen.’

‘Ik heb er zelf ook niets aan overgehouden, hoor’ hoor je ‘dwingende opvoeders’ soms zeggen…

‘Daarbij laten zich vraagtekens zetten. Die ouders hebben weinig zicht op de echte gevolgen van hun eigen opvoeding. De prijs die ze hebben betaald zien ze niet.

Helaas werkt controlerend opvoeden besmettelijk. Het gaat over van generatie op generatie. De pijn die het berokkent wordt ontkend. Over pijn gesproken: een pak slaag is trouwens nooit, in geen enkele situatie behulpzaam. Slaag gaat recht in tegen de drie basisbehoeftes. Het kind leert er niets van (competentie), de grenzen van de eigen ruimte worden overschreden (autonomie) en de verbondenheid krijgt, letterlijk, een klap.

Dwingende opvoeding hangt zelfs samen met probleemgedrag. Het vergroot juist de kans op problemen in de toekomst, zoals drugsgebruik en mishandeling.’

Waarom zijn we zo onzeker over opvoeding?

‘Lange tijd werd gedacht dat de aangeboren kenmerken plus de peergroup waarin je kind terechtkomt, de invloed van de opvoeding door de ouders minimaliseren. Dat idee is achterhaald. Er blijkt een dynamiek te zijn tussen alle verschillende invloeden. Het is zelfs zo dat bepaalde genen onder invloed van gebeurtenissen in het leven, kunnen veranderen.

Temperament is wel iets waarmee kinderen geboren worden. Helaas wordt het temperament van sommige kinderen als moeilijk ervaren. Dan roept het controlerend gedrag bij de opvoeders op, dat hun noden aan autonomie, competentie en verbinding frustreert.

Ouders zijn onzeker over de opvoeding. Ze zoeken dan een protocol, een kookboek. Maar dat doet weinig goed, want er is flexibiliteit nodig om creatief in te spelen op de behoeften van je kind. Je mag ook soms falen: het is immers een zoektocht. Als je uitgaat van de basisbehoeften van autonomie, competentie en verbinding, kun je die in elke concrete situatie proberen tegemoet te komen. Cultuuroverstijgend is aangetoond dat het kinderen goed doet.

Als je het moeilijk vindt om je kind tegemoet te komen in zijn behoeften, heb je waarschijnlijk zelf nood op één van de drie gebieden. Als je eigen autonomie, competentie of verbinding gefrustreerd worden, leidt dat makkelijker tot controlerend opvoeden. Het is dan ook belangrijk om energie in jezelf te stoppen. Dat kan betekenen dat je dingen doet die je zelf leuk vindt, ook los van je kinderen.

De hoeveelheid tijd die je doorbrengt met je kinderen is minder doorslaggevend dan de kwaliteit van de interactie met hen. Opvoeden vraagt een zekere mate van mindfulness: als je je bewust bent van je eigen behoeften, helpt dat je om er niet naar te handelen vanuit reactie op een eigen tekort.’

Ondanks het bewijs hebben jullie de opvoedcultuur tegen je…

‘Ons onderzoek staat haaks op het idee dat kinderen van nature zwak en onberekenbaar zijn. We bestrijden het veelgehoorde beeld dat het de rol van opvoeding is om kinderen te harden en tot sociaal aangepast gedrag te dwingen. Maar we hebben geen zendingsdrang, hoor. We blijven gewoon ons eigen verhaal vertellen in de overtuiging dat het zijn bijdrage zal leveren.

De wereld kán hard zijn, dat is een onderdeel van haar complexiteit. Autonomie-ondersteunend opvoeden vraagt om vertrouwen, een ‘leap-of-faith’ van de opvoeders.’

Lees ook ‘Vitamines van groei. Over de motiverende rol van ouders in de opvoeding‘ van prof. Maarten Vansteenkiste en prof. Bart Soenens.

0