De overgang van lieve baby naar stampvoetende dreumes en peuter is een zeer verrassende verandering. Er blijkt ineens een enorme behoefte aan autonomie in dat kleine mensje te zitten. En eigenlijk is dat helemaal niet gek. Want met alle nieuwe vaardigheden komen ook mogelijkheden die kinderen zelf willen uitpluizen én waar ze iets over te zeggen willen hebben. 


Kinderen laten zich niet afschepen met een flutkeuze

Controle en macht

Wanneer je eens goed kijkt naar de dagindeling zijn er een heleboel zaken waar kinderen weinig invloed op hebben of waar ze in mee ‘moeten’ omdat het soms niet anders kan of mag. Denk aan aankleden, ontbijten, op tijd vertrekken, in het autostoeltje zitten, dingen die gewoonweg niet mogen. Ook het wel willen maar nog niet kunnen van verschillende vaardigheden kan grote frustraties opleveren. Enerzijds zijn er dus zaken die door anderen opgelegd worden en anderzijds zijn er beperkingen vanwege leeftijd. Kinderen hebben feitelijk maar weinig echte controle en macht. Dat gaat onvermijdelijk wringen. En ‘Welk t-shirt wil je vandaag aan?’ is dan echt een flutkeuze waarmee ze zich niet laten afschepen.

Nee, neem dan bepalen of je wel of niet eet, gezellig wakker blijven of die schoenen gewoon weigeren aan te trekken. Dat levert veel interessantere reacties op bij de grote mensen. Wie weinig in te brengen heeft gaat inzetten op de momenten waarop hij de macht heeft om eens lekker NEE! te roepen of te doen. En hoe heerlijk dit voor kinderen ook is, voor ouders is het een stuk minder plezierig. Want voor je het weet ben je ergens te laat of ligt dat bord met eten op de grond. Veel van dit gedrag komt voort uit het oefenen met macht en onmacht, controle hebben over de omgeving of over je eigen kunnen en, daarmee gepaard gaand, een grote behoefte aan autonomie. Voelt een kind zich hierin gefrustreerd dan volgt er vaak een driftbui ter ontlading.

Het ei van Columbus?

Hoop je nu op een gegarandeerde-oplossing-die-altijd-werkt of hét ei van Columbus dan moet ik je helaas teleurstellen. Maar er is wel iets dat ontzettend leuk is om samen te doen met je kind en altijd iets oplevert. En dat zijn *tromgeroffel* Powergames! Naomi Aldort beschrijft deze in haar boek Raising our children, raising ourselves. Het is een speelse manier om kinderen totale zeggenschap en controle te geven over een situatie. Volgens Aldort geven kinderen vaak zelf de aanzet tot een powergame: het is aan ons om deze te herkennen en er verder op in te gaan. In dit filmpje geeft Aldort een voorbeeld van een kind dat de was omgooit. In plaats van nee-roepen, raadt ze aan overdreven ontdaan uit te roepen ‘O nee, nu ligt de was op de grond’ en het onder gepuf en gesteun op te ruimen waarbij je semi-hoopvol zegt ‘Ik hoop niet dat ze het nog een keer doet…’. Wat natuurlijk een uitnodiging is om het nog een keer te doen. Vervang de was voor het wegrennen voor de luier, het leegkiepen van de speelgoedkist of het verstoppen van schoenen en je hebt een heleboel aanleidingen voor een powergame.

Kinderen vinden het geweldig om dit soort spelletjes te spelen. Ze genieten er enorm van en nemen tegelijkertijd even helemaal de leiding. Het allerbelangrijkste bij een powergame is dan ook dat het kind bepaalt wanneer het er genoeg van heeft. Ben je er na vier keer wel klaar mee en stop je het spel dan zeg je eigenlijk dat jij de leiding al die tijd al had en maar deed alsof. 


Er blijkt een enorme behoefte aan autonomie in dat kleine mens te zitten

Samen de slappe lach

Tijd is dus essentieel in deze. Is je kind niet bekend met powergames dan is de kans groot dat het de eerste keren heel lang duurt. Kinderen profiteren van de gelegenheid en willen er het maximale uithalen. En wie kan ze dat kwalijk nemen? In de loop van de tijd zul je merken dat het spel minder lang duurt. Je herkent ook sneller de behoefte aan een powergame en kunt hierop inspelen voordat het uitmondt in een driftbui van epische omvang. Behalve dat het de behoefte aan autonomie vervult, voorziet  een powergame in een-op-een tijd waarbij je, voor je het weet, samen de slappe lach hebt. Kinderen vinden het spannend en hilarisch tegelijk en voelen zich echt gezien.

Wat moet, dat moet?

Naast het spelen van powergames stel ik mezelf altijd de vraag of iets echt moet of dat er misschien ook een andere manier is. Kan een nee ook een ja worden? Zo raakten mijn zoon en ik in zijn dreumestijd weleens in conflict over rechts- of linksaf gaan. Rechts was korter en als ik haast had wilde ik die route nemen. Met het dreumesdrama wat daarmee ontstond was links vele malen sneller geweest als ik dat direct had gedaan. Ik leerde ‘the hard way’ om wat vaker mee te buigen, zullen we maar zeggen. Een van zijn favoriete powergames was dan ook dat hij de route bepaalde en ik hem daarin volgde. Samen hebben we regelmatig het hele dorp doorgelopen en inmiddels doen we het op de fiets.

Er leiden meerdere wegen naar Rome en kinderen zijn expert in het bedenken van alternatieven. Onderzoek deze samen en voer ze uit, ook al komen ze op jou vreemd over. Het mooiste voorbeeld vind ik die van Alfie Kohn die vaak strijd had in de ochtend met zijn dochter. Ze was steevast te laat en hij daardoor ook. Toen hij haar vroeg of zij misschien een oplossing had, opperde ze dat ze misschien met haar kleren aan kon gaan slapen. Hij vond dit prima, het hielp enorm bij de ochtendspits en ze heeft het jarenlang zo gedaan. Wil je dit? Geen idee. Mijn tip: wees niet bang dat kinderen ‘over je heen gaan lopen‘ en probeer de powergames! 

Verder lezen:

N. Aldort, Raising our children, raising ourselves

A. Kohn, Unconditional Parenting

http://kiind.nl/article302/

0