Heb je lef nodig om zeven kinderen groot te brengen, midden in de hoofdstad? Voor Cynthia en haar man Iven gaat het niet over stoerheid. Zelf vinden ze het allemaal vanzelfsprekend. Dit is het leven dat bij hen past.

Dit interview is geschreven voor editie MOED. Alles op je gemak doorbladeren met mooie plaatjes? Koop ‘m hier op papier of digitaal.

Veel mensen dromen van een leven buiten de stad. Jij niet?

‘Wonen in de stad is voor ons geen beperking. Juist niet! Sterker nog: voorheen woonden we in een groot pakhuis in Zaandam. Toen we drie kinderen hadden, verhuisden we naar Amsterdam. We zijn een stuk kleiner gaan wonen en hebben er vervolgens nog kinderen bij gekregen. Het klinkt misschien onlogisch, maar ik haal zoveel waarde uit het stadsleven. Je kunt overal naartoe. De kinderen hoeven maar buiten te komen en we ontmoeten zoveel verschillende soorten mensen. Die diversiteit draagt hopelijk bij aan een open houding. Ik ben blij dat ze met alle facetten van de stad te maken krijgen. Ik heb misschien niet die mooie groene tuin waar je van kunt dromen, maar de hele stad met al haar mensen zijn onze achtertuin.’

Waar kunnen je kinderen rennen en hun energie kwijtraken?

‘We gaan veel naar het park. We hebben geen auto, dus naar buiten gaan betekent lopen, fietsen, steppen. Je beweegt vanzelf al meer. Daarbij sporten de kinderen graag. Hockey, turnen, ballet, voetbal, dans, ieder zijn ding. Ook bij ons binnen mag je veel. Zo hebben we enorme turnmatten die soms zelfs op de trap als glijbaan dienen.’

Vind je jouw keuze voor een groot gezin moedig?

’Ik wilde van jongs af een groot gezin. Mijn moeder had een kraamcentrum en ik keek als kind gretig mee. Mijn man en ik hebben elkaar jong ontmoet, we waren 15 en 17, en mijn kinderwens was altijd al duidelijk. We woonden in onze studietijd al samen en hadden een ander leven dan de meeste studenten. Toen ik op mijn 22e zwanger werd, was dat bewust en heel gewenst. De studie gaf ons relatief veel tijd om ook een baby te verzorgen.’

En jij kon afstuderen met een baby?

‘Oké, dat is dus net niet gelukt. Op één paper en de scriptie na had ik mijn master op zak. Het zat hem in meer omstandigheden dan puur het moederschap. Mijn eigen moeder werd ziek in mijn afstudeerfase. Dat was wel veel, en bovendien merkte ik na haar overlijden dat ik een andere richting uit wilde dan waar ik me met mijn opleiding op had gericht.

Achteraf is het best jammer, maar het is hoe het loopt. Toch heb ik echt dat basisvertrouwen in het leven. Waar de ene deur dicht gaat, opent een andere deur. Zo gaf de erfenis een kans om mijn eigen bedrijf te beginnen. Ik werk nu meer vanuit mijn passie. Meer vanuit het hart dan vanuit het hoofd. Alhoewel het hoofd ook wel weer toe is aan verdieping. Ik begin binnenkort aan een studie om kindertherapie te combineren met mijn kooklessen.

Ik ben me er niet bewust van dat mijn keuzes moedig zijn. Pas als andere mensen het benoemen, besef ik dat het geen alledaags geheel is. Zo hoor ik mensen zeggen dat ze dingen niet durven die ik wel doe. Ik heb zeven kinderen, en geen diploma, rijbewijs of vaste baan. Voor mij is het geen ‘durf’. Het ging gewoon allemaal stap voor stap, en alles vanuit mijn hart. Pas als je van bovenaf gaat kijken, zie je dat er misschien wel lef voor nodig is.’

Voelen je kinderen zich bijzonder?

‘De kinderen ervaren wel dat ze in een bijzonder gezin opgroeien. Niet omdat wij dat vinden – meer door andere mensen die er aandacht aan geven. Meestal in positieve zin trouwens. Ik denk dat de kinderen het zelf best stoer vinden. Ze klagen nooit van ‘Wat is het druk bij ons’ of ‘Moet ik weer delen?’.

We hebben geen groot huis, maar ieder heeft een eigen plek in huis, je kunt je altijd terugtrekken. Bij ieder kind werd er geklust en maakten we een eigen kamertje, al sliepen de baby’s tot twee à drie jaar bij ons in bed. Maar het gaf mij rust, dat in de basis ieder kind een eigen plekje had. Binnenkort komt er een muur in de kamer van de jongens en gaan de jongste 2 jongens samen slapen. Grappig genoeg gaan ze vaak bij elkaar logeren. Dan vind ik weer eens 4 kinderen in een kamertje. Er is ruimte om alleen te zijn, en ze trekken toch weer naar elkaar toe. Het samenzijn is hun basis. De enige ruimte in huis waar nog wel eens ruzie over ontstaat is de plek op de eetbank. Soms gaat het periodes goed, heel organisch hebben ze dan een lange tijd een vaste plek. En soms is er weer behoefte aan wisseling, maar is niet iedereen het daar mee eens. Ik vind het zelf ook fijn om te rouleren, zeker aan zo’n gevulde tafel, zodat je ook onderonsjes kan hebben met iemand anders.’

Hoe verdeel je de aandacht onder alle kinderen?

‘Ik weet niet hoe ik het doe, maar ik maak er gewoon tijd voor. Mensen zeggen weleens: ‘Je had vast makkelijke bevallingen’ of ‘Jouw kinderen zijn vast hele goeie slapers.’ Was het maar waar. Ik heb alles gezien. Alle zeven hadden ze hun eigen bed ritueel. In slaap sussen, dragen, op schoot houden, rondjes in de buggy, in ons bed slapen of juist niet. Ze hebben allemaal borstvoeding gehad, dus dan hingen er vaak meerdere om me heen terwijl ik voedde. Ik volg wat elk kind nodig heeft, omdat ik zie dat ze daar het gelukkigst van worden. Ik houd veel open, laat schemaatjes los. Het vraagt wel om heel flexibel te zijn.

Ik kijk naar ieder kind. Niet volgens een bepaalde methode, het gebeurt vanzelf. Iven en ik doen het allebei van nature zo. We lossen elkaar echt af in werk en opvoeding, we zijn beiden zzp’er. Ik heb een kinderkookschool, ‘Stip en tijger’, en ben onder schooltijd met de kleintjes thuis en werk na schooltijd buitenshuis. Mijn man is presentator, producent en kinderboekenschrijver, en is met de kinderen na schooltijd. We regelen alles heel erg samen.

Dat de baby’s en peuters in de ochtend bij mij zijn, geeft rust. De kleintjes kunnen uitslapen. De dag bestaat dan uit even een boodschapje, speeltuintje, het park, knutselen en dat is het dan in grote lijnen. Dat primaire wereldje blijft klein, en dat is fijn. Zo ging het destijds met de oudsten, en zo is het gebleven. Ongedwongen de tijd doorbrengen, zeker die eerste vier jaren, vind ik waardevol.’

Hoe kom je nog aan jezelf toe?

‘We kiezen als ouders voor een leven dat voor ons goed voelt. De kinderen staan daarin op nummer 1, maar we geven ze ook mee dat hun ouders belangrijke dingen doen voor zichzelf. Ons leven houdt niet op als het kinderbedtijd is. Ik ga ook graag uit. Of we maken een feestje thuis, waar de kinderen lekker tussendoor scharrelen. Soms valt er eentje in slaap midden op het feest. Die leg ik dan lekker in bed. De volgende dag zijn ze blij om wat ze hebben meegemaakt en dat ze erbij waren! 

Dat voorbeeld wil ik geven. Loslaten. Gewoon gáan. Niet te strak leven. Natuurlijk hebben we ook grenzen en vaste ritmes.’

Hoe organiseer je dingen met iedereen samen? 

‘Dat kunnen lastige dingen zijn, ja. Zo kijken we bijna nooit een film met zijn allen. En als we dat wel doen, is er een deel dat water bij de wijn doet… In de middag mogen de kleintjes bepalen wat ze kijken. Voor de grote kinderen geldt dan: wil je meekijken, dan zonder discussie. Na hun bedtijd kunnen zij kiezen. Soms komen ze er niet uit, dan wijzen we aan wie deze dag de keuze mag maken. Een andere keer zijn ze het roerend eens.

Je moet soms praktisch zijn. Je kan een plaatje in je hoofd hebben van idyllisch film kijken als familie, of met zijn allen een vuurtje stoken. Maar als de één radslagen begint te maken en de volgende moppert dat ze voor het beeld staat, is het knusse samen-gevoel wel weg. Dan moet je daar niet heel dwingend aan vasthouden.

Het blijft ingaan op het moment. Soms helpt het om duidelijk te zijn. Zo gingen we laatst naar de boekpresentatie van Iven (hij publiceerde prentenboek ‘Anansi de spin en de gulzige tijger’, red). Dan blijf ik bij het plan: iedereen verzamelen op het schoolplein, samen lunchen en naar papa’s boekpresentatie. Een van de meiden wilde bij een klasgenootje eten, maar dan ben ik ‘streng’, want ik hecht aan dit moment als gezin. Het is zo mooi om ons gezamenlijk te verheugen en dit bewust als team te doen.

Ik heb bij al mijn kinderen steeds geschakeld naar de realiteit. Wij hebben een kind dat qua dynamiek, voornamelijk thuis veel expressiever is dan haar voorgaande broers en zussen. Op dat moment heb ik zeker geleerd om een aantal zaken anders aan te pakken. Bijvoorbeeld als we uitgebreid gaan ontbijten, en de een moet zich nog aankleden, de ander nog moet douchen, blijkt dat zij het moeilijker vind om te kunnen wáchten. Dan is het aan mij om me aan te passen. Zo leid ik haar af met taakjes, of zorg ervoor dat ik zelf meer voorbereid ben. Meebewegen, en niet star zijn in je verwachtingen, daar gaat het continu om.’

Hebben je kinderen ieder hun eigen speelgoed of is alles een grote speelgoedberg?

‘Er is speelgoed dat iedereen gewoon kan pakken. We hebben een grote speelgoedkast, niet bepaald georganiseerd trouwens. Verder heeft ieder wat eigen dingetjes, zoals Pixie die speciale glitterstiften kreeg, niet kleuterproof, en op haar kamer bewaart. Knuffels zijn ook voor iedereen privé. Maar het meeste speelgoed is gewoon gedeeld. Knutselspullen, bouwmaterialen, poppen, allemaal samen. Daardoor zie ik ook geen issues met bezitterigheid naar elkaar of vriendjes. Dit werkt heel goed zo.’

Hoe regel je eerlijkheid tussen de kinderen?

‘De jongsten worden hier niet voorgetrokken. We spreken alle kinderen op hun leeftijd en hun niveau aan, en er zijn taken en rechten die passen bij je leeftijd of bij het moment. Bij ‘gelijkwaardige’ strijd laten we ze zelf oplossen. ‘Eerlijk’ bestaat niet, in die zin dat voor iedereen iets anders geldt. We leggen gewoon heel veel aan ze uit.’

Iedere leeftijd komt dus met eigen voor- en nadelen.

‘We geven de kinderen geen zorgtaken. De oudste kinderen hoeven geen hulpjes te zijn die de kleintjes mee opvoeden. Maar ik vraag zeker weleens of ze op elkaar passen. En gaan we met zijn allen met de trein, dan bespreken we vooraf wie de kinderwagen vasthoudt bij het instappen, dat soort dingen. Dat gaat uiteindelijk over verantwoordelijkheid geven, en zorgen voor elkaar. En dat is geen eenrichtingsverkeer. Zo geef ik weer ruimte aan de oudste om de metro te pakken als het regent. Een moment waarbij ik ook kan zeggen, ‘bekijk het maar en fiets maar 14 km door de storm en hagel’. Je kijkt in het moment hoe je elkaar ondersteunt. Dat het samen goed gaat, is ook eigenbelang. Het maakt het leven makkelijker voor iedereen.’

Fotografie: Tjimkje Prins

Meer lezen

Het hele artikel met alle mooie beelden.

DOWNLOAD GRATIS EBOOK

Lees 'Zo bereid je je voor op je baby'. Je ontvangt meteen onze zinnige nieuwsbrief (waarvoor je je uiteraard op ieder moment kunt uitschrijven)

Het is gelukt, we gaan een mail naar je typen! (check ook je spamfolder)

0