Als stiefouder word je onder de streep nooit een vervangende ouder. En hoe confronterend dat ook mag zijn: dat is hoe het hoort. Maar wat is dan je rol in de opvoeding?

Als je verliefd bent is alles leuk. De neurotische trekjes van je kersverse lief, je schoonmoeder en ja, ook de kinderen die je nieuwe liefde meebrengt. Acht jaar geleden, mijn stiefdochter was nog maar een peuter, begon ik mijn stiefmoederavontuur. En ik had er zin in! Wist ik veel. Wij gingen een nestje bouwen van je jippiejajee. Ik zag dagelijks wat er goed en minder goed ging in de opvoeding van mijn kersverse stiefdochtertje en hield me totaal niet in om mijn messcherpe observaties te delen. Achteraf gezien is het best bijzonder dat ik er toen niet uitgebonjourd ben.

Dit artikel en nog veel meer lees je in de editie MAF van Kiind

Op welke plek sta je?

Zo’n nestje bouw je niet zomaar. Je kunt weliswaar een gelijkwaardige plek innemen naast je partner, als geliefde, maar je zult nooit de plek van de afwezige ouder vullen. Systeemtherapeut Andries de Jong:

‘Je kunt er voor je stiefkind zijn vanuit getuigenis. Dat wil zeggen dat je respecteert dat hij in veel opzichten voor gaat op jou, dit kind was er immers al vóór jouw relatie met zijn ouder. Als stiefouder verzorg je. Je voedt niet op – dat kun je alleen met je eigen kinderen doen. In het contact met je stiefkind dient het wanneer je dat doet als getuige van hoe het voor het kind is. Alsof je tegen hem zegt: Jij hebt hier niet voor gekozen en ik zie hoe dat voor jou is.’

Tipperdetip: Mijn eerste is niet zijn eerste

Stel dat je samen meerdere kinderen hebt. Je bent stiefouder van het ene kind en ouder van het andere. Dan kun je qua opvoeding alleen iets vertellen over je eigen kind. Wat betreft je stiefkind kun je het hooguit hebben over jouw persoonlijke waarden en de regels in je huis. ‘Ik houd niet van geschreeuw’ en ‘In dit huis praten we op een rustige toon met elkaar’ kan prima, maar ‘Jij hoort niet te schreeuwen,’ dat kun je tegen je stiefkind niet zeggen. Het hoort simpelweg niet bij de positie die je inneemt. Er is een natuurlijke orde tussen ouders en kinderen die je als buitenstaander te respecteren hebt. Hoe lief je je liefje en je stiefjes ook vindt.

Slik je beterweetteksten maar in!

Inslikken

In de praktijk valt dit lang niet mee. Dat betekent namelijk dat je je geregeld in moet houden, want oh-oh, wat zie je vaak gedrag dat je graag aan zou willen pakken. Slik al die beterweetteksten maar in, je helpt er niemand mee, ook al heb je gelijk. Als er iets is dat ik zelf geleerd heb in mijn carrière als stiefmoeder, is het wel dát. Wat dacht ik het allemaal goed te weten! Daarmee maakte ik mezelf tot een ondermijnende draak voor mijn partner. Ik zag hoe mijn stiefdochter haar moeder oeverloos bezig kon houden, ver na het ‘nog eentje dan’. Hoe ze zich liet bedienen, waar ik dacht: dat kan ze allang zelf. Dit zijn precies van die dingen die je beter voor je kan houden (weet ik nu, na schade en schande).

Je kunt best gelijk hebben, maar het heeft geen enkele meerwaarde om je gelijk te halen. De biologische ouder heeft zijn/haar eigen weg te gaan in de opvoeding; als stiefouder heb je als primaire taak om de andere ouder bij te staan zonder ongevraagd commentaar van de zijlijn. Bovendien heeft een kind recht op zijn eigen dynamiek met zijn ouders. Als je als stiefouder nog een stapje strenger – of liever – bent dan de eigen ouder, doet dat de verhoudingen geen goed.

Balans

Dat klopt, geeft ook Mariska Matakupan-Jansen aan. Zij bracht ‘Mijn eerste is niet zijn eerste’ uit, speciaal voor stiefmoeders, omdat de praktijk nog weleens heel anders wil zijn dan de theorie. Voor je het weet, ben je een heel gezinsleven aan het runnen, met eigen en stiefkinderen samen. Maar hoe hard je ook wil dat het slaagt, het is veel zwaarder om de kinderen van een ander op te voeden.

Mariska beschrijft: ‘Als stiefmoeder had je wellicht al een aantal zorgtaken voor je stiefkinderen. Naarmate de kinderen van je partner langer in je leven zijn, nam je langzaamaan wat meer taken op je. Of wellicht liet je de zorg voor je stiefkinderen veelal over aan je partner. Hoe dan ook, nu je zelf moeder bent, heb je sowieso zorgtaken. Misschien ben je minder gaan werken om er voor je kind te zijn. Je merkt dat het contrast tussen de kinderloze dagen en de dagen dat je stiefkinderen er zijn, kleiner is geworden. Omdat er nu altijd kinderen in huis zijn.

In het geval van co-ouderschap, gaat iedereen ervan uit dat je op je zorgdagen ook je stiefkinderen onder je hoede neemt. Jij vindt dit ook niet meer dan logisch. Toch? 

Als jij toch thuis bent, is het wel zo praktisch dat je ook zijn kinderen opvangt. Maar is het eigenlijk wel zo logisch? Wil jij voor je stiefkinderen zorgen op de dagen dat je voor je eigen kinderen zorgt? Er mag niet klakkeloos vanuit worden gegaan dat je dat wel even doet. Zorgen voor je stiefkinderen kost meer energie dan zorgen voor je eigen kinderen. Dat vergeten we weleens. 

Zorgen voor stiefkinderen kost meer energie

Het is een gevoelige kwestie, want nee zeggen tegen sommige taken is niet zo gemakkelijk. Voor zijn kinderen kan het ongemakkelijk zijn als zij naar de opvang moeten, terwijl hun halfzusje of halfbroertje wel gewoon thuis is. De oplossing zit hem in het maatwerk. Wil je graag zo veel mogelijk rust op je zorgdagen? Misschien mogen zijn kinderen een paar uur bij opa en oma spelen. Zodat jij tijd hebt met je kleine. Vind je het prima als zijn kinderen thuis zijn, maar vind je het te zwaar om ze telkens naar sport te moeten brengen? Regel dan dat ze met iemand meerijden. Komen je stiefkinderen alleen in het weekend, dan is je partner er doorgaans ook en is het makkelijker de taken te verdelen.’

Boze stiefmoeder

Erkennen dat er een verschil is tussen je eigen kind en het kind van je partner blijkt een belangrijk fundament. Maar hoe kan dat nou? Dat lijkt op het sprookjesmodel van de boze stiefmoeder. Zij maakt onderscheid en trekt haar eigen kind altijd voor. Dat is niet bepaald een inspirerend voorbeeld. Toch is het nuttig om naar de boze stiefmoeder te kijken. Zij staat er in de opvoeding alleen voor, heeft dus een te zware en niet-kloppende taak en begint lelijk te doen tegen haar stiefdochter. Vervelend, maar eigenlijk best logisch. De boze stiefmoeder draagt de rol van pure slechtheid, terwijl ze waarschijnlijk een te grote werkbelasting had. Dan verdwijnt je lieflijkheid al gauw.

Kijk daarom goed naar je intenties, adviseert Mariska. ‘Het beantwoorden van de vraag of je zorgtaken overneemt, vereist een bewuste overweging. Het is van essentieel belang dat je je afvraagt wat jouw intentie is. Wat is jouw argument om taken over te nemen? Vraag jezelf dit voor iedere zorgtaak opnieuw af.’ In haar boek maakte ze een check list (zie hieronder). Op welke gronden doe je de dingen die je doet?

Mogelijke argumenten:

  • Het hoort zo, het wordt van mij verwacht.
  • Het is praktisch, het scheelt geld.
  • Ik ben bang dat mijn partner mij afwijst als ik het niet doe.
  • Ik heb geen keus, het moet wel.
  • Ik wil bijdragen aan hun welzijn.
  • Ik wil betrokken zijn bij mijn stiefkinderen.
  • Ik vind het leuk om te doen.
  • Het geeft me voldoening en energie.
  • Het is voor mij een manier om contact te maken. 

Verschil in liefde

Dat je een ander gevoel hebt voor je eigen gebroed is geen gemenigheid, maar meer een natuurwet. ’Je eigen kinderen zijn altijd leuker,’ benadrukte een doorgewinterde stiefmoeder mij toen ik net kwam kijken. Gek vond ik dat, want ik was toch echt meteen dol op mijn stiefdochter. Pas toen ik zelf moeder werd, begreep ik het. Een mensje dat je zelf gebakken hebt, mengt op een andere manier met je. Je voelt elkaar aan op een totaal ander niveau. Dat verschil in liefde en Liefde is best akelig – je wilt geen onderscheid maken en toch overkomt het je, omdat het een biologisch gegeven is.

Van je kinderen houd je nu eenmaal, wat er ook gebeurt. De band met je stiefkinderen daarentegen kán stuk, zoals elke relatie kan breken. En dat maakt de liefde kwetsbaar. Want voorwaardelijk. Je loopt samen op een dun lijntje. De relatie is niet vanzelf goed: daarom is het juist zo belangrijk dat jullie een extraatje voor elkaar zijn. Zo kun je genieten van wat er wel is, in plaats van geïrriteerd raken over wat er mist.

Ik heb al een vader

Het is duidelijk: de rol van stiefouder is onvergelijkbaar met die van de ouder. Niet opvoeden dus, die stiefkinderen, maar ‘er gewoon zijn’ voor ze. In de serie Dunya en Desie over twee Amsterdamse tieners (ken je ‘m nog?) komt dit heel mooi tot uitdrukking. De nieuwe vriend van Desies moeder komt met een plechtig: ‘Ik heb je moeder wel gevraagd of ze met me wilde trouwen, maar jóu heb ik eigenlijk nooit wat gevraagd. Vind je het goed dat ik een beetje je vader word?’

Best een lieve vraag. Toch is het krachtige antwoord van Desie: ‘Nee. Ik heb namelijk al een vader: mijn moeder. Mijn moeder is er altijd voor mij geweest. Je mag wel een vriend voor me zijn, want vrienden zijn het belangrijkste wat er is.’ Desie laat hier, jong als ze is, grote wijsheid zien. Een stiefouder kan en mag geen vervangende ouder spelen, daar kweek je boze stiefmoeders en -vaders mee. Maar een vriend voor je stiefkind worden, dat is goud.

60%

Heb je al een kind uit een vorige relatie en ben je opnieuw in vuur en vlam voor iemand? Of heb je net een oerknap liefje gevonden dat al een paar kinderen heeft rondwandelen? Jippie! Daar kan iets prachtigs uit ontstaan. Aangezien een meerderheid van de samengestelde gezinnen, namelijk (schrik niet!) zo’n 60%, na twee jaar alweer uit elkaar gaat, is het toch best handig om je in te lezen. Er zijn wel een paar trucs die je kansen vergroten om het samen goed te hebben.

Meer lezen:

M. Matakupan-Jansen, Mijn eerste is niet zijn eerste

C. Haverkort ea, Hoe maak je een succes van je nieuwe gezin?

A. Pairoux, Je wist waar je aan begon!?

Of doe een verfrissende sessie bij Phoenix opleidingen in Utrecht.

Beeld: Mirjam Hagendijk

Kun je van je stiefkind houden?

4 manieren van ‘opvoeden’ die niet werken 

DOWNLOAD GRATIS EBOOK

Lees 'Zo bereid je je voor op je baby'. Je ontvangt meteen onze zinnige nieuwsbrief (waarvoor je je uiteraard op ieder moment kunt uitschrijven)

Het is gelukt, we gaan een mail naar je typen! (check ook je spamfolder)

0