Beeld: Rolinka Struik,Marije Denekamp

Te veilig gehecht? Dat kan niet!

In de evolutie is hechting, de band tussen ouders en hun kinderen, een heel oud systeem. En hoe ouder een systeem, hoe belangrijker voor het bestaan als soort. Een mensenbaby wordt zo prematuur geboren dat hij nog jarenlange zorg van zijn ouders nodig heeft om te overleven. Deze afhankelijkheid duurt bij mensen veel langer dan bij andere zoogdieren. Als mensenbaby’s en ouders er niet zo op gebrand waren om bij elkaar te blijven, waren we al lang uitgestorven.

Naast zorgen dat we als ‘soort overleven’, zorgt gehechtheid voor andere (evolutionaire) voordelen. Een hechte band zorgt ervoor dat je kind gemakkelijker goede relaties opbouwt en contact maakt, beter omgaat met gezag en slimmer wordt – of eigenlijk zijn eigen potentieel kan bereiken. Dat werkt als volgt.

Beter met relaties en gezag

Een veilig gehecht kind probeert bij je in de buurt te blijven, vooral in situaties waar hij bang is, honger of verdriet heeft. Je kind leert het leven door te zien hoe jij omgaat met situaties die hij eng vindt. Hij leert te vertrouwen op jou; dat vertrouwen vergroot hij later naar andere volwassenen in zijn omgeving. Als hij ervaart dat zijn ouders hem beschermen en dat zijn ouders het beste met hem voor hebben, ontstaat er ook vertrouwen in andere mensen. In bijvoorbeeld de zwemleraar die je kind wil stimuleren om iets te doen wat hij eng vindt. Of in de meester op school. Veilig gehechte kinderen kunnen ook beter met gezag van anderen omgaan. Als je basisvertrouwen in anderen hebt, kun je op andere mensen af gaan. Als je als kind geleerd hebt, dat je op niemand kunt vertrouwen en altijd je eigen boontjes moet doppen, is dat veel moeilijker. Gehechtheid leert hem ook om zijn emoties te uiten en ze te verwerken. De manier waarop jullie met hem omgaan, kopieert hij naar hoe hij zelf omgaat met leeftijdsgenootjes en andere volwassenen.

Slimmer worden door verkenningstochten

Kinderen die zich veilig voelen, ontwikkelen zich beter. Dat werkt zo: om te leren en te ontwikkelen, is het nodig dat je kind op verkenningstocht gaat! Hij durft zich los te maken van zijn ouders en begint rond te kruipen, later een stukje verder weg te lopen en nog weer later met een vriendje alleen naar het speelveldje. Wat is er te zien in zijn omgeving, hoe voelt dat, kun je daar naartoe, kun je het vastpakken, wat valt er te ontdekken, kun je daar komen? Hoe werkt het met vriendjes maken en houden? Kinderen die op verkenningstocht durven gaan, ontwikkelen zich beter. Als je je niet veilig voelt, is er veel minder ruimte om te leren. Dat klinkt eigenlijk wel logisch. Als jij je als volwassene niet veilig voelt, kun je ook geen nieuwe dingen leren. Stel je voor dat je nog nooit een autoband hebt verwisseld en nu sta je in de vangrail met je lekke band; naast je razen de auto’s en vrachtwagens met 120 km per uur aan je voorbij. Is dat een goed moment om te leren een band te verwisselen? Voor mij in elk geval niet. Toen mij dat laatst overkwam kon ik alleen maar denken aan lichtgevende hesjes, gevarendriehoeken en mijn telefoon om de hulplijnen in te schakelen. Zorgen voor veiligheid was het enige waar mijn hoofd naar stond. Voor je kind is dat niet anders.

Een veilig gehecht kind probeert bij je in de buurt te blijven, vooral in situaties waar hij bang is, honger of verdriet heeft

Een veilige hechting is dus belangrijk om te kunnen leren. Een veilig gehecht kind zal zijn omgeving gaan verkennen en zal reacties krijgen van de mensen om hem heen (‘dat is een bal, die rolt weg als je ertegenaan duwt” of ‘nee, dat is een plant, daar mag je niet aankomen’). Hij leert daarmee taal, hij leert wat voorwerpen zijn, wat je ermee kunt, hoe je met mensen omgaat, en ga zo door maar door. Hechting gaat ook over het leren van sociale spelregels. Kinderen moeten leren dat het pijn doet als je aan haren trekt, of je broertje omver duwt. Ze moeten leren dat ze – ook als ze wachten – aan de beurt komen voor eten, drinken en een knuffel.

Een relatie opbouwen is dus essentieel voor je kind. Overlevingsbehoefte nummer 1. Ja! Nog belangrijker dan voedsel.

Femke van Roozendaal is psycholoog en lactatiekundige en heeft haar eigen lactatiekundigepraktijk