Op een dag breekt het moment aan: je kleintje gaat naar school. Het lijkt zo’n logische stap na de vierde verjaardag dat je bijna vergeet dat er ook nog een andere mogelijkheid is, namelijk thuisonderwijs. Dit krijgt in Nederland steeds meer bekendheid en is allang niet meer alleen voor kinderen die niet naar school kunnen vanwege ziekte of leerproblemen. Omdat het nog relatief onbekend is hebben veel mensen er in eerste instantie vraagtekens bij.

Maar er geldt toch een leerplicht?

Zoals er te lezen valt op de website van Rijksoverheid mag er onder bepaalde omstandigheden afgeweken worden van de leerplichtwet. Dit kan zijn op grond van ongeschiktheid wegens psychische of lichamelijke problemen. Of als ouders bezwaar hebben tegen de levensbeschouwelijke richting van scholen en er geen alternatieven in de buurt zijn. Dit klinkt makkelijk, maar is het in de praktijk niet. Nederland is één van de weinige landen ter wereld waar ouders niet zomaar kunnen kiezen voor thuisonderwijs. Zeker niet als je kind al naar school is geweest of ingeschreven heeft gestaan. In veel landen kan er zelfs afwisselend thuisonderwijs en regulier onderwijs genoten worden. Het komt er daardoor helaas op neer dat je bij twijfel je kind beter thuis kunt houden dan het eerst proberen. Want eenmaal op school kan het een erg lastige procedure worden om alsnog thuisonderwijs te kunnen geven.


Door buiten het klaslokaal te zijn, krijg je veel meer mee van de samenleving

Is dat niet saai, de hele dag thuis?

Het heet dan wel ‘thuisonderwijs’ maar in de praktijk gaan de ouders vaak met de kinderen op pad. Bijvoorbeeld naar musea, dierentuinen, tentoonstellingen, speeltuinen of op natuurexcursie. De wereld is het klaslokaal, zoals ook zo mooi wordt omschreven in het boek van Nanda van Gestel-van der Schel. Thuisonderwijzende gezinnen organiseren ook regelmatig ontmoetingen met elkaar. Ze gaan samen naar musea of organiseren cursussen. Daarnaast kun je je voorstellen dat wanneer kinderen niet naar school gaan, zij veel meer tijd hebben voor verschillende clubs, sporten en muziekles. Dit beantwoordt wellicht ook gelijk de veelgestelde vraag of kinderen wel een goede afspiegeling van de samenleving krijgen. Juist door buiten het klaslokaal te zijn, krijg je veel meer mee van de samenleving en zie je mensen met verschillende achtergronden. Een klas met leeftijdgenoten is geen afspiegeling van de maatschappij. Maar meer die van jouw provincie, buurt en de kinderen van jouw leeftijd. Zo kom je het later in de maatschappij nooit meer tegen. Ondanks dat veel kinderen op school zitten en steeds meer mensen werken, ontmoet je nog steeds een hoop verschillende soorten mensen. In de bus, in de supermarkt, bij de vele clubjes waar je aan mee kunt doen, in musea of in de speeltuin en bij thuisonderwijsuitjes. Kinderen hebben zo contact met mensen van verschillende leeftijden en achtergronden.

En de sociale ontwikkeling dan?

Een van de meest gestelde vragen gaat over de sociale ontwikkeling. Je zou denken dat dit voornamelijk op school gebeurt. Maar dat deze ontwikkeling plaats vindt tijdens de basisschooljaren wil niet zeggen dat school er ook per se een positieve invloed op heeft zoals je in een artikel van Henk Blok (Kohnstamminstituut) kunt lezen. In een gemiddelde klas zitten zo’n 25 kinderen die allemaal nog beperkte sociale vaardigheden hebben die in ontwikkeling zijn. Wanneer je je bedenkt dat er doorgaans één leerkracht is om al die sociale processen te begeleiden is het niet moeilijk om je voor te stellen dat dit niet altijd gunstig uitpakt. Een docent kan alleen datgene begeleiden wat gezien wordt. In een grote klas gebeurt er dan ook een heleboel buiten het zicht van de leerkracht. Kinderen leren dan sociaal gedrag van leeftijdgenoten die zelf ook nog lerende zijn. Een veel geleerde les is dat de sterkste de baas is en dat je met een grote mond ver komt. Dat is niet bepaald gedrag wat de meeste ouders graag zien van hun kind. In het onderzoek van Larry Shyers toonde hij het verschil tussen schoolgaande en thuis onderwezen kinderen aan. Zo ontdekte hij dat schoolgaande kinderen vaker storend gedrag vertoonden. De reden hiervoor linkt hij aan de leertheorie van Bandura, die uitgaat van een sociale ontwikkeling door met name kijken en nadoen. Schoolkinderen zien gemiddeld genomen vaker agressief en competitief gedrag dan kinderen die thuisonderwijs genieten. Je leest steeds meer over alternatieven om de sociale ontwikkeling van kinderen te stimuleren door ze anders te benaderen. Denk hierbij aan Mr. Kanamori, Alfie Kohn, Sir Ken Robinson en de Democratische scholen die je ook in Nederland steeds meer ziet. Helaas wordt er nog te weinig van deze kennis in de praktijk gebracht.

Maar hoe bepaal je het niveau van je kind?

Allereerst gaat één op één onderwijs een stuk sneller dan in een groep. Volgens de leerpiramide van Bales neem je vijftig procent van de lesstof op door het te bediscussiëren en zelfs vijfenzeventig procent van de lesstof, wanneer je het in de praktijk leert. En dat zijn lesmethoden waar je met thuisonderwijs veel meer tijd voor hebt. Wil je precies weten wat een kind behoort te weten? Je kunt in ‘het Basisschoolboek‘  precies opzoeken wat een kind aan het einde van zijn schoolcarrière moet weten. Daarnaast kun je de kerndoelen van het primair onderwijs online vinden. Maar ook in de boekenreeks ‘Mijn kind naar school’ staat wat kinderen per jaar aangeboden krijgen. Veel thuisonderwijzers laten zich leiden door het tempo van het kind en vinden het niet zo belangrijk om precies te weten op welk niveau hun kind zit.

Hoe ziet thuisonderwijs er uit?

Dit is erg lastig om te omschrijven omdat feitelijk elk gezin het op zijn eigen manier aanpakt. Je kunt precies dezelfde boeken aanschaffen als op school en deze doorwerken. Je kunt een compleet Amerikaans curriculum aanschaffen, werken met unit studies of het meer aan het kind over laten door te kiezen voor child-lead-learning of zelfs unschooling.

Kan iedereen thuisonderwijs geven?

Het is gebleken dat het niveau van de thuisonderwijzende ouders weinig invloed heeft op de leerprestaties van het kind1. In principe kan iedereen dus thuisonderwijs geven. Je hoeft het ook niet helemaal zelf te doen en alles te weten. Je kunt kennis die je niet hebt of die is weggezakt opzoeken of andere mensen inschakelen. De informatie die leraren in opleiding gebruiken kun je als ouder ook gebruiken. Twijfel je toch dan zijn er complete curricula die je kunt aanschaffen en lesboeken met een docentenhandleiding. En ja, je zult misschien bepaalde zaken overslaan of vergeten, maar maak je geen zorgen; dat gebeurt op school ook.

Reizend door Zuid-Europa thuisonderwijs geven

Waarom ik overweeg thuisonderwijs te gaan geven

Meer weten

Thuisonderwijs in de praktijk | Van alle markten thuis
www.thuisonderwijs.nl
www.thuisonderwijs.com
www.thuisonderwijs.net
Kohnstamminstituut.uva.nl | De effectiviteit van thuisonderwijs
HP / de tijd | Zou u uw kind nog wel naar school laten gaan?
Didactiefonline | Rauwer, pesten, Laura en schoolplicht

boekentip voedselintroductie Thuisonderwijs in Nederland en Vlaanderen | L. Witmond | ISBN 9789080763838

____________

Thuisonderwijs.com | Wat zegt onderzoek over thuisonderwijs?

 

DOWNLOAD GRATIS

Je ontvangt meteen onze zinnige nieuwsbrief (waarvoor je je uiteraard op ieder moment kunt uitschrijven)

Het is gelukt, je hebt mail! (check ook je spamfolder)

0