Beeld: Jannie Engels

Nieuw licht op verantwoord zonnen

De dagen worden langer. Nee maar echt hoor, voordat je het weet is het zomer! Je merkt er nog niks van, en toegegeven: het duurt nog wel een tijdje. Maar: NU is het moment om te beginnen met zonnen!

Zonnen in maart

Wat hebben ze nu weer verzonnen, zonnen in maart? Ik dacht het niet. Toch is het iets om over na te denken. Want wanneer verlaten we onze huizen? Pas in mei, als de zon op kracht begint te komen. Maar dan is het nog best fris, dus echt bloot doen we dan ook niet. Voor je het weet is het echt warm – warm genoeg om met blote schouders rond te lopen – en dus tijd om te smeren. Want anders verbrand je, en dat is Extreem Gevaarlijk. Dus ook bij een waterig zonnetje moet je eigenlijk al aan de SPF-crème, want je zou toch eens een enge ziekte kunnen ontwikkelen. Of rimpels, en dat is misschien nog wel erger.

Laat staan de kinderen. Massaal gaan we in de weer met sunblock-smeersels en sunblock-pakjes om onze spruiten te beschermen tegen die verschrikkelijke zon. Maar heb je er wel eens over nagedacht hoe men dat vroeger eigenlijk deed?

We hebben duizenden jaren overleefd zonder sunblocks, SPF (sun protection factor) en zonnepakjes. Kregen mensen vroeger enge ziektes van de zon (ik bedoel huidkanker hè, maar dat staat zo lelijk)? Helemaal niet. Ook in de moderne tijd blijkt het reuze mee te vallen: in grote delen van de wereld lopen mensen ’s zomers buiten zonder enige vorm van bescherming, terwijl de aantallen huidkanker daar helemaal niet hoger zijn dan bij ons. In Westerse landen is het gebruik van SPF nog nooit zo hoog geweest – maar het aantal gevallen van huidkanker helaas ook niet. Toch wel interessant. Wat doen zij anders dan wij?

Het belangrijkste verschil is dat mensen niet in mei pas voor het eerst naar buiten gaan. Ze zijn vaak de hele dag buiten, elke dag, het hele jaar door. Dus is het in februari een keer warm (en dat gebeurt, heus!), dan pakken ze die eerste zonnestralen mee. Net als de tweede in maart en de derde in april. Tegen de tijd dat het mei wordt en echt warm, is hun huid al helemaal gewend. Er heeft zich pigment opgebouwd en dat wordt alleen maar meer. Tegen de tijd dat het hoogzomer is verbrandt er niemand meer.

Verbranden in de zon

Nou gaan ze ’s zomers natuurlijk ook niet drie uur lang in de volle zon liggen bakken. Er wordt vaak gewoon een siësta gehouden, of op de heetste uren van de dag toch in elk geval wat schaduw opgezocht. Het heeft geen zin om harder te zweten dan strikt noodzakelijk, tenslotte. Maar toch is er een levensgroot verschil met wat wij doen: de hele dag binnen zitten achter de tablet of op kantoor, en dan in de zomer ineens drie weken “Heee, de zon, laten we met half Nederland naar het strand gaan!”. Dat je dan verbrandt, is natuurlijk niet zo vreemd.


Zomers moet je natuurlijk niet drie uur lang in de volle zon liggen 

En daar hebben we gelijk een belangrijk punt te pakken: niet de zon geeft een hoger risico op enge ziektes, maar verbranden. Kom je in de zon maar verbrand je niet, dan is er (kort door de bocht gezegd) geen probleem. Ook van de andere kant is smeren-smeren-smeren nog wel iets om twee keer over na te denken. Want sunblocks en zonnepakjes blokkeren niet alleen de schadelijke straling, maar ook de goede. Wat weer betekent dat je niet voldoende vitamine D aanmaakt. Terwijl wij die zomerzon juist heel hard nodig hebben om onze voorraad op te krikken, voordat in de winter de zon te laag staat om voldoende D aan te kunnen maken.

Zie ook NPO-wetenschap: ‘Smeren, smeren, smeren’ in plaats van gezond verstand‘:

‘KWF wil in gesprek met het ministerie van onderwijs over een richtlijn voor basisschoolleraren. Die zouden hun leerlingen verplicht in moeten smeren met factor 30 voor ze naar buiten gaan. Maar overmatig smeren is geen vervanging voor gezond verstand bij het omgaan met de zon.’

Laat nu vitamine D net een beschermingsfactor zijn tegen enge ziektes – niet alleen tegen huidkanker maar tegen allerlei andere vervelende zaken. Dus je hebt dat wel nodig. Een deel van het probleem kun je dus oplossen door zoveel mogelijk met je kwetsbare gedeelten (gezicht, decolleté, schouders) bloot te lopen vanaf het moment dat het ook maar enigszins kan. Trekken je kinderen in maart hun jas al uit bij het buitenspelen? Laat ze alstublieft. Meestal kunnen ze zelf prima reguleren hoe warm of koud ze het hebben (uitzonderingen daargelaten) en hoe meer vroege zon er op hun huid valt, hoe beter. Als je dan hoogzomer alleen nog maar op de heetste uren van de dag smeert en verder wel een beetje in de gaten houdt dat ze niet de hele dag bij het zwembadje liggen, is de kans dat ze echt verbranden heel klein.

Smeren hoeft niet

Bovendien is het helemaal niet duidelijk of smeren wel echt beschermt tegen huidkanker. Een studie in het Journal of Clinical Pharmacology and Therapeutics (jan. 2011) zegt, samengevat:

‘Sunscreens protect against sunburn, but there is no evidence that they protect against basal cell carcinoma or melanoma. Problems lie in the behavior of individuals who use sunscreens to stay out longer in the sun than they otherwise would. (…) Safety of sunscreens is a concern, and sunscreen companies have emotionally and inaccurately promoted the use of sunscreens.’

Zonbeschermingsmiddelen helpen tegen het verbranden, maar niet tegen de vorming van kankercellen. Daarbij bevatten ze zelf vaak ook niet echt prettige ingrediënten. Je kunt dat oplossen door een biologische sunscreen te nemen, maar die zijn niet makkelijk te vinden. Ze zijn er wel met bijvoorbeeld zinkoxide, maar daar wordt je huid weer wit van, en dat vinden we ook niet fijn. Bovendien smeren we voornamelijk om langer in de zon te blijven dan we eigenlijk van nature zouden doen – en het is de vraag of dat überhaupt wel gezond gedrag is.

Met andere woorden: we hebben massaal een vitamine D-tekort – dat ons een hoger risico geeft op allerlei nare aandoeningen, en smeren onszelf vervolgens vol chemicaliën om te voorkomen dat we verbranden. Zou dat echt de beste manier zijn? Wanneer je vanaf het vroege voorjaar begint met het ‘trainen’ van je huid, zul je verbaasd staan over hoe lang je ’s zomers in de zon kunt blijven zonder te verbranden. En geloof me: ik heb zelf een superlicht huidtype en verbrand makkelijk – ik spreek uit ervaring.

Eten voor je huid

Deel twee van het verhaal zit, hoe kan het ook anders, in voeding. Een huid die om een donuts-en friet-etend lichaam heen zit, heeft veel minder voedingsstoffen tot zijn beschikking. Met die voedingsstoffen kan het bijvoorbeeld cellen die zich vreemd gaan gedragen, direct tot de orde roepen. Dat is wat je lichaam bijvoorbeeld met vitaminen en antioxidanten kan doen – zorgen dat er zo min mogelijk beschadiging optreedt aan cellen, en de cellen die wel beschadigd raken zo snel mogelijk opruimen en onschadelijk maken.

Er zijn bepaalde voedingsmiddelen die het nog makkelijker maken voor je huid om gezond te blijven. We hebben het dan bijvoorbeeld over voeding met veel vitamine A en D (grasboter, ghee, vis, visolie, kabeljauwlever, runderlever), vitamine E (noten en zaden, avocado, gekiemde groenten en granen, biologische rode palmolie), vitamine C (fruit, bessen, groenten, paprika, spruitjes, boerenkool) en een hip stofje genaamd lycopeen. Het zit in tomaten en helpt je huid om zich voor te bereiden op de zon.

Je verbrandt minder makkelijk en kunt eventuele beschadigingen ook beter opruimen. Lycopeen kunnen we het beste opnemen uit tomaten die verhit zijn geweest, dus in tomatensoep en -saus. Liefst zelfgemaakte natuurlijk, want je begrijpt ook dat in een pakje tomatensoeppoeder niet heel veel lycopeen meer aanwezig is.

Tot slot kun je, als je heel gemakkelijk verbrandt, nog je heil zoeken bij voedingssupplementen met asthaxanthine. Dit stofje (onder andere in algen) zorgt bewezen voor een betere bescherming tegen verbranden. Bovendien beschermt het als antioxidant ook nog eens tegen bepaalde vormen van kanker en (ongerelateerd maar wel waar) tegen maculadegeneratie (achteruitgang van de gele vlek in je oogbol).

De juiste vetten helpen om deze voedingsstoffen beter op te nemen en in het lichaam te kunnen gebruiken. Ik heb het dan natuurlijk over de gezonde verzadigde vetten, zoals kokosolie, roomboter en biologische rode palmolie – en over de gezonde onverzadigde vetten zoals olijfolie, noten, avocado’s en vis(olie).

Als je het zo eens bekijkt helemaal niet zo’n vreemd regime dus: vroeg naar buiten en lekker eten – meer hoef je eigenlijk niet te doen voor een gezonde zomer!

Bronnen:
Over vitamine D-tekort, ziekte en zonnebrandcrème publiceerde het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Lees ook:
‘Hoge waarden van vitamine D geven sterk verminderde kans op kanker’ op Kanker-actueel.nl
Zonnen mag van huidarts Han van der Rhee
en Superhormoon vitamine D van Dr. Jörg Spitz

Nienke Tode-Gottenbos is ‘eigenwijs voedingskundige’, en oprichtster van De Groene Vrouw. Ze behandelt mensen voor uiteenlopende gezondheidsklachten, en maakt daarbij gebruik van haar kennis over en eigen kijk op voeding, darmflora en kruiden. Via haar blog lees je regelmatig logische en verrassende zaken over voeding & gezondheid.

Krijg jij genoeg vitamine D in de winter?