Attachment Parenting (AP) is zo’n beetje een hippe naam voor ‘ouderschap met je kind in je buurt’. In het Nederlands ook vaak ‘natuurlijk ouderschap’ (NO) genoemd, wat best maf klinkt. Zijn andere vormen van ouderschap niet natuurlijk soms?

Leestip: Op zoek naar het verloren geluk, Jean Liedloff en The Attachment Parenting book, William Sears

Wat er natuurlijk is aan Attachment Parenting

Onnatuurlijk ouderschap bestaat niet. Toch hebben we de kern van Attachment Parenting meteen te pakken. We hoeven niet te denken in tegenstellingen als natuurlijk versus onnatuurlijk, maar wel: de natuur volgend.

De natuur, dat is je baby. En de natuur, dat ben jij. Allebei zijn jullie een brok wilde natuur, en weten jullie diep van binnen precies wat er handig werkt. Met als verschil dat je baby nog geen cultuur heeft aangeleerd, en daardoor zijn natuur 100% kan volgen. Dan is het de kunst om goed op de signalen van je kind te letten, en je eigen intuïtie in de smiezen te houden. Opgeteld zit je dan midden in het frame van Attachment Parenting. Niks meer aan doen!

Waarom Attachment Parenting zo handig voor jou is

Je kunt een hoop boeken lezen en trainingen volgen om goed ouderschap uit te oefenen. Ook kun je je baby van alles aanleren: slapen en voeden op de klok bijvoorbeeld. Het kost dan wel tijd en doorzettingsvermogen voor de ouders, en je baby krijgt ook best wat te incasseren. Het contrast tussen zijn leventje in de buik en buiten de buik maak je kunstmatig een stuk groter. We hebben onszelf aangeleerd om op gezette tijden te verschijnen op ons werk, school en andere afspraken. Om voor elk kind een eigen kamer te hebben, en per kerngezin een huis. De eerste levensjaren heeft een kind echter helemaal geen boodschap aan de heersende cultuur. En precies dat kan zo wringen. Het verse ouderschap kan een voortdurende botsing zijn tussen de gecultiveerde normen van de samenleving en de natuurlijke behoeften van ouder en kind.

Attachment Parenting kan dan bevrijdend werken. Want het gaat uit van de natuur, is kindvolgend en daardoor ook ontspannen voor ouders. Voeden, slapen, troosten, spelen, groeien – het gaat in feite allemaal vanzelf. Meer vloeiend en flexibel, en dus vrij van botsingen. Kwestie van dichtbij elkaar blijven en doen wat er in dit moment nodig is.

Attachment, is dat niet benauwd?

In onze individualistische samenleving krijgen we nogal eens de bibbers bij termen als ‘attachment’. Want we houden zo van vrijheid en autonomie. Een baby totaal niet, die is nog symbiotisch. Zoals kinderarts en psychoanalyticus Winnicott zo treffend stelde: 

There is no such thing as a baby. There is always a baby and someone.

Een baby kan niet bestaan op zichzelf. Een baby is onlosmakelijk verbonden aan de verzorger. Dat gegeven kan confronterend zijn. Het ouderschap schudt ons daarom wakker: wij mogen dan iets individueels zijn gaan nastreven in het leven, maar onze pasgeborenen doen daar niet aan mee. Zij willen samenzijn. Zij hebben het samenzijn zelfs nodig om te overleven, om zich veilig te hechten, en om daarná los en vrij op eigen benen te gaan staan. Baby’s al vroeg tot zelfstandigheid trainen, helpt hen niet, en geeft je als ouders juist meer werk, meer gedoe, meer stress. En al klinkt het tegenstrijdig, ze willen na een stevige basis van nabijheid op hun eigen moment echt los van je. 

Lees ook Samen slapen: je komt er nooit meer vanaf

Omdenken 

De vrijheid en autonomie heb je niet meer zoals je gewend was; maar je kunt deze opnieuw scheppen. Door je baby in een draagdoek te leren dragen, en je handen vrij te spelen om je eigen dingen te doen. Door je baby overal en altijd te leren voeden, waardoor je niet gebonden bent aan tijd en plaats. Door clustervoedingen en regeldagen te ontvangen als kansen om uit te rusten en wederzijds liefde te tanken. Het kost soms wat omdenken. Maar het levert je een geheel nieuwe vrijheid op. En oh ja, een heel tevreden baby!

Lees hier meer over in het nieuwe Kiindboek ‘Wat baby’s nodig hebben’ door Melanie Visscher.

Fotografie: Nina Olivari

0