Beeld: Jeanique Kats

Waarom we op de camping gelukkig zijn

Ik kwam aan op de camping en alles was goed. Ik voelde me diep verdrietig.

Ik was voorbij de gedachte: ‘Hè lekker, even uitrusten. Fijn toch, vakantie’. Het was groter. Existentieel.

Dit is hoe het altijd zou moeten zijn. Dit is het normale leven. En ik kwam net uit het rare leven gereden dat nog maar net bestaat. ‘Net’ als in: slechts een paar duizend jaar. Met de laatste paar decennia een schep erbovenop. Met veel werken, zorgen, rennen, vliegen. Er is consensus in de wetenschap: we zitten nog net zo in elkaar als in de jager-verzamelaartijd, alleen leven we er niet naar.

Op de camping voel ik dat het leven klopt

Op de camping voel ik dat het leven klopt. Zoals collega Mirjam zegt: ‘Na een paar dagen denk ik: misschien moet ik maar niet meer teruggaan naar huis en een Ardenner bosvrouwtje worden dat van de lucht leeft.’

Buiten leren

Zodra de eerste zonnestralen op de tent schijnen, springt mijn dochter de tent uit. Wanneer ik eenmaal opgekrabbeld mijn hoofd naar buiten steek, zie ik haar met de dochter van de eigenaar op laarzen in de wei staan. In haar ene hand een borstel. Haar andere hand leunt tegen een paard. Mijn peuterzoon wurmt zich uit z’n slaapzak en staat tien minuten later op de trampoline te springen. Ik pak nog maar weer een boek. De kinderen zijn de hele dag aan het ontdekken en nooit leren ze zoveel als in de vakantie. Ze leren door te leven.

Aardse dingen

Ik zet thee. Dat duurt een kwartier, maar dan heb je ook wat. Pas dan bedenk ik dat ik ook wel wil ontbijten, en een half uur later zijn er dan eindelijk ook gekookte eitjes. De hele dag ben ik bezig met eten en zorgen. Wanneer had ik eigenlijk kunnen werken op zo’n vakantiedag? Een kampeerdag is totaal niet efficiënt.

En zo klopt het. Het leven hoort niet efficiënt te zijn. Tijdens het kamperen ben je alleen maar bezig met verzorgen, eten, contact hebben. Met het leven dus. Hoe simpeler je kampeert, hoe sterker je het gevoel hebt niets nodig te hebben. Maar ook Glamping is fijn. Gewoon op een camping zijn is fijn.

Het leven hoort niet efficiënt te zijn

We horen samen te zijn

Dit zou een pleidooi kunnen zijn voor meer de natuur in gaan. Kamperen kan overal. Maar er zit nog een specifiek voordeel aan het fenomeen camping: Het gevoel dat we het samen dragen.

We leven geïsoleerd. Met om ieder nestje een paar muren. En daarbinnen moet het allemaal gebeuren, iedere dag weer: eten, verzorgen, brengen, koken, boodschappen doen, je huis schoon houden, werken, aandacht geven, opladen. Oh ja, opladen. Geen tijd voor. Of misschien een uurtje met een serie en chocolade. Niet erg energiegevende dingen, maar vaak wel het meest haalbaar.

Voordat je denkt dat we jankers zijn die toch zelf gekozen hebben voor kinderen en nu niet zo moeten zeuren: nee, het hóórt er niet bij. Het is niet ‘nou eenmaal zo’, ‘tropenjaren’ bestaan nog niet zo lang.

Zoals Rutger Bregman schrijft op de Correspondent: ‘Stel dat de geschiedenis van de mens slechts één kalenderjaar zou beslaan. Dan zouden we tot 18 december, ‘s avonds laat, bezig zijn geweest met jagen en verzamelen. Pas tóen werd de landbouw uitgevonden. Voor die tijd werkten we hoogstens vier uur per dag. We aten gevarieerd en bewogen voldoende – de antropoloog Marshall Sahlins spreekt ook wel van de ‘oorspronkelijke welvaartssamenleving.’

Te hoge ‘mental load’

Met name vrouwen hebben last van een mega ‘mental load’. Alles wat gedaan moet worden, moet eerst ook bedacht worden. Zoals striptekenaar Emma zegt: ‘Het probleem is dat plannen en organiseren op zichzelf al een voltijdse baan is. Op mijn werk stopte ik met deelname aan projecten toen ik ze ging organiseren.’ In een huishouden doet meestal de vrouw beide. De organisatie én het grootste deel van de uitvoering. Logisch dat we vaak het gevoel hebben tekort te schieten.

Maar ook van een man wordt veel verwacht. Traditioneel gezien werken mannen vier a vijf dagen per week, soms ook ver van huis. En tegenwoordig zorgen ze voor de kinderen en doen een aantal klussen in huis. Dus ook zijn dagen zitten propvol. Hier zit nog geen ontspanning in het programma. Ontspanning lijkt een extraatje maar dat is het niet. We werkten dus het grootste deel van het bestaan als mens maar vier uur per dag. Koken, huishouden, regelen, een baan. Dat alles samen is werk. Hoeveel tijd besteden we daar nu per volwassene aan?

Het gevolg is dat we het niet meer trekken. We (of ‘ze’ – je buren, mensen in de supermarkt) schreeuwen tegen de kinderen dat ze nú stíl moeten zijn. Overprikkeld en uitgeput als we zijn. Leeggezogen door verzorgen en werk in elke zin van het woord. Uit evenwicht. Daar kan een dagje sauna niet tegenop (drie weken kamperen trouwens ook niet).

Samen opvoeden

Over de Jager-Verzamelaars hebben we al veel geschreven. Er zijn nog steeds een paar natuurstammen die zo leven. Eén daarvan heeft Jean Liedloff beschreven in haar boek ‘Op zoek naar het verloren geluk‘. Hier schreef Annemieke Nieborg in Kiindeditie Grenzeloos. En Esmarel Gasman op onze site. De Jager-Verzamelaar leefde in groepen tot 150 mensen. Waar wij ons focussen op ons gezin en onze kinderen, leefden zij voor de groep. De kinderen werden niet per se opgevoed door alleen hun ouders, maar door alle volwassenen. En ze leerden veel van oudere kinderen.

We leven geïsoleerd, met om ieder nestje een paar muren

Een beetje het campinggevoel dus. Onze mental load, of workload hoort veel en veel lager te zijn. Schreeuwen gebeurt niet in het stamleven. Dat hoeft niet, want alles streeft naar evenwicht.

Rutger Bregman schrijft in hetzelfde stuk dat we sinds de landbouw heel anders zijn gaan leven, met kinderarbeid en alles. We zijn de laatste 150 jaar wat opgekrabbeld. Spelen werd weer belangrijker en onderwijs verplicht. Maar sinds de jaren ’80 krijgen we het weer moeilijker. De boel werd kapitalistischer. Het gaat niet meer om het collectief, maar om het individu. En om prestatie.

Alles moet een doel hebben en we moeten dat doel ook begrijpen, anders is het niet belangrijk. Spelen mag sinds 150 jaar weer, omdat het toch best gezond blijkt. We doen uitstapjes naar de natuur, omdat dat ook nodig schijnt te zijn. Alles wordt herontdekt en alles heeft een functie. Terwijl we het oerlang allemaal vanzelfsprekend deden. We leefden in de natuur, van de natuur. Van een burn-out was geen sprake.

Alles is urgent

En nu, bijna 40 jaar later zetten we er nog een tandje bij. We verdwijnen in onze schermpjes. Met een appgroep voor iedere mogelijke gelegenheid, waardoor we het idee krijgen dat álles urgent is. Ik hoorde over een app-groep voor de overkoepelende ouderraad van een peuterspeelzaalorganisatie. ‘Voor als er iets urgents is.’ Wat dan? ‘Een beleidsdocument ofzo.’ Als zoiets urgent is, dan ben je gewoon te laat. Dat we in onze schermpjes verdwijnen is echt zorgwekkend. En ja, ik verdwijn mee.

Voel je je oververmoeid, uitgeblust, tekortschieten, verdrietig, gefrustreerd? Dat is logisch. Een burn-out hebben, emotioneel uitgeput zijn, is inmiddels gewoon. Ons oerbrein is het niet eens met het moderne leven. Eén op de acht werknemers krijgt een burn-out. Dat zijn bizarre aantallen.

Ons oerbrein is het niet eens met het moderne leven

En ik kan het allemaal leuk opschrijven, maar ik doe er ook aan mee. Nadat ik mijn oudste naar school bracht, ben ik naar de trein gefietst en na een sprintje in de trein gesprongen. Na het zitten klap ik direct de laptop open en ga aan het werk. De twee kleintjes zijn bij hun vader.

Eenzaam zorgen

Ik wil heel graag werken. Als ik een week in mijn eentje voor de kinderen zorg, dan ben ik niet zo gezellig meer. En ook dat klopt, als je kijkt naar hoe we geprogrammeerd zijn. Toen we in stamverband leefden, zorgden we niet de hele dag voor al onze kinderen. Moeder was één geheel met de baby en de andere kinderen werden ook verzorgd door de stamleden en grotere kinderen. Hoe dat bij onze ouders als kind ging lijkt daar nog meer op dan hoe we dat nu doen.

Zoals collega Christel Rengers zegt in een reactie op Kiind over de nachtoppas die je tegenwoordig voor je baby kunt huren: ‘De eenzaamheid is waarschijnlijk het scherpst voelbaar wanneer je net een baby hebt gekregen. Je bent in deze tijd aan huis gebonden, hebt net een ingrijpende verandering meegemaakt, zit misschien wel vol vragen en onzekerheden en je kunt wel een helpende hand gebruiken. Helaas voor jou is iedereen druk, druk, druk. Hoe fijn zou het zijn wanneer anderen een oogje op je kinderen hielden, een maaltijd voor jouw gezin klaarmaakten of die jaren aan kennis en ervaring met je willen delen? Was dit vroeger de normaalste zaak van de wereld, tegenwoordig is het een utopie.’

Helaas voor jou is iedereen druk, druk, druk

Onze ouders speelden veel op straat. Anders dan in veel wijken nu waren daar dus ook veel kinderen om mee te spelen (op die plek waar nu geparkeerd blik staat). Nu zitten we met onze kleintjes in de speeltuin. Dat is vaak heel kort leuk. Ik voel op zo’n moment mijn energie weglekken (en já, ik heb zelf gekozen voor kinderen). Als ik een week alleen ben met mijn kinderen kan ik op een gegeven moment het kinderdenktempo niet meer verdragen. ‘Kom óp, wat wíl je op je brood? Zo moeilijk is dat toch niet? Tjop tjop, jalla jalla, tempo!’ Als ik een dag buitenshuis ben geweest heb ik weer alle geduld van de wereld. ‘Toch geen pindakaas? Okido, dan eet ik die boterham wel op. Oh wel, hij is er gelukkig nog!’

En toch, ik heb echt behoefte aan grote mensen om mij heen, maar dat ik daarvoor zonder mijn kinderen moet zijn hoeft ook weer niet. 

Terug naar de camping.

Op de camping loop ik met de vuile vaat langs mijn kinderen die aan het voetballen zijn met een vader. Terwijl ik afwas, hoor ik ze lachen. Op mijn weg terug rent m’n dochter naar me toe om iets te vertellen. We knuffelen. Lang. Wat was eigenlijk de laatste keer dat we zo lang knuffelden? Op de camping gaat alles om de essentiële dingen van het leven. Ik kan doen wat ik wil doen en ik hoor en zie de hele dag mijn kinderen in de buurt.

Kunnen we er iets aan doen?

De eerste stap is dat we ons collectief realiseren dat hoe we leven niet is zoals we altijd deden. Dan kunnen we stoppen het tóch te proberen. En stoppen met elkaar veroordelen als we uit ons dak gaan omdat we het niet meer trekken.

Hoe je het campinggevoel kunt behouden:

Het is belangrijk om generaties te mengen. Grote kans dat je vooral omgaat met mede-ouders. Die zelf al aan hun taks zitten. Mocht je goed contact hebben met je (schoon)-ouders, hoera! Hang vooral bij ze rond. Zo niet: Doe een oproepje in je omgeving voor een leuke eenzame zestiger.

Interessant: in de documentaire Uitgebloeid herinnert Ingeborg Breugel ons eraan dat je oxytocine aanmaakt als je baby’s knuffelt. Van oudsher werd een vrouw van rond de 45 jaar – menopauzetijd – als oma omringt door baby’s. De menopauze was daardoor niet zo heftig als nu. Misschien wel helemaal niet heftig? Tegenwoordig hebben veel vrouwen van die leeftijd een puber rondlopen. Niet de beste combinatie. Dus: laat ze knuffelen met je kinderen. Goede match!

Het is belangrijk om generaties te mengen

Maar goed, het is wat kunst- en vliegwerk. Wat er echt moet gebeuren? We zouden in ieder geval anders moeten leven. In groepen, in verbinding. Dit collectieve probleem lossen we niet op in ons eentje. Het is aan de overheid om de voorwaarden te scheppen waardoor we meer in verbinding kunnen leven. Zo wordt er bij mij om de hoek een heel huizenblok gesloopt. En in plaats van een mooi gezamenlijk woonproject komen daar gewoon weer huisjes met eigen tuintjes terecht.

Gelukkig zijn er mooie initiatieven. Vooral in Almere Oosterwold bruist het. De gemeente heeft een stuk land gereserveerd en mensen met een goed plan kunnen dat gaan uitvoeren. ‘De ontwikkelstrategie kiest voor een organische ontwikkeling, met de uitnodiging aan initiatiefnemers om het gebied zelf in te richten met groen, landbouw en wegen.’ Belachelijk leuk.

Zo is er een initiatief met tiny houses, een met woningen van glas en gras en een van oud-collega Cathelijne van den Bercken dat als uitgangspunt geweldloos communiceren aanhoudt.

Kiindschrijfster Lisa Wade kocht met vrienden een boerderij in het oosten van het land. Er kan van alles. Uiteindelijk is het niet de verantwoordelijkheid van de burger. Wij als burgers zijn alleen wél degenen die de overheid soms porren moeten geven: Maak het mogelijk.

We willen samen leven. In ons schuilt de jager-verzamelaar die zo graag in verbinding met anderen wil leven. #urbanhippie noemen we dat bij Kiind. Samen leven, langer dan drie weken per jaar.

16 september kun je op het Kiindfestival opladen. Met dit jaar nog veel meer ruimte voor verbinding. Hartstikke hippie dus. Met Woodstockmuziek en genoeg struinruimte voor je kinderen. Met huttenbouwen, broodjes bakken, ontmoetingscirkels en kumbaya. Kom erbij! 

5x sjiek koken op de camping

Linkerfoto van Jeanique Kats. In tekst: Merel van der Wiel, Marjolein van Elteren, Margriet Stroeve-van Lieburg, Linda Hogema en Jonas van der Zeeuw.