Jana Boekholt
Beeld: Jana Boekholt

Wat is schoolrijpheid?

We horen het vaak genoeg: ’Mijn kleuter wil zo graag lezen!’ Kinderen kunnen in deze tijd zo voorlijk zijn. Ze kunnen niet wáchten om echte schooldingen te leren. Ze zijn ook echt bedreven in het herkennen van letters of het ontdekken van digitale slimmigheidjes. Maar zijn ze dan al schoolrijp?

Tijd om te rijpen

‘Hoe eerder, hoe beter’? Het is simpelweg niet altijd waar. Kort door de bocht gezegd: kinderen, dieren en planten worden in onze huidige samenleving naar een ontwikkeling geduwd ten bate van het economisch belang.’ Denk aan fruit en groenten die onrijp geoogst worden, dat is volop aan de gang. Hoe oogsten wij onze kinderen? En mag een kleuter echt een kleuter zijn?

Ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet vertelt:

“Kleuters hebben 360 uur nodig om 16 letters te leren, en dan kunnen ze nog niet lezen. Dat is 22 uur per letter. En dat terwijl een kind dat aan lezen toe is in 40 uur alle letters kent en ook nog eens kan lezen”. (Volkskrant, 22 nov 2010)

En natuurlijk, ieder kind is op een ander moment toe aan lezen. Op een klassikale school ontbreekt het vaak aan ruimte voor die verschillen. Als het individuele kind gevolgd wordt, kan er dus veel op onzinnige lestijd bespaard worden. Allemaal tijd die mooi gebruikt kan worden voor buitenbanjeren!

Hoe eerder hoe beter? Dat is niet altijd waar

Eigen maat

Schoolrijpheid houdt heel wat meer in dan interesse in leren. Jacques Meulman (antroposofisch psycholoog, auteur van oa Van de sloffen en de beer) zegt over het meetsysteem:

‘We zijn zo vertrouwd met meetindicatoren zoals de groeicurve en ontwikkelingssprongen, dat we onze kinderen voortdurend vergelijken. Is mijn kind groot genoeg, zwaar genoeg, slim genoeg, behendig genoeg? Maar een gemiddelde zegt zo weinig. Veel nuttiger is het om een kind te meten naar zijn eigen maatstaf.’

De mens maakt zijn eigen maat, vindt Meulman dan ook. Daar kan geen curve tegenop. Het gemiddelde is een oneerlijke maatstaf voor het individu. Hoe kunnen we de innerlijke maatstaf per kind ontdekken? Eigenlijk heel simpel: door heel goed naar het individuele kind te kijken.

Het gemiddelde is een oneerlijke maatstaf voor het individu

Lees ook: ‘Van de sloffen en de beer‘,  ‘De eerste zeven jaar’, en ‘Liefdevolle begrenzing‘.

Schoolrijpheid

Oké, we hebben nu de individualiteit van het kind in de smiezen. Maar die schoolrijpheid dan? Er zijn essentiële fases die elk kind vanaf de geboorte doorloopt. Daaraan kun je herkennen waar een kind zich bevindt en of het klaar is voor de volgende fase. En dit gaat een heel stuk dieper dan ‘maar mijn kind is al geïnteresseerd in letters!’.

Misschien leuk om even naar de antroposofie te kijken. De antroposofie werkt met de indeling in hoofd, hart en handen. De ontwikkeling van het jonge kind verloopt van onder naar boven: de handen, symbool voor het lichaam, verdienen de eerste jaren aandacht. Het hart, gevoel en empathie, volgen daarna. Pas wanneer deze fundamenten stevig zijn, komt het hoofd – het denken. Wat er in de huidige tijd gebeurt, is dat we jonge kinderen te vroeg te verbaal benaderen.

Beperk de stroom van informatie

Jonge kinderen zijn nog erg open. Dat is prachtig, maar het geeft ons als opvoeders ook een grote taak. Kinderen hebben van ons te leren hoe ze zich begrenzen. Ze slurpen alles uit hun omgeving op. Als een spons ja. Maar zoals je je baby afschermt tegen teveel geluid, direct zonlicht, zorgt dat het niet te lang wakker is, zo ben jij ook degene die je kleuter beschermt tegen teveel beelden (van tv/tablet), kortom teveel input. Teveel stroom naar binnen geeft verwarring. 

Teveel te horen, teveel te bekijken: het is allemaal opwekkend en het is belangrijk te helpen om kinderen af te sluiten. Een jong kind kan het zelf nog niet begrenzen – hij dénkt te weten wat hij wil (namelijk meer zien!), maar het is niet wat hem werkelijk voedt. Begrenzen is belangrijk.

Hierbij kun je onderscheid maken tussen wat er in de natuur aanwezig is en de technologie. Want iedere dag op struintocht naar dennenappels is natuurlijk prima. Maar wij als mensen zijn niet helemaal opgewassen tegen prikkels die op ons af komen uit elektrische apparaten. Voor ons, de groters, geldt dat we wel erg veel wilskracht moeten hebben om de bliepjes van een smartphone te weerstaan. Voor een baby geldt dat een elektronisch ronddraaiende mobile de aandacht blijft trekken, ook als hij allang uitgespeeld is.

Begrenzing in een wekkende tijd

Dit begrenzen is nog niet zo simpel. De ontwikkeling naar het denken gaat in deze tijd heel snel. Onze kinderen zijn al vroeg ‘wakker’ en kunnen vlot lezen en dergelijke. Toch zijn ze daarmee nog niet rijp. Het hoofd gaat vooruit, romp en ledematen zijn nog niet zover. Wat we de kinderen kunnen bieden, is vertraging.

We kunnen en hoeven ze niet tegen te houden om te leren wat ze willen leren. Maar wij kunnen ze helpen om de rust te bewaken. Vertraging zoeken vanuit bewustzijn naar het handelen. De beweging is dan, zegt Meulman: ‘Het lichaam in gaan.’ Wat je ook doet, onderneem het vanuit het lichaam, niet alleen vanuit het hoofd. Dat begrenzen kun je verder via ritme regelen: door duidelijk te markeren wanneer iets begint en eindigt. Door vaste eetmomenten, slaap- en speeltijd te markeren, geef je je kind bedding en rust. 

In je lichaam zijn

Als je net wakker wordt, ben je er nog niet helemaal bij. Maar wanneer je in het lichaam zit, verandert je stemming. Dit noemen de antroposofen incarneren. Je doet het elke dag opnieuw in het klein als je opstaat. Het incarneren loopt via de volgende stadia, die gemiddeld gezien (!) samengaan met leeftijd van 0 tot 7, en die hun tijd vragen: 

  • Tastzin. Dat betekent je eigen grenzen leren ervaren. Is de tastzin goed ontwikkeld? Dan zie je vaak minder angsten.
  • Levenszin: dat is het welbevinden in het lijf. Hoe voel ik me, hoe valt mijn eten, heb ik het warm? Het lichaam als fijne plek om in te zijn ervaren, geeft steun voor het latere leren. Geeft gevoel voor stroom, voor volgorde, ritme. Is er te weinig levenszin? Je ziet dan meer twijfel en schaamte, en volgens Meulman ook lettervolgorde-problemen.
  • Bewegingszin: huppelen, dansen, plezier in bewegen. Gebeurt dit niet, dan geeft dat machteloosheid. Je krijgt jezelf niet in beweging in sociale situaties. Een tekort aan bewegingszin verlamt, verstart. 
  • Evenwichtszin: dat gaat over balans, ook sociaal. Goede aandacht geven op het juiste moment, dat is de bedoeling. Zo is het voor een kind belangrijk om te weten als er bijvoorbeeld visite is dat je niet het middelpunt van de belangstelling bent. De wereld draait niet de hele tijd om jou. Je leert om iets lekkers uit te delen. Te weinig evenwichtszin? Dat roept de neiging op om dingen stuk te maken. Je ziet dan dat een kind de tekening verscheurt als die niet voldoet aan de eigen verwachte succesbeleving. 

Vertragen

Wij als ouders verzorgen de vertragende beweging. Dat is de taak, want een kind heeft pure tijd nodig om rijp te worden. Zo zorgen we ervoor dat de kinderen goed in het lichaam landen om de versnelling van de samenleving af te remmen. Zit het met het incarneren wel snor, dan komt schoolrijpheid om de hoek kijken, is de visie van Meulman. Begin je te vroeg met een beroep op het hoofd te doen, dan omtrek je krachten aan de andere twee delen van het lichaam. Je zit niet helemaal goed in heel het lichaam en dat drukt zich vervelend uit bij het leren. 

Neem het klassieke voorbeeld van de gespiegelde letters.

b | d

p | q

Verwarring met letters spiegelen is een teken dat het kind beter in het lichaam wil leren zijn. Meer oefenen op papier lost het niet echt op. Scandinavisch onderzoek geeft zelfs aan: er is minder dyslexie en dyscalculie als een kind langer mag spelen. Zo kan langer spelen je uiteindelijk een voorsprong opleveren ten opzichte van kinderen die vroeg begonnen met leren. Het kan op jonge leeftijd logisch lijken om het schrijven en lezen te stimuleren. Die denkkracht kunnen kinderen op dat moment moeiteloos aanwenden.

Als een kind interesse heeft in ‘hoofdzaken’ mag dat best, maar dan zul je zelf extra goed aanbod moeten geven aan de andere twee gebieden. De nadruk mag liggen op het groeien in het lichaam. Dat hoofd, dat volgt vanzelf wel.

Hoe zit het dan met voorlopende en/of hoogbegaafde kinderen?

De ontwikkelingsstadia verlopen in ongeveer dezelfde volgorde maar het gaat allemaal een stuk rapper. Hoogbegaafdheid is echt een aparte zaak. Kinderen die hoogbegaafd zijn doen er vaak goed aan om te versnellen. En er wordt vaak gezegd dat hoogbegaafde kinderen sociaal gezien achterlopen. Dat is niet waar. Ook sociaal gezien zijn ze al een fase (of meer) verder dan hun leeftijdsgenoten.

Moet je je even voorstellen dat jij tussen achtjarigen in een klas zou zitten. Je zou je waarschijnlijk flink gaan ergeren aan hoe je klasgenoten met elkaar en jou omgaan, omdat ze ehhh… nogal kinderachtig doen. Zo is dat voor hoogbegaafde kinderen vaak ook. En daardoor kunnen ze zich sociaal onwenselijk gaan gedragen. Dat is niet hetzelfde als sociaal achterlopen. Een klas overslaan kan ook in dat opzicht veel opleveren. Hier vind je een lijst met kenmerken waar je hoogbegaafde kinderen aan kunt herkennen. Het kan knap moeilijk zijn om hoogbegaafde kinderen nog te herkennen als ze al naar school gaan, want zeker meisjes passen zich volgens hoogbegaafdenspecialist Renate Hamsikova binnen een paar weken aan. En dan wordt het geheel ook nog eens vertroebeld als ze een vaste mindset hebben. Ze staan dan niet open voor leren.

Ook bij hoogbegaafde kinderen is het heel belangrijk om fysiek bezig te zijn. Touwtje en trampoline springen, rennen door het bos, voetballen, het maakt niet veel uit, als er maar veel beweging is.

Leesproblemen en bewegen

Veel moderne methodes voor kinderen met een leesprobleem die niet zozeer uitgaan van dyslexie maar van beelddenkers doen veel met beweging. Zoals de Davismethode en Ik leer in beelden. De linker- en rechterhersenhelft leren samenwerken door te bewegen. En dat is voor alle kinderen belangrijk, maar zeker essentieel voor beelddenkers/dyslecten/hoe je het wil noemen.

Scholen moeten maatwerk leveren

Wij pleiten voor een periode tot zeker 7 jaar waarop superveel gespeeld mag worden. En waarbinnen de ruimte is om de leergierigheid aan te wakkeren. Dat kan ook buiten. Want kinderen leren van de ervaring. Zwaartekracht, drijven en zinken, je leert het allemaal tijdens het spelen. En wil een kind schrijven, dan kan dat gewoon. Een collega is gaan kijken op een democratische school in Portugal en ze zei: ‘Het is zo rijk ingericht, je kunt daar gewoonweg niet níet leren.’

Een andere collega met een zoon met dyslexie vertelde dat de leerkracht het probleem bij het kind legde. ‘Maar’, zei ze, ‘Als hij op school niet goed tot leren komt, dan hebben júllie toch iets te doen?’

Het is niet gemakkelijk voor een school om ieder kind te geven wat het nodig heeft. Het zou ons dan ook niet verbazen als het schoolsysteem – dat uit een écht andere tijd komt – totaal op z’n kop komt te staan de komende jaren. En terecht. Want ieder kind heeft recht op zijn eigen leerlijn. En als dat niet in dit systeem kan, dan is het tijd voor een ander systeem.

Dus ja, schoolrijp? Laten we het omdraaien: is school klaar voor onze kinderen?

Lees ook: Hoogbegaafde kinderen versnellen niet

Als je meer wilt weten over de antroposofische kijk op schoolrijpheid, lees dan ‘De eerste zeven jaar’

Fotografie: Jana Boekholt

BewarenBewaren