Column: Wonen in een dorp, echt spannend!

We woonden in de stad. Aan een drukke weg waar de sirenes gillend voorbij razen, bussen doorheen denderen en de motorclub op zondagmiddag overheen sjeest. De dreunende muziekinstallaties van stoere jongens en midlifecrises in cabrio deden de ramen trillen van het autenthieke enkele glas in onze 100 jaar oude woning. Op de stoep rijden auto’s die toevallig bij een van de huizen in de straat moeten zijn. Heel even maar, dus het kan best.

Een wandelingetje naar de supermarkt is hier zelfs al oppassen geblazen, met de kinderwagen slalommend om de auto’s, opzij springend voor de scooters en dat alles met twee loopfietsers strak naast me alsof ze op puppytraining zijn. Geen plek waar je je kinderen laten spelen, laat dat duidelijk zijn. Tijd om te verkassen, want op termijn zou het natuurlijk prettig zijn als de kinderen zelf naar vriendjes kunnen lopen in de buurt en zelf naar het sportclubje kunnen fietsen.

De stad uit

Nu zijn we verhuisd naar een rustig dorp, we wonen in een straatje waar alleen aanwonenden in rijden. Aan de achterkant van het huis loopt een paadje waar alle tuinen op uit komen, eens per week ontmoeten we daar onze buren bij het kliko-verzamelpunt. Zo’n straatje. Precies wat de bedoeling was.

We wonen er nog geen dag als de buurjongen voor de deur staat. De bel is te hoog, dus hij klopt op het raam en gluurt nieuwsgierig naar binnen. Of onze kinderen buiten komen spelen? Nooit eerder stond er zomaar onverwacht een kind voor de deur. We waren gewend op onszelf te zijn. De kinderen wennen er verrassend snel aan en rennen zo de deur uit. Ik moet er ook maar aan wennen dat op zondagochtend vanaf half 11 zowel de voordeur als de poort naar het paadje open staan en er buurkinderen in en uit rennen.

Waar zijn mijn kinderen?

Waar ik moeilijk aan kan wennen is dat de kinderen buiten mijn gezichtsveld spelen. Ze rennen de deur uit en spelen bij de buurjongen, of aan de overkant bij het buurmeisje, of ergens daar tussenin; in het paadje achter de huizen bijvoorbeeld of ze fietsen rondjes door de straat. De oudste van zes voorop, broer en zus van twee en vier er achteraan. Ik wil een moeder zijn die haar kinderen die vrijheid geeft. Zelf speelde ik als kind ook vrij door de buurt, speelde verstoppertje tussen de huizenblokken en klom in bomen aan de rand van het bos. Toch kan ik het niet laten iedere tien minuten een rondje om het huis te lopen op zoek naar mijn kroost. Als ik een van de drie niet snel genoeg in het oog krijg, raak ik licht in paniek.

Spannend hoor, zo’n dorp

Op een dag is de oudste even zoek. Ik zie haar niet op de plek waar ze aan het spelen zou moeten zijn. ‘Ze is naar het paardje’, zegt het overbuurmeisje behulpzaam. Paardje? Er is echt geen paard in de straat, ze moet wel heel ver weg zijn! Ik ren naar mijn fiets en snel achterom de tuin uit. Daar huppelt mijn dochter al, op het paadje. Paadje. Niet paardje. ‘Ik weet toch precies tot waar ik mag komen, dat hebben we afgesproken?’, reageert dochter laconiek.

Loslaten. Vertrouwen. Ruimte geven.

Ik wist niet dat het leven in een dorp zo uitdagend zou zijn. Soms verlang ik naar het veilige bestaan in de drukke stad waar ik mijn kinderen dichtbij me had, als puppy’s aan de voet.

Nynke Bos woont en werkt in een Veluws dorp met haar vrouw en drie jonge kinderen. Ze geeft Yoga en Mindfulness voor kinderen.

Verder lezen

Alle kinderen naar buiten!, Marieke Dijksman

Geluk voor kinderen, Leo Bormans

Over Liedloff: Op zoek naar het verloren geluk

11 gevaarlijke dingen die je gedaan moet hebben voor je groot bent