Jana Boekholt
Beeld: Jana Boekholt

Het effect van cultuur op baby’s en kinderen

Culturen verschillen. Elke cultuur heeft een ratjetoe aan opvattingen die van invloed zijn op hoe we met baby’s omgaan. In dit artikel wil ik er een paar uitlichten die effect hebben op hoe we met baby’s en kinderen omgaan, dat zijn ‘mate van contact’ en ‘ik-of-wij-cultuur’.  

Contact: een privacy-lijn op de grond

Stel je een lege wachtkamer voor. Een lange rij stoelen, allemaal leeg. Je kiest er één uit en gaat zitten. Even later komt er nog iemand binnen. Een onbekende; hij gaat naast je zitten. Zijn schouder en je knie bijna tegen je aan in een voor de rest lege wachtkamer. Wat denk je dan? Hoe voel je je? Waarschijnlijk heel ongemakkelijk! Wat een vreemde snoeshaan. Zoiets doe je echt niet! 

Culturen verschillen in ‘contact’ en daarmee bedoelen we onder andere ‘persoonlijke ruimte’ en ‘hoe dichtbij normaal is’. In de Nederlandse cultuur houden wij van een vrij grote persoonlijke afstand. We noemen dat ook wel non-contactcultuur. Wij hebben, net als andere Noordwest-Europeanen, maar ook Japanners, weinig spontaan fysiek contact in het dagelijks verkeer. In veel Oosterse culturen staan mensen letterlijk veel dichter bij elkaar: de persoonlijke afstand die zij normaal vinden is kleiner dan bij ons. Ook raken mensen elkaar in die culturen gemakkelijker en vaker aan. Contactculturen noemen we dat.

Culturele norm is geen biologische norm

De cultuur waarin je bent opgegroeid bepaalt welke persoonlijke afstand goed voelt of juist te dichtbij of ver weg is. Je herkent het gevoel vast wel als iemand met wie je geen intieme relatie hebt, te dicht bij je gaat staan. Dat voelt voor ons ongemakkelijk. Wij houden graag een beetje afstand. Dat hebben we in onze cultuur zelfs gereguleerd. Bij balies bij de huisarts of de bank hebben we in Nederland de ‘privacy-lijn’: een rode plakbandlijn op de vloer met een tekst als “blijf achter deze lijn, onze klanten/patiënten hebben recht op privacy”. De afstand die wij houden voelt voor mensen in contactculturen juist heel raar en ongemakkelijk. Wat je gewend bent, voelt prettig.

Cultuur is ook maar bedacht

Dan terug naar de baby’s: als het gaat over contact, wat is aangeboren en wat is aangeleerd gedrag? Waar voelen baby’s en kinderen zich, los van hun culturele achtergrond, prettig bij? Ik heb het nooit onderzocht, maar ik vermoed dat je het antwoord vindt als je naar kinderen kijkt. Kinderen gedragen zich nog meer naar hun biologische norm in plaats van naar een culturele norm. Let maar eens op als je kinderen bij elkaar ziet. Kinderen zitten altijd heel dicht bij elkaar en vaak tegen elkaar. Ze houden nog niet die sociaal geaccepteerde afstand die wij als volwassenen houden. Kinderen willen contact; jouw baby ook! 

Ik- of wij-cultuur

Dan iets over de ik- of wij-cultuur, een ander aspect waarin culturen van elkaar verschillen. Hieronder zie je een beschrijving van individualistische en collectieve culturen. 

Individualistische culturen

  • Individuen zorgen allereerst voor zichzelf en hun nabije familie
  • De autonomie van het individu is het meest belangrijk

Voorbeeldculturen: VS, Australie, UK, Nederland, Nieuw-Zeeland

Collectieve culturen

  • Individuen werken voor het belang van de groep en maken hun eigen identiteit en ik ondergeschikt aan het groepsbelang
  • Groepsbelangen komen voor individuele belangen

Voorbeeldculturen: Guatemala, Ecuador, Indonesia, Costa Rica

Bron: Hofstede et al (2002)

Ubuntu: samen heel

Familieberaad. Ik zag een keer een tv-programma waarin ouders uit een arm Aziatisch land werden geïnterviewd over hun (levensgevaarlijk) zieke kindje. Bezoekende Westerse artsen spraken met de ouders en adviseerden direct medisch ingrijpen. De reactie van de ouders was –naar onze maatstaven- geredeneerd heel bijzonder. De vader antwoordde dat ze hoopten dat dat inderdaad zo besloten zou worden in het familieberaad dat die avond zou worden gehouden. De grootouders hadden een beraad van stamoudsten bij elkaar geroepen om een besluit te nemen over het zieke meisje. Er klonk geen strijdkracht in de reactie van de vader door, alleen hoop en vertrouwen. 

De keerzijde van onze cultuur is dat je zelf verantwoordelijk bent voor alles

Een prachtig voorbeeld van hoe een ‘wij-cultuur’ besluiten neemt: samen en in een gezamenlijke verantwoordelijkheid. In een ‘ik-cultuur’ als de onze is dat onbegrijpelijk. Hier zou je als ouder strijden voor je kind en hak jij de knoop door. Dat voelt voor ons fijn en goed. De keerzijde van deze cultuur is dat je in onze cultuur ook zelf verantwoordelijk bent voor alles. Je kunt wel hulp vragen en krijgen, maar dat is minder vanzelfsprekend als in een ‘wij-cultuur’. In een ‘wij-cultuur’ ben je samen verantwoordelijk; als vanzelf is hulp en steun aan elkaar geregeld.  

Een autonome baby bestaat niet

Een ander aspect van onze sterk geïndividualiseerde cultuur is het belang dat we hechten aan autonomie. Niet alleen van moeders verwachten we veel autonomie, maar ook al van baby’s. Moeders worden verwacht snel hun werk, zonder kind, weer op te pakken en hun sociale leven weer op te pakken. We maken er zelfs flauwe grappen over, delen waarschuwingen uit: ‘je gaat straks toch niet alleen maar over die kleine praten?’ of ‘sinds zij kinderen heeft, gaat ze nooit meer mee borrelen’. 

We denken niet in termen van de twee-eenheid die moeder en kind in de eerste periode na de geboorte zijn. De dyade moeder-kind wordt in onze cultuur niet als vanzelf gerespecteerd. Terwijl een baby-alleen een ondenkbaar iets is: onze kinderen zijn te kwetsbaar om alleen te overleven. Het citaat van David Winnicott, kinderarts en psychoanalyticus, geeft dit mooi weer:

There is no such thing as a baby; there is always a baby and someone

Winnitcott zegt hiermee dat een baby een eenheid vormt met moeder (of moederlijke zorg). Een gegeven dat in onze geïndividualiseerde cultuur zeker geen vanzelfsprekendheid is. 

Cultuuraspecten beïnvloeden zorg 

Deze cultuuraspecten zijn van invloed op hoe we zorg geven aan jonge baby’s en hoe belastend de zorg wordt ervaren. 

Als je vanuit evolutionair perspectief naar mensen kijkt zie je dat we groepsdieren zijn. Groepsdieren delen zorg. In primitievere, of meer oorspronkelijke culturen zie je dat families meer in groepsverband samenleven. Grootouders, andere ouders of volwassenen en grote kinderen helpen mee in de zorg voor de baby’s. Een extended family noemen we dat. In onze moderne maatschappij van nu, met het kleine kerngezin van ouders-en-kind en familie verder op afstand, is zorg delen minder eenvoudig en wordt de belasting voor ouders groter. De zorg wordt letterlijk over minder mensen verdeeld.

Daarnaast hebben we een aantal culturele opvattingen over autonomie en non-contact die haaks staan op behoefte van de baby (veel contact en een eenheid zijn met moeder) en die maken de zorg ook zwaarder. De baby wil iets wat we in onze cultuur niet zo gewoon of niet zo nodig vinden.  

Goed om je te realiseren dat veel culturele opvattingen ook zomaar bedacht zijn. Het zijn keuzes die soms geen enkele grondslag hebben in de fysiologie. Je kunt dus gerust nieuwe opvattingen bedenken die beter passen.

Als het gaat om de moderne westerse uitvinding als het kerngezin en de eigen slaapkamer, schroom dan niet om hulp te accepteren, te vragen of te bieden. En neem je baby lekker overal mee naar toe, geef hem dat contact en blijf de twee-eenheid zolang als dat nodig is. 

Femke van Roosendaal is psycholoog en lactatiekundige.

Beeld: Jana Boekholt.

Zwangerschapshaptonomie: meer dan voorbereiding op de bevalling

Ubuntu: samen ben je heel