Beeld: Jannie Spruit

Zelfstandigheid: Je kleintje kan meer zelf dan je denkt

Kinderen kunnen al een hoop zelf. Kijk steeds naar wat ze al aan kunnen en laat ze dat dan ook doen.

Zelfstandigheid van een baby

Daar is hij dan: je kleine babytje, zo hulpeloos en klein. Je neemt hem in je armen en besluit hem altijd te beschermen tegen de boze buitenwereld. Vergis je niet: ook deze kleine uk is al heel zelfstandig! Hij kruipt naar de borst en drinkt zoveel hij wil. Bij veel dorst laat hij los om verder te gaan met de andere borst. Bij veel honger drinkt hij de hele borst leeg en drinkt misschien wat minder uit de tweede borst. Naarmate het eerste halfjaar vordert doet je kind steeds meer zelf. Hij houdt zijn hoofd recht, leert te rollen en heeft zo zijn voorkeuren wat speelgoed betreft. Voor dit alles geldt dat jouw begeleiding er voor zorgt dat je kind de kans krijgt van alles zelf te regelen. Als je goed op zijn signalen let en je kind dus aan de borst laat wisselen als hij dat aangeeft, de omgeving zo hebt ingericht dat hij kan oefenen met rollen en een beperkte keuze geeft uit speelgoed, bevorder je zijn zelfstandigheid. Je moedigt je kind aan zelfstandig en daardoor zelfverzekerd te worden.

Na zes maanden begin je rustig aan met bijvoeden. Wanneer je je baby een bordje aanbiedt met daarop verschillende soorten groenten, vuistgroot, leert hij zelf te kiezen en zelf te eten. Bovendien is het gezellig: iedereen eet tegelijkertijd! Dit wordt ook wel de Rapley-methode genoemd. Als je hem ook regelmatig met een bekertje water laat oefenen in plaats van met een fles of tuitbeker, zul je zien dat hij misschien al rond een jaar zelf uit een beker kan drinken!

Zelfstandigheid van een dreumes

Laat je dreumes regelmatig eerst zelf proberen de schoentjes aan te doen, kijk of je peuter zelf zijn knopen dicht kan krijgen. Laat hem zelf zijn vestje aan trekken, zelf zijn boterham besmeren en zijn kleren zelf in zijn kast leggen. Presenteer het nooit als moeten, maar als mogen. Spelenderwijs leert een kind groot te worden.

hoe zelfstandig is je baby/dreumes/peuter/kleuter?

Zelfstandigheid van een kleuter

Kijk eens of je kleuter het aan kan op straat te spelen, in de speeltuin of een brief te posten. Veel kinderen kunnen, onder begeleiding, al prima groente snijden met een écht mesje en zagen met een échte zaag. Ieder kind is anders, en iedere situatie is anders. Jij als ouder zal die inschatting dus moeten maken. Geef je kind het vertrouwen dat hij het kan, geef een paar (niet te veel!) duidelijke regels, herhaal ze steeds weer en laat je kind het herhalen. Geef aan dat je er op vertrouwt dat hij in een keer naar de speeltuin zal lopen en dat je wel weet dat hij op de stoep zal blijven. “Mama en papa vertrouwen mij” is het (onbewuste) signaal dat je kind krijgt, en ook dit is goed voor zijn zelfvertrouwen.

De ouder als begeleider

Zie jezelf als begeleider in plaats van als leider. Zie je dat hij het niet leuk meer vindt om iets zelf te proberen, dan kan je vragen: “Zullen we het samen doen?”. Lichte frustratie schijnt zelfs goed te zijn voor een kind, ze leren er mee om te gaan. Het zorgt ervoor dat je een hoge frustratietolerantiegrens door krijgt. Ga dus niet mee in de boze bui van je kind: “Ik kan het toch niet!” door het dan maar voor je kind te doen, maar probeer met een klein beetje hulp je kind het gevoel te geven het zelf gedaan te hebben.

hoe zelfstandig is je baby/dreumes/peuter/kleuter?

Voorwaarden bij het begeleiden van je kind:

  • Belangrijk is altijd dat het speels blijft, je goed kijkt of je kind er al aan toe is en dat het niet erg is als het niet lukt.
  • Straal altijd een onvoorwaardelijk vertrouwen in je kind uit, maar geef je kind de ruimte en de tijd om iets zelf te proberen.
  • Laat je kind zelf oplossingen bedenken: “wat zou je kunnen doen als je bang bent?”. Als je alles blijft oplossen voor je kind zal hij de behoefte houden je in de buurt te willen hebben. Dit is natuurlijk niet hetzelfde als je kind het maar laten uitzoeken. Begeleid je kind hier in, stuur een beetje en stel voor om een oplossing uit te proberen.
  • Kijk eens kritisch naar de inrichting van de ruimte: is er genoeg spelmateriaal dat je kind zelf uit de kast kan pakken? Heb je een krukje dat je kind zelf mag pakken zodat hij bij het aanrecht kan? – Kan je kind bij de doekjes om op te ruimen als hij geknoeid heeft? Kan hij bij zijn jas en schoenen?
  • Het bevorderen van zelfstandigheid is niet hetzelfde als je kind meer verantwoordelijkheden geven. Besef dat je kind nog klein is en dat bepaalde verantwoordelijkheden te hoog gegrepen zijn, zoals er om denken briefjes van school aan je te geven.

Stappenplan begeleiden van zelfstandigheid:

  • Observeren: kan je kind dit aan?
  • Vertrouwen geven: zelf laten doen, als het niet lukt tips geven of helpen, niet overnemen.
  • Aanmoedigen: bedenk samen met je kind oplossingen voor problemen die hij tegenkomt.
  • Positieve feedback: geef een complimentje: “Wat doe je dat netjes” “Dat gaat goed zo”. Overdrijf niet.
  • Niet straffen, niet belonen: Een terugval is niet erg. Als het wel lukt, is dat leuk, maar de vooruitgang op zich is al fijn genoeg voor het kind.
  • Zorg dat het kind, waar mogelijk, het proces in eigen hand houdt: ga mee in zijn ontwikkeling, zijn behoeften tot groei.

“Kijk eens, heb ik zelf gedaan!” Zo’n succes-ervaring zorgt ervoor dat je kind veel zelfvertrouwen krijgt, of beter gezegd: behoudt. Je kind het gevoel geven hem te vertrouwen en hem steeds iets verder los te laten leert hem dat hij niet bang hoeft te zijn voor nieuwe dingen. Jij als ouder bent er immers totdat iets helemaal goed gaat. Je staat aan de zijlijn en moedigt aan.

Meer lezen?

boekentip voedselintroductie Liefdevol opgroeien, een kunst | Eva Kessler | ISBN 9789080730090

Het stappenplan is gebaseerd op het stappenplan uit dit boek.

BewarenBewaren