Je kind staat bij de kraan en laat het water minutenlang over zijn handen lopen. Of het zit in de zandbak en knijpt, schept, laat weer vallen. Zintuiglijk spelen heet dat: spelen waarbij kijken, voelen, horen en bewegen de hoofdrol krijgen. Je hebt er weinig voor nodig. De meeste momenten ontstaan gewoon in de badkamer, aan de keukentafel of buiten in de tuin.
Spelen met licht en water
Water is voor jonge kinderen een van de rijkste materialen om mee te spelen. Het beweegt, het maakt geluid, het verandert van vorm zodra je erin knijpt. Licht doet iets vergelijkbaars. Lichtgevende speelkubusjes van Glo Pals lichten op zodra ze het badwater raken, en dat effect is voor een peuter lang de moeite waard: scheppen, opvissen, kijken waar het schijnsel heen gaat. Ook zonder speelgoed kom je ver. Geef een bak water, een paar bekertjes en een lepel, en laat je kind schenken en gieten. Drijven en zinken is een spel op zich. Badtijd werkt bovendien goed aan het eind van de dag, omdat warm water de meeste kinderen kalmeert.
Kleur als uitnodiging om te onderzoeken
Kleur trekt de aandacht nog voordat een kind de naam ervan kent. Contrast helpt daarbij: fel tegen donker valt eerder op dan twee zachte tinten naast elkaar. Sorteren is vaak de eerste stap. Leg knopen, blokken of doppen op een dienblad en kijk hoe je kind ze bij elkaar legt. Oudere kinderen vinden mengen spannender. Een druppel kleurstof in een glas water, een tweede glas ernaast, en dan samen kijken wat er gebeurt. Buiten kan het ook. Verzamel blaadjes, steentjes en bloemen en leg ze op kleur naast elkaar. Het doen zelf telt hier meer dan het eindplaatje. Een bruin bord met modder is net zo waardevol als een keurige regenboog.
Zachte materialen en de behoefte aan rust
Aanraking prikkelt, maar aanraking kalmeert ook. Kinderen zoeken na een drukke dag bijna altijd iets zachts op. Een vertrouwde knuffel van Hermann Teddy is voor veel kinderen precies dat vaste punt: hetzelfde vachtje, dezelfde geur, avond na avond. Daarnaast is afwisseling in materiaal de moeite waard. Vul een mandje met lapjes stof en laat je kind voelen: ruwe jute, glad satijn, pluizige badstof, koele katoen. Benoem hardop wat je voelt onder je vingers. Zo koppelt je kind woorden aan gevoel, zonder dat het een lesje wordt. Een dekentje meenemen naar de bank hoort er net zo goed bij als een mandje vol stofjes.
Hoe herken je wanneer het genoeg is?
Kinderen geven zelf aan wanneer een prikkel te veel wordt, alleen niet altijd met woorden. Let op wegkijken, wrijven in de ogen, plotseling huilen of juist wild rondrennen. Dat zijn signalen om het rustiger aan te doen. Ruim het spel niet meteen op, maar haal de drukte eruit: zet de muziek uit, dim het licht, ga even samen zitten. Laat je kind daarnaast zelf bepalen hoelang iets duurt. Tien minuten met één bakje water kan genoeg zijn, en een half uur ook. Zintuiglijk spelen hoeft niets op te leveren. Het is vooral je kind de ruimte geven om de wereld op eigen tempo binnen te laten komen.






