Als kinderen hun eigen kleren kiezen, wordt het een zootje, vanzelfsprekend. Waarom is het dan toch een heel goed idee als kinderen hun eigen kleren kiezen? Ik vroeg het eerst maar aan mijn eigen kinderen. 

Dat bepaal ik lekker zelf!

De 11-jarige opent snoevend: ‘Ouders weten niet echt wat in is, dus dan kopen ze dingen die niet helemaal leuk zijn.’ Haar kleuterbroertje vindt het vooral goed ‘dat je zelf uit kan kiezen als er kleren zijn voor jezelf. Dat je ineens mooie kleren ziet en denkt: Oh! Die ga ik kopen!’

Grote zus vult instemmend aan: ‘Precies, want weet je nog die keer dat je dat knalroze shirt met die hartjes zag in de winkel? Dat hadden de mama’s zelf nooit bedacht, dat jij dat mooi vindt.’

Autonomie dus. Duidelijk. En smaakontwikkeling.

Ook interessant over ontwikkeling: Van de sloffen en de beer, J. Meulman

En dan stippen ze daarbij ook nog een ander thema aan: jezelf los zingen van verwachtingen. Hoe progressief je jezelf ook inschaalt, stiekem zitten wij volwassenen vol ideeën over wat bij kinderen past. En daar kunnen die kinderen zelf weleens heel anders over denken (en wist je dat de nee-fase onzin is?). Dat voornoemde roze glittershirt had ik inderdaad niet in gedachten voor mijn zoontje.

Kleren maken de man | vrouw

Ooit vond ik mezelf best vooruitstrevend. Gendervrij enzo. (Wat is genderneutraal opvoeden nou weer?) Een baby – die nota bene geboren wordt in een gezin van twee moeders – hoeft niet in een hokje, toch? Blijkbaar wel… De roze, glimmende en met roesjes versierde kleertjes van grote zus die nog op zolder lagen, kon ik de nieuwe jongensbaby echt niet allemaal aantrekken. Kennelijk had ook ik last van culturele normen, en vond ik dat onze baby, zo klein als hij was, er als een jongetje uit moest zien. Of ten minste niet als een meisje.

Lees hier meer zinnigs over genderneutrale kleding

Maar daarmee conformeerde ik me alsnog aan de beperkende kaders van onze cultuur. Dus vooruit, tegen de tijd dat deze baby een mening begon te ontwikkelen, mocht hij naar hartenlust kleren kiezen. Er kwamen roze laarsjes, strakke maillots en af en toe een trui met gouden pailletjes, vergezeld van kleding met auto’s, bussen en vliegtuigen erop, en niet te vergeten de dierenprints.

Laat zien wie je bent

Omdat ik ook dat bijna puberend exemplaar heb rondlopen, zie ik hoe het eigen kleren kiezen een stuk identiteit laat zien. Hadden we destijds de overweldigende Roze Fase, daarop volgde een periode van afkeer van de beruchte kleur en bijbehorende tule rokjes. Exit Prinses, en hallo Zeemeermin! Inmiddels zijn we met haar in het stoere tijdperk beland en wenst ze niet aan haar girly verleden herinnerd te worden. Leidend criterium nu: als je ermee kunt huttenbouwen en boogschieten, is het in orde.

Zo kunnen kinderen experimenteren met het innerlijk en uiterlijk laten samenvallen. Met voelen wat bij je past, en je identiteit blijven ontwikkelen. Als een persoonlijk proces – net als het echte leven.

Veilige kaders

Eigenlijk is het enige waar je je als ouder een beetje mee moet bemoeien, de veiligheid. En dan bedoel ik: in februari is blootsvoets te karig. Op een warme dag is beschermende kleding tegen de zon echt wel nodig. Een korte broek tijdens een avontuur tussen de brandnetels ook geen slim plan. Nou ja, je snapt het. En verder: ze regelen het zelf wel!

Fotografie: Daan Rot

0