Stine Jensen
Beeld: Joris Buys

Stine Jensen over zichzelf als kind, ouder en filosoof

Filosoof, schrijver, televisiemaker. Stine Jensen, Deense van geboorte, heeft haar kinderlijke nieuwsgierigheid niet verloren. Nelleke Bos spreekt Stine over haar kindertijd en haar eigen ouderschap.

Hoe was je gezin, hoe groeide je op?

‘Ik groeide op met mijn ouders en tweelingzus in een ‘heel gewoon rijtjeshuis’ in Oegstgeest. Het Deense onderscheidde ons van anderen: naast het tweelingschap had ik ook de andere taal die anderen niet konden verstaan. Mijn zus en ik konden in geheimtaal spreken en ook nog eens van identiteit wisselen als we daar zin in hadden.

Mijn ouders waren dertigers en zaten midden in hun carrière. Wij waren als gezin wel afwijkend: wij aten ‘s avonds een stuk later dan zes uur, zoals de rest van de straat. Op school kregen we roggebrood mee, en geen witbrood met hagelslag. En onze moeder werkte fulltime.’

Meer lezen van Stine: De opvoeders, Lieve Stine, weet jij het?, Alles wat ik voel.

Was je als kind al filosofisch aangelegd?

‘Ja, de filosoof hoort ook bij mijn kindertijd. Denken over alles, dat zat er al jong in. Vragen stellen. Lezen! Mijn ouders waren beide hoogopgeleid en harde werkers, maar intellectueel kan ik hen niet noemen. We waren geen museumgangers. Uitjes die zij ondernamen met ons waren dingen waar zij van hielden: tuinieren, zeilen, uit eten. Geen concerten of tentoonstellingen. Ik heb dat ook totaal niet gemist – zelf ga ik met mijn dochter ook eerder op stap naar Artis dan het Rijksmuseum.

Een belangrijke activiteit vind ik kinderyoga; dat heb ik haar bewust meegegeven. Ik heb het stil-zijn en de yoga zelf op latere leeftijd ontdekt en haar wilde ik er al jonger mee laten kennismaken. En ze geniet er enorm van. Eerst deden we samen ouder-kind-yoga, en daarna ging ze zelf verder. Nu doet ze dansyoga. Heerlijk.’

Wat heb je meegenomen van je kindertijd, als bewuste voortzetting nu je zelf opvoeder bent?

‘Bijzonder en prettig aan mijn opvoeding vind ik dat mijn ouders de wijsheid van het kind voorop stelden. Dat is heel Scandinavisch: ervan uitgaan dat je als kind al best veel kan, door het zelf te ontdekken. Ze waren wel streng, als in: trouw aan hun eigen opvattingen, maar zonder veel regels te gebruiken. In de Deense opvoeding hoeven de ouders hun kinderen niet zo veel te beperken en te straffen. Ze geloven dat kinderen veel meer hebben aan een geïnternaliseerde motivatie. Op de middelbare school bijvoorbeeld, kregen mijn klasgenoten allemaal een eindtijd voor feestjes. Ik niet. ‘Je weet het zelf wel,’ zeiden mijn ouders dan. En dat was ook zo.

Het nadeel daarvan is dat je niet zoveel regels hebt om te breken. Je mist iets om tegenaan te schoppen. De rebel die gedurende je puberteit in je woont, krijgt dan weinig te doen.’

Wat nam je ongewild toch mee, als erfenis van je eigen opvoeding?

‘De scheiding, dat was ik niet van plan, maar ook ik ben gescheiden, net als mijn ouders. Je ontdekt soms tot je eigen schrik dat je meer hebt meegenomen dan je dacht.

Ik probeer wel een aantal automatismen te doorbreken. Zo probeer ik met mijn dochter dusdanig contact te hebben dat ze me alles eerlijk durft te zeggen. Dat ze niet hoeft te liegen. En ja, dat is ingewikkeld! Boosheid, ook zoiets. Het gebeurt niet vaak, maar een keer per jaar word ik echt heel boos. Zo waren we eens naar het dolfinarium. Ze gedroeg zich zo vervelend en op dat punt werd ik wel echt kwaad. Boos zijn is niet een methode die ik voorsta, maar het werkt soms wel krachtig. Mijn dochter ervaart dan dat er echt een grens is en is onder de indruk als het mij tot hier zit.’

En straffen?

‘Straf is beladen. Meestal gebruik ik in de praktijk straf als een dreiging: er volgt een consequentie. Als je niet eet, dan geen toetje, dat soort dingen. Dat werkt geweldig, het toetje motiveert haar. Maar qua visie zou ik helemaal vrij willen zijn van straffen en belonen. Ik heb gemerkt dat het veel oplevert als ik de tijd neem. Mijn dochter wordt heel narrig als ik gehaast ben. Kinderen worden wel kleine goeroes genoemd, omdat ze zo precies spiegelen wat jij zelf doet.’

Kinderen worden wel kleine goeroes genoemd, omdat ze zo precies spiegelen wat jij zelf doet

Hoe ontwikkel je je eigen identiteit als opvoeder?

‘Ik luister naar mijn intuïtie en geweten, maar zoek er zeker wel opvoedboeken bij. Het lezen van die boeken helpt al, omdat je zo ontdekt dat je niet de enige bent met je probleem. De stap van een boek naar de praktijk is echter een grote. Net als kookboeken: je kunt je kast ermee volzetten, maar je zult echt iets in een pan moeten doen als je eten wilt maken. Een kookboek lezen is niet genoeg om een maaltijd te creëren. En zo is het met opvoeden ook.’

Kun je als opvoeder bij elkaar te rade gaan?

‘Ik merk dat we als ouders vaak op ons eigen gezinseilandje zitten. We leven naast elkaar, delen veel op sociale media, maar elkaar feedback geven gaat omslachtig, het is kwetsbaar.

We leven in een maatschappij waarin autonomie hoog aangeslagen wordt. Je ouders kijken niet meer over je schouder mee en dat is bevrijdend, maar daardoor sta je er ook alleen voor in de opvoeding. Er heerst een taboe op het geven van tips aan andere ouders. Bij onbekenden, maar ook bij je eigen vrienden. Ik heb dat in een aflevering van Dus ik ben, over opvoeden, gedaan. Mijn vrienden vertelden voor de camera hoe ze mij zagen als opvoeder. Dat is wel onwennig!

We hebben nu natuurlijk wel een schat aan opvoedboeken om uit te putten, en daar maak ik ook gebruik van. Toch heb ik uiteindelijk het meest aan tips van mijn eigen familie en omgeving. Tijdens het maken van het programma ontdekte ik dat alleen al de geluidsman, de cameraman en ik er ieder heel verschillende regels en ideeën op na hielden in de opvoeding. Verfrissend vond ik dat.

Ik zou helemaal vrij willen zijn van straffen en belonen

We interviewden een vrouw die werkt met verbindende communicatie. Ik ben benieuwd hoe deze uitzending ontvangen zal worden. Ik verwacht dat sommige mensen schrikken – veel te soft! – en dat andere mensen het fantastisch vinden. Ik vind die ‘softe’ aanpak prachtig. Strenge regels kunnen effect hebben, maar ik kan mijn kind het beste aan tafel krijgen wanneer zij zelf voelt en begrijpt dat aan tafel eten een fijn gezinsmoment is. Niet omdat mama het zegt. Of boos wordt.

Ik pleit voor geweldloze communicatie en mindfulness op scholen. Zoiets moet je leren. Het is toch gek: de hele dag zijn we bezig met communiceren, maar we leren het niet op school. En ik heb het niet over debatteren, maar over puur luisteren en spreken met elkaar. Dat kinderen dat allemaal leren, dat is wel een droom van me.’

Wat vind jij van de huidige trend om spel en speelgoed als ‘educatief’ te labelen?

‘Maria Montessori gaf al aan dat het spelen met educatie als doel niet zo werkt. Speel liever omwille van het spelen zelf. We leven in een commerciële omgeving. Het draait om conformeren, consumeren. Neem zo’n dolfinarium. De dieren zijn natuurlijk fantastisch, maar elke tien meter staat er weer een patatkraam of ander onzinnig eten. Ik ben niet heel strikt hoor, maar een commercieel speelparadijs zal ik niet snel opzoeken.

Als filosoof vind ik dat doelmatige educatieve speelgoed met een direct meetbaar nut zo overtrokken. Het is allemaal geënt op de maakbaarheidsfilosofie. Kinderen moeten zo nodig bewezen iets leren als ze spelen, ze mogen niet zomaar spelen. Natuurlijk is een educatieve component binnen het spel mooi meegenomen. Ik ben ook zeker blij met ‘moeilijkere’ uitjes die scholen ondernemen. Dat ze de klas meenemen naar het Rijksmuseum en niet een schreeuwerige binnenspeeltuin. Maar uiteindelijk leren kinderen door te spelen. Het nut van hun spel is vaak niet zo duidelijk op het eerste gezicht en dat hoeft ook niet. En ze vervelen zich nog.’

Vervelen?

‘Er is een nieuw boek uit over emoties, en ik heb ook een hoofdstuk gewijd aan verveling. Vervelen, dat is voorbehouden aan je kindertijd. Verveel jij je nog weleens?’

Daar heb ik geen tijd voor.

‘Wij moeten het Grote Niets plannen. Verveling is een belangrijke en fijne ruimte. Je mag even helemaal leeg, ontvankelijk en vrij zijn. Als volwassenen proberen we dat bijvoorbeeld via yoga en meditatie voor elkaar te krijgen, niet voor niets nu erg populair. Mijn dochter verveelde zich laatst heel nadrukkelijk. Daar was ik blij mee. In de filosofie geldt verveling als een cruciale fase. Je wordt dan zintuiglijk wakker. Je kijkt eens naar het plafond, je gaat hangen, je lichaam en zintuigen staan open. Heel zinnig!’

Meer Stine Jensen in boek en beeld

Lieve Stine, weet jij het?

De opvoeders

Alles wat ik voel

Onderzoekende filosofische programma’s als ‘Dus ik ben

Stine in Wie is de mol?

Vast aan je familie – doorbreek het patroon

Taakjes? Een kind kan zeker de was doen